vrijdag 12 november 2010

Nieuwe Narniafilm, droge vissen, nieuwe hagedissen, opstanding en val

Er is een nieuwe trailer voor de derde Narniafilm, The Voyage of the Dawntreader, en die ziet er spectaculair uit. Een van de eerste besprekingen van de film neemt een van mijn bezorgdheden weg: het einde van de film blijkt het boek te volgen en is blijkbaar emotioneel en overweldigend. Precies zoals het hoort.

Garnalen zijn mijn favoriete aquariumdieren geworden. Daarom is het leuk dat ze al een paar honderd miljoen jaar meegaan. Een nieuw fossiel is de oudste garnaal ooit gevonden.

Als vis- en aquariumliefhebber (en biomedisch wetenschapper) moest ik wel gniffelen om deze videoclip: Get your stickle on. Hilarisch!

Over aquariums gesproken, en dus over vissen: de mangrovekillivis kan tot twee maanden in leven blijven op het droge (de omgeving hoeft alleen maar vochtig te zijn). Dit blijkt te maken te hebben met de bijzondere huid van deze vissen - hun huid bevat cellen die normaal alleen in de kieuwen van vissen voorkomen, die helpen met de uitwisseling van zouten.

Er worden nog steeds nieuwe diersoorten ontdekt, en op de vreemdste plaatsen. Zoals op de menukaart van vietnamese restaurants.

'Geeky' - een bekend thema uit SF-verhalen is dat van de dinosaurus die (in de ruimte/onder de aarde/ op een eiland) blijft overleven en zich doorontwikkelt. io9 geeft enkele voorbeelden ... (Is er iemand verbaasd over het feit dat mijn eerste langere zelfgeschreven verhalen precies hier over gingen?)

De vraag waar het om draait in het christelijk geloof is niet 'Hoe is de Aarde ontstaan?', of 'Hoe komt alles aan zijn einde?', of 'Heeft de mens nou een ziel of niet?', maar 'Is Jezus uit de dood opgestaan?'. Op Internetmonk ontspint zich een discussie aan de hand van opmerkingen van N.T. Wright: "Nobody was expecting this kind of thing; no kind of conversion-experience would have generated such ideas; nobody would have invented it, no matter how guilty (or how forgiven) they felt, no matter how many hours they pored over the scriptures. …In terms of the kind of proof which historians normally accept, the case we have presented, that the tomb-plus-appearances combination is what generated early Christian belief, is as watertight as one is likely to find."

Brambonius vraagt zich op zijn blog af waarom sommige Amerikaanse christenen zo bang zijn voor het pacifisme. "The first Christians were known to be willing to die for their faith, but not to kill." En hij citeert Greg Boyd, ook een van mijn favoriete auteurs.

Een overdenking op de Rabbitroom over een gedicht van Yeats, waarin de vraag wordt gesteld waar het bij de val van de mens om ging. "The affair in the Garden was not about keeping rules or breaking them so much as choosing the Desire of our souls or choosing His counterfeit. One fatal choice and the whole beauty of the created order was shaken, shattered. And might it not be so that every time a similar choice is made, every time the fatal image is taken for the real and the lie is plucked and swallowed that the Fall happens all over again, essentially if not actually?" En wat het antwoord is: "When the home of our thoughts shifts from ‘who am I?’ to ‘Who is He?’ I believe we begin to fathom the miracle of ‘Christ in us, the hope of glory’."

Klein en groot

Ik vind het altijd leuk om met de macro-instelling van mijn fototoestel te spelen. En korstmossen zijn een dankbaar onderwerp. Pas van heel dichtbij zie je de interessante structuren ervan. De onderstaande foto's zijn gemaakt op de toren van de grote kerk van Dordrecht.
 



Deze foto is genomen op een blad dat op mijn aquarium dreef.


En dan als bonus nog wat mooie herfstkleuren, gefotografeerd vanaf mijn balkon:



dinsdag 9 november 2010

Filmbespreking: The Lion, the Witch and the Wardrobe

Het zal de lezers van deze blog niet ontgaan zijn dat ik bewonderaar ben van de Engelse auteur C.S. Lewis. Op dit moment ben ik zijn Narniaverhalen aan het herlezen, ter voorbereiding op de verfilming van het derde deel, die eind dit jaar uitkomt. Toen het eerste deel in de bioscoop draaide, mocht ik een persvoorstelling bijwonen. De filmbespreking die ik daarna schreef, is nooit gepubliceerd. Daarom plaats ik hem nu op mijn blog. De oorspronkelijke titel die ik had gekozen, was: 'Ontdek een grotere wereld'.

‘Maak je geen zorgen,’ lacht de kleine Lucy Pevensie, ‘het is vast allemaal verbeelding.’ Met dezelfde woorden had haar zus Susan haar de avond ervoor tot zwijgen gebracht. Nu is ze, net als haar broers door de kleerkast in Narnia gekomen en staat met open mond te kijken… Hetzelfde gebeurt met het filmpubliek, dat een wereld binnenkomt waarin de verbeelding geen grens kent. Van een gewortelde lantarenpaal tot een gezellig beverhol, van een paleis van ijs tot het kasteel Cair Paravel: The Lion, the Witch and the Wardrobe bevat adembenemende beelden.
De film is echter geen tijdloos meesterwerk zoals Lord of the Rings, daarvoor haperen sommige scènes te veel. De wereld is geen overtuigend geheel en ook de muziek is niet zo meeslepend. Maar het blijft een adequate verfilming van C.S. Lewis’ kinderboek, en de acteerprestaties zijn uitstekend. Het is een film die ik waarschijnlijk nog meerdere malen zal zien. Een film ook waarin, net als in Lord of the Rings, een deel van het verhaal is gewijzigd, vooral wat betreft de rol van de kinderen en de weergave van hun strijd.

We ontmoeten de vier kinderen Pevensie tijdens een bombardement op Londen tijdens WOII. Zo’n begin geeft direct een zwaardere lading aan het verhaal. Het is niet alleen winter in Narnia, ook in onze wereld heerst het kwaad.
In het boek zouden de hoofdpersonen volgens sommigen te vlak zijn. In de film krijgen ze een sterkere motivatie. Peter, de oudste, voelt zich verantwoordelijk voor zijn familie. Zijn enige drijfveer is te zorgen dat iedereen veilig is. Hij vindt zichzelf geen held. Toch ontdekt hij dat hij een grotere roeping heeft, dat hij moet vechten voor Narnia.
Susan is de stem van de rede. Ze wil in elke situatie doen wat logisch is. Dat maakt haar volgens Lucy saai. Susan moet leren dat wat verstandig is, niet altijd juist is en dat ze zich mag overgeven aan een hogere macht.
De grootste ommezwaai vindt plaats bij Edmund. Hij mist zijn vader, die in de oorlog vecht, en ergert zich aan de bemoeizucht van Peter. Als de witte heks hem snoep en macht aanbiedt, grijpt hij de kans om over zijn familie te heersen. Aslan’s ingrijpen verandert hem echter, en koning Edmund ‘de Rechtvaardige’ is op het eind zelfs bereid zich voor zijn broer op te offeren.
Lucy, tenslotte, is de werkelijke hoofdpersoon van Narnia. Als ze het land binnenkomt reageert ze niet met verbazing of angst, maar met verwondering en blijdschap. Haar kinderlijke openheid maakt dat ze Aslan volgt, de nacht in. Ze doet denken aan de bijbeltekst: ‘Wie het koninkrijk van God niet aanvaardt zoals een kind dat doet, zal er zeker niet binnengaan’ (Lk18:17).
Al snel horen de kinderen dat ze het onderwerp zijn van een profetie. In het boek zegt de oude tekst alleen dat ze in Cair Paravel zullen zitten, in de film blijkt hun aanwezigheid van centraal belang om Narnia te bevrijden. Aslan doet het werk niet alleen, hij wil de ‘zonen van Adam en dochters van Eva’ erbij gebruiken. Daarom doet de heks haar uiterste best de kinderen te doden. Hun komst in Narnia kondigt de lente aan, maar als ze hun rol niet daadwerkelijk oppakken is er geen overwinning. Er is duidelijk een parallel met ons leven als christenen. Ook wij zijn voor een groter avontuur geroepen. God wil van ons gebruik maken om zijn plan met de wereld te volvoeren. We hebben een essentiële rol in zijn koninkrijk.
Om deze reden biedt de film ook meer aandacht aan de oorlog tussen goed en kwaad. In plaats van een halve pagina tekst zien we een volledige veldslag, duidelijk geïnspireerd door de strijdtonelen uit Lord of the Rings. De regisseur Andrew Adamson (toepasselijke naam, trouwens) heeft gezegd dat hij het verhaal verfilmde zoals hij het zich uit zijn kindertijd herinnerde: als een episch verhaal over verraad, vergeving en trouw, inclusief veldslagen. Maar de strijd laat ook zien hoe Peter en Edmund hun taak onder ogen zien en daarbij boven zichzelf uitgroeien. Ze zijn werkelijk ridders geworden. En uiteindelijk blijft het Aslan die zorgt voor het goede einde.

De oorlog in The Lion, the Witch and the Wardrobe is anders dan eerdere veldslagen uit fantasy-films. Behalve de vier kinderen is namelijk geen van de strijders menselijk. Het land Narnia wordt onder andere bevolkt door pratende dieren. In de film zijn die goed geslaagd. De Vos, de Wolven en de Paarden lijken net echt en het gezin Bever zorgt voor veel humor. Het zijn eenvoudige dieren, met een eenvoudig leven, maar hun vertrouwen in Aslan is levensgroot. ‘We hebben veel meer dan alleen hoop,’ zegt meneer Bever. ‘Aslan komt eraan.’
Ook de kerstman komt voor in de filmversie. Voor een Engelsman als Lewis is het kerstfeest erg belangrijk, net als voor de kinderen Pevensie: ‘Wat, honderd jaar geen cadeautjes!?’ Daarom dient de kerstman hier als voorbode van Aslan. Hij geeft de kinderen wapens en hulpmiddelen voor de strijd en vertrekt met de uitroep: ‘Lang leve Aslan!’
Lewis gebruikt in zijn verhaal fabelwezens uit allerlei culturen en in de film zijn ze prachtig weergegeven: dwergen en reuzen, de minotaurus (half mens, half stier), centauren (half paard, half mens) en faunen (half bok, half mens) en aan de kant van de heks weerwolven, vampiers en cyclopen. Elke cultuur heeft zijn eigen kleren en wapenrusting, met zorg ontworpen. Vooral de faun Tumnus springt eruit. Het is ontroerend hoe Lucy hem in het begin zijn onschuld teruggeeft en hoe hij later Edmund’s geweten laat spreken. Verder toont de film dryaden, boomgeesten die verschijnen in een wolk van bloesemblaadjes. Er is zelfs een feniks.
De beelden uit het heidendom zijn niet toevallig. In het boek (niet in de film) vertelt Tumnus dat de god Bacchus in Narnia langskwam. En het vervolg, Prins Caspian, introduceert Bacchus en Silenus zelf, die met de nymfen en maenaden dansen en wijn drinken en de moderne cultuur van de Telmarijnen op z’n kop zetten…

Al deze figuren wijzen op een goddelijke aanwezigheid in de schepping. In de woorden van mevrouw Bever: ‘Het is een wereld, lieve. Verwachtte je soms dat die klein zou zijn?’ C.S. Lewis wil de cynische mensen uit het westen weer vertrouwd maken met het bovennatuurlijke. Op dit punt stemmen heidense religies en het christendom meer overeen met elkaar, dan met onze geseculariseerde samenleving. ‘Een heiden is, zoals de geschiedenis toont, een mens die zich uitstekend tot het christendom laat bekeren. Hij is in essentie een pre-christelijk, of sub-christelijk mens. De post-christelijke moderne mens verschilt van de heiden net zo veel als iemand na een echtscheiding verschilt van een maagd.’ (Is Theism Important?)
Maar let op: Bacchus en de zijnen volgen altijd Aslan, nooit andersom. Zo ook de centauren, faunen en dryaden. Beelden uit allerlei mythologieën worden door Lewis ondergeschikt gemaakt aan Christus, die immers de vervulling is, niet alleen van de Joodse profetieën, maar ook van de heidense mythen en sagen. Hij noemt dit ook wel een ‘doop’ van de verbeelding.
Lewis zelf worstelde lange tijd met de betekenis van het leven en de dood van Christus. Tolkien legde een verbinding met de verhalen over offers, zoals van de Noorse god Balder. “Onze mythen koersen,” zei hij, “zij het vaak zigzaggend, naar de ware haven.” Na dat gesprek kwam Lewis echt tot bekering. In zijn fantasieverhalen doet hij vervolgens hetzelfde. Net als J.R.R. Tolkien wil hij zijn lezers opnieuw bekend maken met het ‘Oude Westen’: waarden en waarheid uit de oudheid, die vooruit wijzen naar Christus. Immers, alleen door verhalen kan een mens ‘iets als werkelijkheid ervaren wat anders slechts als een abstractie kan worden begrepen’ (God in the Dock).
De heks Jadis is hier dus een symbool voor het kwaad en de duivel, de faun Tumnus vormt een beeld van beschadigde onschuld en figuren als Bacchus verwijzen naar feest, vreugde en de overvloed van de Schepping. Even terzijde: zou J.K. Rowling niet op dezelfde manier beelden gebruiken uit sprookjes en volksverhalen? Niet als doel op zichzelf, maar als verwijzing naar een grotere waarheid? Ik denk van wel.

Ondertussen heb ik het belangrijkste symbool uit The Lion, the Witch and the Wardrobe slechts in het voorbijgaan genoemd: de Leeuw Aslan, de Koning, de Heer van het woud. Hij is degene die in Het neefje van de tovenaar de wereld van Narnia tevoorschijn zingt. Een beeld van Christus.
Lewis was zelf geen voorstander van een echte verfilming van zijn werk. Hij dacht dat pratende dieren er belachelijk zouden uitzien en in het geval van Aslan zou dat bijna neerkomen op godslastering. Hij gaf daarom de voorkeur aan een tekenfilm. Maar in deze film is Aslan alles behalve lachwekkend. Het gevoel van ontzag en liefde dat hij oproept in het boek is moeilijk weer te geven, maar het beeld is volkomen geloofwaardig, tot en met zijn diepe, warme stem. En de blik in zijn ogen is telkens goed getroffen en ontroerend. Daarom grijpt het de kijker ook aan wanneer Aslan ervoor kiest zich op te offeren voor Edmund. Zijn reden? ‘Ook ik wil dat mijn familie veilig is.’
Wat volgt is een scène bijna even indrukwekkend als de film The Passion. Het begint als Aslan het kamp uitgaat, de berg op. Lucy en Susan volgen hem. ‘Ik zou blij zijn als jullie me een tijdje gezelschap houden,’ zegt hij zwaarmoedig en de meisjes leggen hun armen om zijn nek. Hij wijkt echter niet af van zijn route. Dan komt hij aan bij de stenen tafel, omringd door demonische wezens, waar Jadis hem spottend begroet: ‘Zie, de grote leeuw! Laten we hem eerst eens kaalscheren!’. Aslan wordt vastgebonden en op de grond gegooid, geschoren. Volslagen vernederd ligt de Leeuw aan de voeten van de heks. Ze vertelt hem dat zijn offer tevergeefs is: ‘Ik ga Edmund en Narnia alsnog vernietigen. Zo zinloos is je liefde.’ Dan daalt haar mes neer in zijn hart. En Aslan is werkelijk dood.
Anders dan The Passion krijgt de opstanding hier echter wel alle ruimte. De stenen tafel breekt, en Lucy en Susan zien Aslan in het licht van de rijzende zon. ‘Als de heks de ware betekenis van opoffering had geweten…’ Het is een magie dieper dan de eis van gerechtigheid: een onschuldig offer doet de dood zelf achteruit bewegen. Aslan keert terug naar het slagveld en beëindigt de strijd. ‘Het is volbracht’, zegt hij uiteindelijk.
Mijn keel trok zich samen. De film deed wat een goed symbool hoort te doen: hij raakte mijn hart aan en niet alleen mijn verstand. Ik kreeg een dieper begrip van Jezus’ dood en de betekenis ervan. 


Als de vier kinderen gekroond zijn en zitten op hun tronen in Cair Paravel, verdwijnt Aslan in de verte. Lucy kijkt hem na. ‘Wees niet bezorgd,’ zegt Tumnus. ‘We zullen hem weer terugzien. Maar je moet hem niet onder druk zetten. Hij is immers geen tamme leeuw.’ ‘Nee,’ antwoordt Lucy. ‘Maar Hij is Goed.’ Amen, kom Heer Jezus!

zondag 7 november 2010

reuzenkwal, Lawhead, Genesis als historie, zwak geloven en vriendschap in de kerk

Opnames van de reuzenkwal (met armen tot 10 meter lang) uit de diepzee - en de vis die met de kwal samenleeft.  Fascinerend!

Het prehistorische reptiel Henodus zou baleinachtige structuren in zijn bek hebben gehad, en dus zijn voedsel uit het water hebben gefilterd, net als walvissen! Bizar!

Het nieuwste boek van Stephen Lawhead is uit! The Skin Map. En het gaat over leylijnen en parallelle universa.

De trailer voor de epische film The Way Back - over gevangenen uit Siberie, die een wel heel lange voettocht ondernemen. Van regisseur Peter Weir (onder andere The Truman Show, en Master and Commander), met onder andere Ed Harris.

Op de blog Jesus Creed wordt gediscussieerd over de vraag hoeveel er voor een goed begrip van de bijbelse boodschap waar moet zijn aan het verhaal uit Genesis 1 tot en met 3, en hoe dat in overeenstemming is te brengen met wat de laatste wetenschappelijke conclusies over het ontstaan van de mens. In het voorgestelde scenario kan ik me wel vinden. "The Christian story makes sense of the world through the elements of good creation, Fall, redemption “as God’s ongoing work to restore creatures to their proper functioning“, and consummation. If we deny that people have a common source or that sin is an alien intruder then we undermine this story and undermine the gospel." Ook de discussie die volgt is boeiend.

Ronald van den Oever schrijft wat uitgebreider over wat hij eigenlijk bedoelt met de termen 'zwak geloven' en 'zwak denken'. "Voor mij is zwak geloven een levenshouding die voorbij de woorden uitkomt in de stilte waar we de woorden van beelden mogen laten voor wat ze zijn en ook de “film” naast ons neer kunnen leggen in het besef van het mysterie waar God nog bovenuit gaat." Interessant trouwens, dat ook Ronald van den Oever in 1 en 2 Korintiers de weg van de zwakheid ontdekt.

Jeff Dunn vertelt op de Internetmonkpagina dat hij graag een God heeft die duidelijkheid biedt. "Give me a list of what I’m supposed to do, another list of what I’m not supposed to do, and I will try to act the way I’m supposed to act to the end of my days. Give me a religion where I get to be in control of me, please. One where I can manipulate my god by the things I do or don’t do." Maar zo blijkt het niet te werken als je Jezus wilt volgen. Hij is wel goed, maar niet veilig. "I must trust God to do as he has said to me he would do. I must trust that he will make all things right in the end, even if now it all looks wrong. He doesn’t seem to have left me any other out. And to be honest, I don’t really want an out. I want to trust him. I want to come to him in faith, believing. Even if it is just a baby faith at first, I’m sure he will be patient as it grows." Waardevolle woorden, ook voor mij op de plek waar ik nu ben in mijn leven.

Volgens Experimental Theology (snel een van mijn favoriete blogs aan het worden) moeten we de kerk niet in de eerste plaats zien in termen van 'familie', maar in termen van 'vriendschap', want: "Friendship calls you to a higher standard of behavior. You treat friends better than you do family members. We treat friends as gifts. They are choosing to spend time with us, to share their lives with us. Consequently, we don't want to treat them poorly. We want to embrace that gift and rejoice in it. If this logic holds then what we see here is something like the self-emptying love of Father, Son, and Holy Spirit."

vrijdag 5 november 2010

Eeuwige rust ...

Zoals de lezers van deze blog weten, ga ik al een tijdje niet meer regelmatig naar de kerk. Een van de redenen waarom ik mijn kerkbezoek heb laten schieten, was dat ik er zo moe van werd. In het gebruikelijke christelijke wereldje merk ik namelijk een sfeer van activisme. We moeten altijd van alles doen. Het begint met de mededelingen - altijd zijn er bijeenkomsten om te bezoeken en activiteiten om aan mee te werken. Vervolgens roepen de meeste preken op tot actie (meer bidden, meer bijbel lezen, meer geven, meer evangeliseren), of worden de gevaren uiteengezet van het houden van te weinig 'stille tijd'. En met een beetje pech is er aan het eind van de dienst nog een oproep voor nieuwe jeugdwerkers of zondagschoolmeesters, of geluidstechnici of ... Er zijn altijd te weinig mensen, en er moet zoveel! 
Ook christelijke tijdschriften en boeken leggen de nadruk op activisme: wordt een betere vader in zestig seconden, verbeter je gebedsleven in vijf stappen, volg een programma van veertig dagen om een doelgericht leven te leiden, noem het allemaal maar op. Ben je met het ene onderdeel halverwege, dan is er alweer een volgend punt om aan te werken. Er komt nooit een einde aan. Wat dat betreft verschillen we als christenen niet van de ons omringende maatschappij, waar we ook steeds worden opgeroepen onszelf te verbeteren, aan onze carrière te werken en aan allerlei idealen te voldoen. Je zou er moe van worden.
Als je in de kerk zit, lijkt het christelijke geloof te gaan om wat je doet. Wie zich erbij aansluit, krijgt er een takenpakket bij (maar niet meer uren per dag). En drukte is geen excuus, je bent per slot van rekening 'te druk om niet te bidden' (om een boektitel aan te halen).  Maar ik vraag me af of dit het leven is dat God heeft bedoeld voor zijn kinderen. Ik herinner me een citaat uit het prachtige boekje Classic Christianity van Bob George. Hij vertelt hoe er in zijn kerk een bekend zakenman tot geloof kwam. Hij was als voorganger erg blij, en dacht direct aan al het werk dat deze nieuwe bekeerling kon verzetten, de connecties die hij had, de commissies die hij zou kunnen voorzitten. Maar toen hij het er met hem over had, barstte de zakenman in tranen uit. "I don't need a job," zei hij. "I need the lord!" 

Ik las een tijdje geleden de volgende profetie over de tijd dat God over de wereld regeert: "Ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt, want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken" (Micha 4:4). In het koninkrijk van God is kennelijk geen sprake van een strak werkritme, van activisme, van voortdurende inspanning. Nee, het is een rijk van mensen die de tijd hebben om in de schaduw te zitten van een boom, die in de middaghitte een slaapje kunnen doen zonder bang te hoeven zijn te worden wakker gemaakt om weer aan het werk te gaan. Het rijk van God wordt gekenmerkt door rust. Om in termen uit het Middellandse Zee-gebied te blijven spreken: het is een lange siësta!
Dit is ook het beeld uit het Nieuwe Testament, denk aan wat er staat in Hebreeën 4: "Aangezien de belofte om binnen te gaan in Gods rust nog steeds van kracht is, moeten we ervoor waken dat iemand van u ook maar de schijn wekt deze gelegenheid aan zich voorbij te laten gaan ... Er wacht het volk van God nog steeds een sabbatsrust. En wie is binnengegaan in zijn rust, vindt rust na zijn werk zoals God na het zijne." Ook hier is de toekomst van de gelovigen er niet een van hard werken, van productiviteit, van voortdurende inspanning voor een betere wereld.

In mijn serie over hoop heb ik herhaaldelijk betoogt dat wat God belooft niet alleen geldt voor de toekomst, maar dat het bedoeld is om nu al realiteit te worden in ons leven. Het koninkrijk van God is nu al onder ons en in ons. We delen nu al in het eeuwige leven. Volgelingen van Jezus leven nu al (in een gebroken wereld) als de burgers van het eeuwige koninkrijk die ze werkelijk zijn. Dat geldt dus ook voor Gods belofte van rust. Het leven van Jezus' volgelingen hoort dus niet te worden gekenmerkt door eindeloos activisme, door een agenda die vol staat met allerlei bijeenkomsten en verantwoordelijkheden, door een voortdurend haasten. God verlangt niet van ons dat we allerlei dingen voor hem doen. Hij wil dat we in alle rust onze eigen zaken behartigen en ons eigen brood verdienen (1 Thessalonicenzen 4:11). Hij wil dat we rust ervaren, dat we van het leven in zijn realiteit niet vermoeid raken, maar juist energie krijgen. In Matteus 11 belooft Jezus het zelf: "Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden."

Dat betekent niet dat we nooit meer iets doen, dat we passief zouden moeten zijn, en op de bank moeten blijven zitten. Passiviteit is ook een vorm van onvrijheid, de andere kant van de slinger, en daarmee vaak een reactie op gedwongen activiteit. Een vriendin mailde me laatst: "Ik vraag me soms af of het niet ligt aan onze generatie, deze tijdsgeest, dat dingen snel benoemd worden als te veel, grensoverschrijdend, vermoeiend. Mijn oma had een enorm gedisciplineerd leven, ook met God, maar burnout was er niet bij. Ik denk dat het  te maken heeft met weten dat je gewaardeerd, geaccepteerd en geliefd bent. Want als je dat weet, dan doe je de dingen die je doet of moet doen gewoon, maar doe je ze niet om iets te bereiken. Als je dingen doet omdat je er je redding mee kan winnen, of meer liefde kunt krijgen, of beter over jezelf kunt denken, dan brand je op, omdat je die dingen simpelweg niet voor elkaar krijgt met wat je allemaal doet ..."
Daar ligt volgens mij inderdaad de kern van wat de rust van het koninkrijk inhoudt. Het gaat niet om wat we doen, maar om wie we zijn. Het gaat om onze identiteit. Jezus deed tijdens zijn drie jarige bediening heel veel. Hij sprak tot enorme groepen mensen, maar ook met individuen en soms op onmogelijke tijdstippen. Hij genas zieken, melaatsen, bezetenen, maar voedde ook nog eens duizenden. Hij onderrichtte zijn discipelen, en stuurde ze uit door het land. En ondertussen reisde hij van hot naar her. En uiteindelijk verrichtte hij de grootste daad ooit door zich met de mensen te vereenzelvigen in de dood. Toch krijg je niet het idee dat Jezus dit allemaal deed omdat het 'moest'. Hij doet het niet uit activisme. Hij wordt er niet overspannen van. Dat komt omdat hij, zoals staat in Johannes 1:18, "Aan het hart van de Vader rust." Hij was zich elk moment van elke dag ervan bewust dat hij de geliefde zoon van God was, in wie God vreugde vond. Hij zag zichzelf volledig als 'de geliefde', veilig in de omarming van de Vader. Hij wist met heel zijn hart dat niets wat hij deed, of niet deed, de liefde van God voor hem kon veranderen. En die absolute, volkomen zekerheid, maakte hem vrij om met overgave te leven, van zichzelf uit te delen, en het goede nieuws van het koninkrijk overal te verspreiden. Niet omdat het moest, maar omdat hij het wilde. 

Zolang we onze identiteit, onze eigenwaarde, ontlenen aan onze activiteiten (wat we vaak doen in de kerk, want de suggestie wordt gewekt dat een goede christen zich voor God inspant, en we gaan de kring rond om te vergelijken wat iedereen doet aan 'discipelschap'), zullen ze voor ons tot een last worden, tot een bron van stress. Ze zijn dan namelijk afgoden geworden, en die zijn volgens Jesaja 46:1 "een zware last voor uitgeputte beesten." Wat we doen of bereiken kan ons namelijk maar heel tijdelijk vervulling geven, het doet ons maar heel even beter over onszelf voelen. Maar als we beseffen dat God niet van ons houdt om wat we DOEN, maar dat we zijn geliefde kinderen ZIJN, zullen we opgelucht adem kunnen halen, en valt er een last van onze schouders. Dan zullen we zonder schuldgevoel 'nee' kunnen zeggen tegen wat ons te veel wordt, maar ook zonder plichtsgevoel ons kunnen toewijden aan de taak die God ons op het hart heeft gelegd. Dan kunnen we uitdelen van onszelf zonder onszelf kwijt te raken, maar ook grenzen aangeven naar anderen, zonder ons te hoeven schamen. Vanuit onze positie van rust aan het hart van de Vader, dezelfde positie als die Jezus inneemt, kunnen we doen wat we willen.
Dit is totaal iets anders dan wat de wereld om ons heen ons wil laten geloven. Dit is een radicaal andere boodschap. Het gaat in tegen de idealen van voortdurende zelfverbetering, van functiewaarderingstrajecten, van 'voor wat hoort wat'. Als we zo zouden gaan leven, zouden we ons niet in de vorm van de wereld laten drukken, maar zouden we werkelijk geheel anders zijn. En dan zouden we een boodschap van echte hoop uitdragen (niet door wat we allemaal doen, maar eenvoudig door wie we zijn!). Dan zouden mensen wel eens nieuwsgierig kunnen worden naar onze overtuiging. Want als er iets is waar onze medemensen naar op zoek zijn, is het volgens mij wel rust. 

De rust die we nu mogen ervaren, is de rust van het Koninkrijk van God, de rust die Jezus kwam brengen, de rust van de Sabbat die God voor zijn volk beloofd had. En de rust die we zullen ervaren als Gods koninkrijk in volmaaktheid komt, zal geen andere zijn. De rust in de eeuwigheid is dezelfde rust aan het hart van de Vader. De rust in de eeuwigheid is hetzelfde weten dat we voor altijd en eeuwig geliefd zijn, en dat niets en niemand daar iets aan kan veranderen. Dan zullen we niet meer door de wereld om ons heen aan het twijfelen worden gebracht, dan zullen er geen oproepen zijn om te presteren en geen manipulatie om van onszelf te geven. Dan zullen alle afgoden waar we onze identiteit aan ontlenen te niet zijn gedaan. Dan zal Gods liefde alles zijn wat we weten. En dan zullen we vrij zijn om te leven, te spelen, te genieten en te bouwen. Dan zullen we werkelijk creatief zijn, zoals God creatief is. Dan zullen we werken zoals God werkt - niet op een basis van plicht, schuldgevoel en schaamte, maar op basis van rust.

donderdag 4 november 2010

Filmbespreking: The Secret of Kells

Een van de meest interessante stromingen van het vroege christendom, voor de katholieke kerk overal de alleenheerschappij opeiste, is het Keltische christendom. Helaas ken ik de geschiedenis ervan vooral via de niet honderd procent betrouwbare fantasyverhalen van Stephen Lawhead (hoewel ik acht jaar geleden zelf op het eiland Iona heb gestaan!). Ierland vormde de kern van deze beweging. Reislustige monniken trokken van dat eiland aan de rand van het continent Europa binnen, stichtten kloosters en bekeerden de heidenen. Een van de interessante kenmerken van het Keltische christendom, voor zover ik er iets van af weet, is het diep beleven van de spiritualiteit van de natuur. Een concept uit deze stroming is dat van de ‘dunne plaatsen’ - bepaalde locaties waar de bovennatuurlijke wereld en deze wereld dichter bij elkaar liggen dan elders. Concepten als schoonheid en verbeelding waren voor hen zeer belangrijk. En dus schiepen ze ook prachtige kunstwerken, waarvan een van de bekendste The Book of Kells is, een rijk geïllustreerde versie van de vier evangeliën. Ik denk dat de makers ervan de illustraties, de in elkaar geweven lijnen en knopen, en felle kleuren, de patronen die lijken te bewegen, zagen als net zo belangrijk als de woorden van de tekst om de glorie van God te laten zien. De schoonheid zelf behoorde tot de boodschap, die licht zou brengen in de duisternis, en zondaars zou verblinden.

De Keltische spiritualiteit, met haar verbinding tussen natuur en God, tussen verbeelding en gebed, is op een fascinerende manier weergegeven in The Secret of Kells, een fascinerende animatiefilm die vorig jaar voor een oscar was genomineerd. Het betreft een Frans-Belgisch-Ierse co-productie, wat verklaart dat ik het stripboek al heb doorgekeken in een boekwinkel, twee jaar voordat de film dit voorjaar in het Engels uitkwam. Aan de tekenstijl moet je aanvankelijk wel even wennen - dit is niet de standaard Disney-film. Maar dat maakt het juist fascinerend. Waarschijnlijk als imitatie van middel-eeuwse illustratietechnieken is het perspectief ‘platgeslagen’ tot twee dimensies. Veel patronen, vooral die in het bos, zijn gebaseerd op Keltische tekeningen en motieven. De karakters zijn met scherpe vormen weergegeven, maar bewegen met veel energie, en uiteindelijk ook met emotie. De dreiging wordt niet letterlijk getoond, maar vooral in symbolen, maar is daardoor niet minder aangrijpend. Het grappige begin (met een vluchtende gans) heeft al snel plaatsgemaakt voor een veel grimmiger atmosfeer. De muziek varieert ondertussen van stemmige kerkmuziek tot Keltische folk. De film is alleen al voor de animatie het opnieuw kijken meer dan waard, en ik ga hem zeker aan vrienden en broers laten zien. Maar ook het verhaal stemde me tot nadenken.

De abdij van Kells is een bloeiende gemeenschap, waar dorpelingen hun waren verkopen en monniken hun geschriften illustreren. Vluchtelingen van elders vertellen echter over de woeste Vikingen die op hun strooptochten geen levende ziel achterlaten. De abt zet daarom alle beschikbare mankracht in voor het bouwen van een muur rond het klooster, en een systeem dat in elk geval enigen zou kunnen redden. Zijn neefje Brendan zou hem daarbij moeten helpen, maar hij verblijft liever in het scriptorium waar schrijvers uit alle windstreken hun werk verrichten. Op een dag verschijnt aan de poort de beroemde Aidan van het klooster van Iona, gevlucht voor de verwoesting. In zijn bezit heeft hij het manuscript waar hij aan werkt, een boek waar de heilige Columba ooit aan is begonnen. Hij zoekt een leerling die het werk kan voltooien. Zijn keuze valt op Brendan. Maar om bij Aidan in de leer te gaan, moet hij zijn oom trotseren en zich voor het eerst van zijn leven wagen buiten de hoge muren, in het bos, waar mysterieuze ogen hem oplettend volgen ...

Het zou makkelijk zijn de film te bespreken in religieuze termen, door te spreken over religie en het ervaren van God in de natuur. De beelden van monniken, kerken en natuurgeesten maken zo’n uitleg voor de hand liggend. Te voor de hand liggend. Want over de inhoud van het geloof van de monniken wordt met geen woord gerept. Hoofdpersoon Brendan ervaart ook geen enkel conflict met zijn religieuze overtuigingen als hij de bosgeest Aisling ontmoet. Wel draagt hij aanvankelijk de visie van zijn oom uit dat je niet bang hoeft te zijn voor wat alleen maar in de verbeelding bestaat, terwijl hij al snel moet onderkennen dat de gevaarlijkste monsters zich bevinden in onze beelden wereld. Het conflict in de film is dus niet dat tussen twee religieuze benaderingen, maar dat tussen angst en creativiteit.
Brendan is opgevoed door zijn oom, die voortdurend in angst leeft. De abt was ooit zelf illustrator van manuscripten, maar maakte een Vikinginvasie mee. Daarna gebruikte hij zijn talent alleen nog voor het tekenen van ontwerpen. Kaarten, plannen en schema’s. Zwart op wit, zonder kleur. Hij is vastbesloten een volgend bloedbad te voorkomen en offert daar zelfs zijn creativiteit voor op. Brendan zoekt de monniken in het scriptorium op, en mag al snel zelf tekenen, maar iets houdt hem tegen. Hij durft niet te kiezen voor zijn creativiteit, hij durft niet te erkennen dat hier zijn talent ligt. En de angst maakt dat zijn scheppende gave geblokkeerd raakt. Om de bronnen van zijn gave ongehinderd te laten stromen, zal hij zijn angst voor zijn oom en alles waar hij voor staat het hoofd moeten bieden.

Dat gebeurt metaforisch in het bos buiten de muren. Het bos staat volgens mij in deze film voor de wereld van leven, kleur, beweging en creativiteit, belichaamd door de snelle, levenslustige Aisling. Er zijn dingen die je niet uit boeken kunt leren, maar waarvoor je de natuur in moet. En het is de natuur die de bouwstenen levert voor de menselijke creativiteit: letterlijk (Brendan moet galappels zoeken als grondstof voor inkt), maar ook figuurlijk (alleen God creëert ex nihilo, uit het niets, wij kunnen alleen wat hij geschapen heeft opnieuw arrangeren). Dit is dus de beeldenwereld waar Brendans creativiteit uit kan putten. Maar die beeldenwereld bevat ook een grot, waar de boze geest Crom Cruach huist.
Sinds Joseph Campbell het heldenverhaal analyseerde, weten we dat de confrontatie van de held met zijn/haar eigen donkere kant zich traditioneel afspeelt in een grot of onder de aarde. De confrontatie tussen Brendan en Crom Cruach, is dus mythisch gesproken een confrontatie met de eigen angst. Geen wonder dan ook dat het een hoekige slang betreft, getekend in witte strepen op zwart - net als de technische tekeningen van de Abt. Om de vijand te verslaan moet Brendan zijn eigen creativiteit gebruiken, en in deze wereld van scherpe hoeken, tekent hij een kromme lijn (vloeiend, soepel, zonder hoeken). Nu Brendan zijn angst heeft overwonnen, blijft de boze geest niets anders over dan zichzelf op te eten en tot niets te vergaan. En Brendan houdt aan het conflict een juweel over dat dient als lens, en waarmee hij de mooiste patronen vorm kan geven. Het was het oog van de angst, maar nu geeft het een helder blik op de werkelijkheid.

Het product van Brendans herwonnen creativiteit biedt hoop en levenslust aan de bewoners van de abdij. Schoonheid, waarheid, liefde - dat is wat zichtbaar wordt in echte creativiteit. Maar als je je eigen angst hebt overwonnen, is het kwaad uit de wereld nog niet weggedaan. En de menselijke creativiteit kan geen antwoord bieden op de dood en verwoesting die haatdragende individuen over hun medemensen uitstorten. Van het boek van Kells werd gezegd dat het zondaars zou verblinden, maar op de Viking die het inkijkt heeft het geen effect. Om aan bijbelse termen te alluderen (mooi woord): er lag een sluier over zijn gelaat, waardoor hij de glorie niet kon zien. Schoonheid, waarheid, liefde - er is iets machteloos aan. Ze kunnen alleen effect hebben op mensen die bereid zijn hun ogen ervoor te openen. Ze houden zich aan de weg van de zwakheid, overmeesteren niemand, maar komen alleen binnen bij mensen die ze toelaten. Maar dan hebben zo ook wel degelijk effect: bij iemand die zich heeft vernedert brengt het boek genezing, vergeving en vreugde tot stand. De op angst gebaseerde houding was trouwens ook niet effectief tegen het kwaad. En bracht alleen maar meer conflict en dood voort. Dan is de weg van schoonheid, waarheid en liefde te prefereren.
Daarom dat Brendan uiteindelijk concludeert dat het boek van Kells niet thuishoort tussen muren, maar bedoeld is om van hand tot hand te gaan, om gelezen te worden, om onder de mensen te zijn. En daar is wel weer een duidelijke link te leggen met het geloof. Want het goede nieuws van Jezus en zijn koninkrijk (waar het in de evangeliën uit het boek van Kells over gaat) hoort niet thuis in op angst en zelfbescherming gebaseerde structuren. Jezus’ boodschap dat het zwakke uiteindelijk overwint, dat wie dood is, wordt opgewekt, kan niet worden opgesloten. Of het nu fysieke kerken of instituten zijn, of bewegingsloze raamwerken van dogma’s en leerstellingen, wetten die zeggen wie er bij hoort en wie niet, of persoonlijke wrok en haat.Als de boodschap daardoor wordt ingeperkt, verliest het zijn kracht. Het goede nieuws moet (zoals Jezus ook zei) de wereld in, onder de mensen. Jezus’ volgelingen moeten in hun hart de angst onder ogen zien, zodat de kracht van de opstanding ongehinderd uit hun binnenste naar buiten zal vloeien, in uitingen van schoonheid, waarheid en liefde. En dit is wat bij diegenen die hun ogen ervoor openen, hun leven kan veranderen van heerlijkheid tot heerlijkheid.

Dordrecht in de regen

Nog wat meer foto's uit een vrij regenachtig Dordrecht ...