dinsdag 22 december 2009

Filmbespreking: Up


Hoewel ik vaak denk dat het glas half leeg is, ben ik op een bepaald punt een optimist (tegen beter weten in) en dat is de kwaliteit van het komende filmjaar. Tegen het eind van elk jaar loop ik te verkondigen dat het volgende jaar wel heel goed wordt. Mijn broers zeggen al: "Dat zeg je elk jaar!" Met een toon van: en het blijkt niet altijd zo te zijn. Want dat doet het niet. Films waar ik naar uitzie, blijken soms tegen te vallen. Het verhaal blijkt niet meeslepend, de actie niet overtuigend, de personen niet sympathiek en de beelden niet inspirerend. Er is een filmstudio waarvoor mijn optimisme gerechtvaardigd is. En dat is Pixar. De laatste jaren kijk ik elk jaar uit naar de nieuwste computeranimatie van deze creatievelingen, en steeds blijkt het een fantasievol, prachtig weergegeven, origineel verhaal, dat is gemaakt met respect voor het onderwerp en voor de kijkers. Geschikt voor kinderen, maar vooral voor volwassenen. Goed, ik ben geen ongelofelijke fan van Cars. Maar zelfs die film was te verteren, en zelfs waard om meerdere keren te kijken. A Bugs Life zou ik nog een keer moeten kijken om er een oordeel over te vormen. De rest (Toy Story (1 en 2), Monster Inc, Finding Nemo, The Incredibles, Ratatouille en Wall-E) behoort tot mijn favorieten.

De Pixarfilm van 2009 was Up. Opnieuw een film waar ik hoge verwachtingen van had. En opnieuw werd ik niet teleurgesteld, alhoewel deze film niet mijn favoriet is van de studio. (Dat werd bevestigd bij een tweede keer kijken gisteravond). Op de een of andere manier waren de karakters niet zo meeslepend als in de andere Pixarfilms. Ze waren meer types. Ze kwamen niet tot leven. Misschien omdat er al vrij snel in het verhaal de een na de andere bizarre situatie op hun pad komt. Ik herken wat Steven Greydanus over Up heeft geschreven: "The characters don’t quite come entirely into their own. They’re somewhat archetypal, rather than fully realized, specific individuals. On first viewing I find the overall effect to be poignant and charming rather than enthralling." Dat is het. En heel misschien vond ik het moeilijk me te vereenzelvigen met het conflict van de hoofdpersoon omdat ik vrijgezel ben. Zijn belangrijkste motivatie is namelijk het afscheid nemen van de vrouw met wie hij meer dan veertig jaar getrouwd was. Ik zou deze film een keer met mijn ouders moeten kijken. Misschien is Carls verhaallijn voor hen meer aangrijpend.
Gelukkig maakt het avontuurlijke plot goed waar voor mij de karakters bleven steken. Zodra de expeditie op haar bestemming arriveert wordt groot uitgepakt, compleet met exotische vogels, pratende honden, reusachtige zeppelins, fossielen van reuzenluiaards en andere prehistorische wezens, wilde achtervolgingen, luchtgevechten en nauwe ontsnappingen, gelardeerd (dat woord komt uit het Frans. Lard is een woord voor spek. Spekreepjes worden gebruikt om de buitenkant van een rollade of zo te versieren en daar doorheen geweven!) met flinke doseringen visuele humor en karakterhumor (de honden die kunnen praten zijn nog steeds gewoon honden. Met alles wat daarbij komt). De omgeving waar het verhaal zich afspeelt, komt levensecht over (de bedenkers en tekenaars hebben de locatie bezocht als echte avonturiers, blijkt uit een documentaire op de blu-ray). En het slot van de film is (ondanks wat ik zojuist zei over de karakters) mooi en aangrijpend. Het gaat dan niet om de afsluiting van Carls verhaal, maar dat van Russell.

Maar ik loop op de zaken vooruit! Ik moet het niet over het einde hebben, voor ik heb uitgelegd wat er in het begin gebeurt! En dat begin ligt werkelijk in het verleden, namelijk in de jaren dertig (de film lijkt op basis van een figuur in de aftiteling gebaseerd te zijn in de jaren zeventig) als het kleine jongetje Carl in de bioscoop kijkt naar een uitzending over zijn held, ontdekkingsreiziger Charles Muntz. Kort daarna ontmoet hij de gelijkgestemde, avontuurlijke Ellie. En van het een komt het ander. In een ontroerend weergegeven montage zien we hun leven, hun dromen, hun teleurstelling maar vooral hun liefde en toewijden voor en naar elkaar. Aan het eind daarvan blijft Carl alleen achter, met slechts het bejaardentehuis in het vooruitzicht. Maar hij legt zich niet bij de pakken neer. Hij gaat er met huis en al vandoor, op weg naar de plek waar Ellie en hij altijd van droomden, de bestemming van Muntz's laatste expeditie: Paradise Falls in Venezuela. Hij is echter nog niet ver gevorderd, of hij ontdekt een verstekeling. Woudloper Russell, die een 'help de ouderen'-insigne moet halen om tot senior woudloper te worden bevorderd, en hoopt dat zijn afwezige vader naar die ceremonie zal komen. Het contrast tussen de knorrige, op zich zelf gerichte oude man en de hyperactieve jongen vol zelfvertrouwen kan niet groter zijn. Maar ze zijn met elkaar opgescheept, als ze terechtkomen op de plaats van bestemming. Dat blijkt echter niet het paradijs te zijn waar Carl van had gedroomd. De wildernis blijkt niet zo mooi en goed als Russell had verwacht. En Charles Muntz is geen held zoals hij in de media werd weergegeven. Terwijl illusies in rook opgaan, ontdekken Carl en Russell wat er dan wel belangrijk is in het leven ...

Dat blijken relaties te zijn. Voor Carl, die tot stilstand kwam bij de dood van Ellie, is het volgende avontuur zijn relatie met Russell. En Russell, die met volle inzet zoekt naar vaderlijke bevestiging en erkenning, vindt een nobeler doel om naar te streven: anderen! En uiteindelijk vinden de twee elkaar.
Heel mooi.
De film heeft gelijk dat het aangaan van relaties met andere mensen, relaties van wederkerigheid en gelijkwaardigheid, van respect en vertrouwen, mooier, avontuurlijker en intiemer zijn dan wat er ook maar anders in de wereld te vinden is. Het is de ziel van het leven. Niet voor niets miste onze voorvader Adam iets, toen hij merkte dat het niet goed was om alleen te zijn. We zijn geschapen in het beeld van de drie-eenheid, dat wil zeggen: om in een wisselwerking te staan van vrijwillige overgave aan vrije personen, die zich ook vrijwillig overgeven.
Maar Adam had ook de opdracht over de Aarde en haar bewoners te heersen. Hij had ook een creatieve verantwoordelijkheid, een taak in de wereld om hem heen. Zelfs God werd niet geabsorbeerd door de relaties in de drie-eenheid, maar schiep de prachtige wereld die we om ons heen zien. Een heelal dat zo groot is dat we zelfs met de sterkste telescopen de grens ervan niet kunnen waarnemen. Hij schiep edelstenen, quasars, diepzeevissen, quantumsterren, bacterien, exoplaneten en uitgestorven dinosaurussen. En mensen die net zo creatief zijn als hij. En met net zo'n verlangen naar betekenis, naar avontuur.
Een karakter in de film raakt vermoeid van het avontuur en zegt zoiets als: "Het zijn de gewone dingen die je het meest bijblijven." Voor een deel is dat waar, wat we ons herinneren van anderen zijn vaak de kleine gebaren, de mooie gewoontes, de normale opmerkingen. Maar het wil niet zeggen dat we tevreden moeten zijn met de sleur, bepaald te worden door het leven van elke dag, steeds maar weer hetzelfde. Als je steeds maar weer hetzelfde doet, in een patroon komt te zitten, herinner je juist steeds minder. Ik kan soms niet zeggen wat ik de vorige week gedaan heb, omdat alle dagen op elkaar lijken. En tegelijk lijkt de tijd steeds sneller te gaan (is het nu alweer kerstmis?) juist omdat er zo weinig 'nieuws' gebeurt. De moment die ik me het meest herinner zijn de avontuurlijke, de creatieve (zitten schrijven in de koffiezaak, bijvoorbeeld. Het is niet altijd heel bijzonder), de diepe gesprekken, wandelingen, spreken in een kerk, een interview met een wetenschapper, een ontmoeting met een schrijver, een wandeling in het bos. Dat zijn momenten dat ik leef. Dat zijn momenten dat ik besef wie ik ben, dat ik een betekenis heb die bestaat uit meer dan naar mijn werk gaan, eten en internetten. Momenten van echte schoonheid, echt avontuur, en inderdaad: echte intimiteit. (En ze zijn alle drie in elkaar te vinden! Echte intimiteit heeft elementen van schoonheid en avontuur in zich, avontuur draait vaak om relaties en schoonheid, en schoonheid kan niet zonder een element van waarheid/passendheid/betekenis en iemand die waarneemt (dus een relatie).)
Relaties zijn wel belangrijk, maar ze zijn niet het enige belangrijke.
(Zo kort kan ik het dus ook zeggen!)
Het is ook waardevol en betekenisvol om je hartsverlangen te volgen, een tafelberg in Zuid-Amerika te verkennen, nieuwe diersoorten te ontmoeten en te redden van een meedogenloze avonturier, een betere baas te worden voor een 'gebeten hond' en terug te komen met een zeppelin!
Maar, dat is wel zo: als je geen relaties hebt, geen echte vriend/vriendin om het mee te delen, is die waarde en betekenis wel heel erg klein.
Ze kunnen niet zonder elkaar.

maandag 21 december 2009

Thuis door de sneeuw (wat meer persoonlijk nieuws)


Mensen zeggen wel eens dat het klimaat in Nederland steeds extremer wordt. Na dit weekeinde begin ik het te geloven. Heeft iemand ooit meegemaakt dat er twintig centimeter sneeuw lag? Ik niet. Ik kan het me in elk geval niet meer herinneren. Toch kwam de sneeuw gisteren al tot flink boven mijn enkels. Ik zag zelfs auto's die niet meer weg konden komen door de sneeuw. (En kinderen die sneeuwpoppen maakten op de markt in Delft!)
Het is allemaal heel romantisch zolang je niet de deur uithoeft (of als het droog is en je de sneeuw onder je schoenen kunt horen knerpen. Hoewel als de sneeuw zo hoog is en je draagt lage schoenen, je sokken uiteindelijk behoorlijk nat worden, heb ik gemerkt) en je staat met een kop hete koffie in je handen uit te kijken over Delft. Het wordt anders als je eigenlijk naar je werk zou moeten en de treinen blijken niet of nauwelijks te rijden. Vanochtend om kwart voor zeven nog www.ns.nl gecontroleerd. Reizen met de trein werd ontraden. Omdat ik drie treinen moet hebben om bij mijn werk te komen, ben ik maar weer in bed gestapt. Zo vroeg was er niemand om te telefoneren. En toen ik telefoneerde (om kwart voor negen) waren er nog maar vier. Mijn directe collega, die er gewoonlijk om zeven uur al is, en die maar twintig minuten weg woont met de auto, was er pas om elf uur. Tot overmaat van ramp (nou ja, niet voor mij) was er voor mij ook weinig om thuis te doen. Nou ja, dan maar mijn aquarium verschonen. Moet ook gebeuren. En je zult het zien. Net als ik op maandag thuis ben, probeert iemand mij te bellen met een vrij belangrijke vraag! En ik was in staat antwoord te geven! Het lijkt wel alsof het zo moest zijn!
Nu afwachten hoe het morgen gaat. Er wordt weer sneeuw verwacht, heb ik gehoord. Ik zal gewoon mijn wekker zetten, naar het station lopen en afwachten hoe het gaat. Gaat het niet, dan gaat het niet.
Een mooie gelegenheid om jullie op de hoogte te brengen van waar ik allemaal mee bezig ben:

- Mijn boek Indrukwekkende Vrijheid wordt op dit moment opgemaakt. Ik kreeg vandaag een voorbeeld van het binnenwerk opgestuurd, en het zag er fris uit. Prettig leesbaar. Waarschijnlijk krijg ik tussen kerst en oud en nieuw de envelop binnen met daarin de drukproef. Spannend!

- Een nieuw project: de afgelopen weken heb ik een nieuw kort verhaal geschreven en ben ik aan een ander verhaal begonnen. Deze horen tot een collectie verhalen die zich in dezelfde wereld afspelen. Een soort sciencefiction alternatief voor de populaire christelijke Laatste Bazuin-serie.

- Een christelijke mensenrechtenorganisatie waarvoor ik dit voorjaar heb geschreven, Jubilee Campaign, wil mogelijk een tijdschrift beginnen, en ik ben benaderd om daar deel van uit te maken. Dat lijkt me erg mooi, omdat het onderwerp me aan het hart ligt. Ik heb mijn medewerking toegezegd.  Het telefoontje vanmorgen ging hierover.

- Van Hete Hangijzers is een tweede druk verschenen. Eigenlijk heel kort na de eerste druk al. Het wordt dus goed verkocht, en hopelijk ook gelezen!

- Mijn filmbesprekingen van deze blog worden (in aangepaste vorm, onder andere korter) geplaatst op Blik op oneindig/CV-film. Een website met christelijke filmbesprekingen, zonder opgeheven vingertje, maar met het verlangen een dialoog aan te gaan met de wereld om ons heen. De eerste, over Monsters, Inc staat er al!

- Vorige week had ik de gelegenheid om 's ochtends mijn gewicht te meten. 75,9 kilo! Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst zo licht ben geweest. Maar laat ik niet te vroeg juichen. De feestdagen komen eraan, en ik houd wel van lekker eten en af en toe een oliebol.

- Ik heb besloten een vierde aquarium neer te zetten. En mijn broer Marten wil de achterwand weer maken. Gaafheid! Het zal wel even duren voor ie er staat. En dat is prima, want ik heb net een derde. Het wordt een speciaalaquarium voor de visjes die ik vorige week een onverstandige aankoop noemde. Ik hoop ze nu een beter thuis te gaan bieden.

- Ik ga aan een collectief blogproject meedoen op 1e kerstdag, mijn eerste keer!

Beatles, de eerste dieren en enge poppen ...


Wat weet men over 1000 jaar nog over onze cultuur? Deze documentaire kijkt terug op een fascinerend fenomeen: The Beatles. Wist je dat er een soort insect naar ze genoemd is?

Interessant: de eerste grote levensvormen op Aarde, de Ediacara-fauna genoemd, kwam zeer snel op in het pre-cambrium. De eerste vertegenwoordigers van deze groep verschenen kort na de periode die ook wel 'sneeuwbalaarde' genoemd wordt, maar deze wezens verdwenen ook al snel, toen onze voorouders ten tonele verschenen. De Ediacara-levensvormen leken in niets op het huidige leven. Zo hebben ze geen aanwijsbaar spijsverteringssysteem. Erg interessant is de suggestie van een wetenschapper dat er misschien wormen zijn die van deze wezens afstammen. 

De Saturnusmaan Titan is behalve de Aarde de enige plek in het zonnestelsel met een vloeistofkringloop. Dat wil zeggen: meren en zeeën, verdamping, regen, rivieren en ga zo maar door. Ik zeg bewust vloeistofkringloop en geen waterkringloop, omdat de vloeistof in kwestie daar methaan is. Het is er dan ook een stuk kouder dan hier. Het was naar aanleiding van de analogie met de Aarde te verwachten, maar wetenschappers hebben er nu ook mist ontdekt. En ze bereiden een missie voor om met een robot op een methaanmeer te kunnen varen. Sciencefiction wordt werkelijkheid!

Ook cool: een vulkaanuitbarsting in de diepzee!

Korte animatiefilmpjes (zie Pixar) hoeven niet altijd leuk of grappig te zijn, soms zijn ze behoorlijk verontrustend. Zoals deze (en nog wel van een animator van Pixar!). Niet voor wie poppen eng vindt (en misschien vindt je ze wel eng na het zien van dit filmpje). Wat is dat trouwens met poppen, dat ze fascinerend maakt, maar tegelijk toch 'creepy'? Ze zijn ontworpen om op mensen te lijken (vaak kinderen), maar missen de ziel. Ze hebben geen wil. Er wordt met ze gespeeld, maar ze kunnen zelf niet spelen. (Zo worden poppen gebruikt als symbool voor controle in de films Mirrormask en Coraline.) Wie zijn hebzucht volgt (en is dat niet eigenlijk in zichzelf een drang tot controle?), wordt een speelbal van invloeden buiten zichzelf en verliest zo zijn ziel (Alma in spaans), suggereert dit verhaal. Je bent gewaarschuwd.

De discussie over alverzoening gaat door. Er wordt een boek beschreven, waarvan de schrijver vijf soorten 'universalisme' benoemt.

Een kerstoverdenking van Henk Medema - waarom de Engelen tegen iedereen die Jezus zou ontmoeten moesten zeggen dat ze niet bang hoefden te zijn.

Kracht en motivatie


Voordat iemand gaat denken dat ik niets anders doe dan film kijken (wat dicht bij de waarheid komt ...), gaan we weer over op een serieus onderwerp (niet dat films niet serieus zijn natuurlijk). Na mijn eerdere bericht 'God: 'good cop' of 'bad cop'' belandde ik in een e-maildiscussie met een van mijn lezers. De rest van dit bericht is een uitwerking van mijn antwoord aan de persoon in kwestie. Het gesprek sneed namelijk een erg belangrijk onderwerp aan, namelijk het verschil tussen motivatie en kracht, of tussen bedoeling en uitvoering. Mijn vriend erkende dat God nooit een manipulator is en geen angst gebruikt om ons ergens van te overtuigen. Op zowel de 'luie' als de 'overijverige' mensen kan Gods genade dezelfde uitwerking hebben, op verschillende manieren. Maar waar begint dan onze verantwoordelijkheid? Als God heeft gezorgd dat we het juiste willen, kunnen we het dan ook? "De beroemde kip-ei vraag: waar begint God te werken, bij de kip of bij het ei? bij de wedergeboorte (het moment van tot geloof komen) of bij de bekering (de daadwerkelijke levensverandering die daarvan het gevolg is?" Anders gezegd: op welk punt grijpt God aan, onze motivatie of onze kracht?
Het antwoord is natuurlijk, zoals jullie misschien wel van me verwachten: allebei. En tegelijk hebben we op beide punten onze eigen verantwoordelijkheid. Die is echter anders dan ik zelf altijd dacht.

Ik geloofde namelijk wel van jongs af aan dat ik door Gods genade gered was, dat Hij mij had uitgekozen (en niet andersom). Dat gaf mij de motivatie om ook te willen leven volgens de manier die past bij gelovigen, bij kinderen van God. (Hoewel er behoorlijk veel 'bad cop'-boodschappen bij zaten helaas). Maar ik meende dat het uitvoeren van Gods wil, het doen van zijn bedoeling, volledig mijn verantwoordelijkheid was. Dat ikzelf ervoor moest zorgen dat ik heilig leefde. Dat het mijn eigen schuld was als ik faalde (en mijn eigen verdienste als ik succes had, wat leidde tot trots).
Mijn overspannenheid maakte duidelijk dat mijn eigen kracht tekortschoot. Ik kon niet op eigen gelegenheid datgene doen waarvan ik wist dat het goed was (of dat nalaten waarvan ik wist dat het verkeerd was). En van trots raakte ik terecht in een toestand van lusteloosheid. In plaats van te blijven vechten, had ik de moed maar opgegeven.
Een paar jaar geleden werd ik me bewust van de lacune in mijn denken over mezelf, waardoor ik mezelf zo hard was gaan inspannen. En ik deed die ontdekking op een wat ingewikkelde manier. Namelijk via een boek van Leanne Payne Crisis in mannelijkheid. Herstel van mannelijke en vrouwelijke identiteit. Deze Amerikaanse schrijfster betoogde in het kort dat er twee instellingen zijn in de mens. De 'mannelijke' daadkracht, prestatie, of wil, en de 'vrouwelijke' identiteit, bewustzijn, of 'zijn'. En dat als deze twee uit evenwicht zijn, een mens vervalt of in het 'valse mannelijke', namelijk een overdreven prestatiezucht en geldingsdrang (controle), of het 'valse vrouwelijke', namelijk een overdreven afhankelijkheid en passiviet. In een mensenleven is het vaak de vader die het 'mannelijke' communiceert, namelijk ons bevestigt in wat we doen, die bevestigt dat we onze plannen kunnen waarmaken, dat we in staat zijn om onze ideeën te verwerkelijken. Het is vaak de moeder die het 'vrouwelijke' communiceert, die ons bevestigt in wie we zijn, die onze identiteit als persoon verstevigt, zodat we weten dat we belangrijk zijn, gewoon om wie we zijn. (Deze rollen zijn natuurlijk niet strikt gescheiden, het gaat om het principe). Haar betoog vervolgde met de opmerking dat als we op een van deze gebieden tekortschieten, God erin wil voorzien. Dat wil zeggen dat een te actieve man (of vrouw) zich moet openstellen om van God bevestiging te ontvangen voor zijn/haar identiteit, en dat een te passieve vrouw (of man) haar/zijn wil door God mag laten aanraken.
Toen ik dit las, ging er bij mij een licht aan. Er zaten twee kanten aan de medaille. God was er niet alleen verantwoordelijk voor dat ik het juiste 'wilde', hij was er ook voor verantwoordelijk dat ik het 'deed'. Ik was ook afhankelijk van God voor de uitvoering, niet alleen voor het verlangen.

Dat wist ik eigenlijk al lang, natuurlijk, want het staat in Filippenzen 2:13: "Het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt." Zowel het willen als het handelen. Allebei!
Maar in het vers daarvoor staat aan de andere kant: "Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God."
Het is dus geen kwestie van lui achterover hangen en wachten tot je ledematen vanzelf gaan bewegen en je het goede gaat doen. God vraagt van ons een actieve betrokkenheid. We moeten het actief willen, ons actief voor hem openstellen en ernaar zoeken zijn weg te gaan. We moeten actief afhankelijk zijn. Dan maakt hij het allebei voor ons werkelijkheid, zowel het willen als het werken.

Mijn bericht over God als goede of kwade politieagent handelde over onze motivatie. God wil niet dat we ons leven baseren op angst voor straf maar op basis van liefde voor God en de naaste (ons verlangen naar het goede koninkrijk). Als we dat koninkrijk binnengaan, verandert onze identiteit (dan worden we heiligen, Gods onderdanen). Maar onze motivatie kan niet door het fantastische visioen van Gods bedoelingen worden veranderd, als we ons er niet voor openstellen. Als we onze ogen niet opendoen. Daarom zegt Jezus keer op keer: "Wie oren heeft, die hore!" Zolang we onze oren en ogen stijf gesloten houden, krijgt Gods liefde geen kans om door te dringen, en blijven we stug op onszelf en onze eigen kleine belangen gericht. Dan blijven we werken uit religieuze, wettische motieven, uit angst of trots, maar niet uit de acceptatie die straalt uit de liefdevolle ogen van God.

Het andere aspect is de kracht waaruit we leven, waarmee we onze nieuwe identiteit vormgeven.
Want zelfs al hebben we onze ogen en oren geopend, en willen we uit de passiviteit komen en actief gaan liefhebben, en zelfs al willen we afraken van onze prestatiedrang en controleneigingen: we kunnen het niet zelf werkelijkheid maken. Zonder God kunnen we helemaal niets doen. De geest is door het vlees krachteloos, zegt de bijbel. Alleen het goede 'willen', is niet voldoende. We moeten het ook kunnen. Daar zit hem de pijn van de zondeval, waarbij de mens zijn afhankelijkheid van God heeft opgegeven, omdat hij dacht zelf zijn leven te kunnen vormgeven (kracht) volgens zijn eigen waardeoordelen (motivatie). Hij dacht dat hij God niet nodig had en sloot zijn ogen en zijn hart. Daardoor raakte hij zijn vrijheid kwijt. Hij zette zijn eigen kracht in om het verkeerde te bereiken en ging daardoor hard op weg naar onvrijheid, controle, passiviteit, in een woord: de dood. De enige manier waarop de mens van dat pad kon worden afgebracht, lag niet in zijn eigen mogelijkheden, maar kwam van buitenaf: een ingrijpen van een macht buiten onszelf.
De vorm die dat ingrijpen van God in onze werkelijkheid aannam, was de incarnatie, de dood en opstanding van Jezus. Zijn vereenzelviging met ons in de dood en onze vereenzelviging met Hem in zijn opstanding zijn onze redding. Het was niet iets wat wij deden (wat de mens deed was hem aan het kruis nagelen), maar helemaal Gods initiatief. Dat betekent dat ook de verandering van onze gerichtheid, de vervulling van ons verlangen en de uitvoering van onze wil afkomstig zijn van God. Niet alleen het willen, ook het handelen. Zoals in Romeinen 8 staat: "In ons wordt volbracht wat de wet van ons eist ... niet door onze eigen natuur, maar door de Geest." De Geest, de uitvoerende persoonlijkheid van God, laat ons zien dat wat God voor ons wil het goede is, en bewerkt in ons tegelijkertijd de realiteit van wat de wet bedoelt.
Kortom, we zullen pas gaan geloven als we zien dat wat God voor ons bedoelt goed is (als we ernaar verlangen). En alleen God kan ons dat laten zien, als wij bereid zijn onze ogen te openen. Maar geloven houdt tegelijk in dat we op God vertrouwen om dat te krijgen wat goed is, dat we voor onze heiligheid afhankelijk zijn van God, dat we erop te vertrouwen dat Hij doet wat Hij heeft belooft. Het teken dat God doet wat hij belooft, dat we daadwerkelijk op Hem kunnen vertrouwen, zijn de dood en opstanding van Christus: niet voor niets zegt Paulus in 1Ko15 dat als Christus niet was opgestaan ons geloof zonder inhoud is: we zouden in een illusie vertrouwen. De opstanding geeft zekerheid.
En de andere kant op: vanuit het besef dat onze kracht van God afkomstig is en niet van onszelf, mogen we met volle overgave gaan leven in het koninkrijk. We zullen namelijk weten dat hoe hard we ook werken, God verantwoordelijk is voor het eindresultaat. Dan zullen we de woorden spreken die God ons geeft, en zal wat we doen worden gedaan als uit kracht van God. Dan zullen we niet meer bezorgd zijn over de resultaten of uitkomsten van ons harde ploeteren, niet langer zeggen 'what's in it for me', maar 'voortgaan van kracht tot kracht' tot we voor God verschijnen in Sion (om maar weer een bijbelse allusie te gebruiken).

De term 'vlees' in de bijbel duidt dus niet op biefstuk, maar is een aanduiding van wat wij als mensen doen uit een vertrouwen in onze eigen kracht, in wat we door onze eigen inspanning kunnen bewerkstelligen (dus wijst het niet alleen op losbandigheid (vleselijkheid, zoals religieuze mensen het vaak interpreteren), maar duidt het juist op religieus gedrag, wat niets anders is dan het door eigen inspanning proberen te vervullen van Gods geboden. De Farizeeën waren vleselijker dan de prostituees en belastingambtenaren in Jezus' tijd.). Als  als we vertrouwen op de Geest, zullen we daarentegen vrucht dragen: het karakter van God (liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing). Tegen deze dingen is geen wet, zegt Paulus in Galaten 5. De maatstaf die ons veroordeelt als we op onszelf vertrouwen (omdat de wet laat zien dat we onszelf niet wezenlijk kunnen veranderen, zelfs als we dat willen), is dus krachteloos als we op God vertrouwen, omdat onze rechtvaardigheid van de Rechtvaardige afkomstig is.
De eigen gerechtigheid zal in het oordeel verbranden. De opbrengst van onze eigen inspanningen, de vrucht van het vlees, kan het koninkrijk van God niet binnenkomen en is dus gedoemd te verdwijnen, net als degenen die op hun eigen kracht vertrouwden om hun verlangens te vervullen. Maar wie op God vertrouwt, wordt door Hem bekleed met glorie: zijn of haar daden van gerechtigheid, zijn of haar glans en schijnsel is een geschenk van God. Wie niet op God wil vertrouwen, blijft echter op weg naar de afgrond van de Godsverlatenheid, wat de bijbel de 'buitenste duisternis' noemt, de tweede dood.

Wat is dus onze verantwoordelijkheid? Daar schreef ik over in mijn andere bericht: 'Wat kan ik eraan doen?': als God ons verantwoordelijk houdt voor ons leven, en we tegelijkertijd niet ons leven kunnen veranderen, wat is dan onze verantwoordelijkheid? Dat we onze machteloosheid toegeven en om hulp vragen. Niet meer en ook niet minder.

zondag 20 december 2009

Filmbespreking: Ponyo on the cliff by the sea


Wat als Andersens De Kleine Zeemeermin een meisje van vijf was? Haar vader een teleurgestelde menselijke tovenaar? Haar moeder een zeegodin? Haar prins een jongetje in een Japanse kustplaats? En wat als ze in staat was een gat in de wereld te openen waardoor uitgestorven zeewezens in onze wateren tevoorschijn komen?

Het antwoord is zoiets als de tekenfilm Poyo on the cliff by the sea, of in het kort: Ponyo, de nieuwste film van Hayao Miyazaki. Hij wordt wel eens de Japanse Walt Disney genoemd, maar die vergelijking doet hem mijns inziens tekort, vooral als je het hebt over de Disneyfilms van de laatste jaren. Hooguit de films van Pixar komen enigzins in de buurt van de meeslepende verhalen, goed ontwikkelde karakters en prachtige beelden van de films van Miyazaki. En ook hier gaat de vergelijking mank. De Pixar-films zijn eenvoudiger, minder gelaagd en de werelden die ze tonen zijn minder bizar (maar tegelijk wonderlijk en aansprekend) als deze. Bovendien kiest Miyazaki (met zijn studio Ghibli) onderwerpen voor zijn films waar men bij westerse studio's niet eens aan zou denken: middeleeuws Japan (met reuzenzwijnen en natuurgoden), postapocalyptische landschappen (met reuzeninsekten en robotten), vliegende forten, Europese steden waar heksen boodschappen rondbrengen, een koninkrijk van katten of een alternatieve middellandse zee waar een piloot met een varkensgezicht op luchtpiraten jaagt. Alle films van deze schrijver en tekenaar die ik tot nu toe gezien heb, spraken tot mijn verbeelding, schiepen omgevingen waar ik in wilde verdwijnen, en brachten onderwerpen aan het licht om over na te denken. Ondanks steeds terugkerende thema's (sterke heldinnen, bezorgdheid voor het milieu, vliegtuigen en vliegscenes) is elke film van Miyazaki iets totaal nieuws. Wat wel steeds geldt, is dat ze mooi getekend zijn (realistischer dan sommige andere animefilms met grote ogen en overdreven bewegingen), prachtige achtergronden bevatten en karakters die je sympathie opwekken, zelfs de (zogenaamde) schurken.

Dat geldt ook voor deze film, hoewel de tekenstijl (zonder hulp van computers) wat eenvoudiger is dan anders. De achtergronden zijn minder gedetailleerd, maar dat geldt niet voor de personen. Over elke beweging, elke gezichtsuitdrukking is nagedacht. Hoe personen bewegen en wat ze zeggen, het voelt echt (ook al zijn de gebeurtenissen om hen heen fantastisch). De kinderen zijn echt kinderen, de vrouw wiens man op zee is, is gefrustreerd zoals ze dat in het echt waarschijnlijk zou zijn. En de prehistorische vissen zien eruit als prehistorische vissen (hoewel er volgens mij een paar verzonnen zijn). Het verhaal is vrij eenvoudig en vergeleken met andere films staat er weinig op het spel. Maar wat er op het spel staat is genoeg, gezien vanuit de visie van een kind van vijf: een vriendschap, een afwezige vader, een moeder die aan de andere kant van het water is. Het is erg belangrijk voor iemand die zich kan opwinden over het vinden van een goudvis, en die een boot vouwt voor een bejaarde in het opvangcentrum waar zijn moeder werkt. Deze film is dan ook geschikt voor kinderen (hoewel er wel een paar indrukwekkende scenes zijn).
Er zijn enkele overeenkomsten aan te wijzen tussen deze film en Avatar. Ook hier staat het milieu op het spel, en strijdt de zee (ironisch genoeg ook hier vertegenwoordigd door een mens) tegen de vernietigende invloed van de mensheid. De beelden van vervuiling in de haven spreken boekdelen. Ook hier maakt iemand de oversteek van de ene wereld naar de andere. Zelfs het slot was in beide films even abrupt. Maar de oplossing hier is niet een totale oorlogvoering, maar juist verzoening. Erg mooi.

Ik heb ze al eens genoemd: de prehistorische vissen (voor wie mij kennen behoeft mijn enthousiasme geen nadere uitleg). In haar transformatie van vis tot meisje brengt Ponyo de macht van de zee in beweging. Vloedgolven overspoelen het stadje van Sosuke (de jongen die haar in visvorm had gered en voor wie ze haar nieuwe vorm aanneemt). Met de golven komen vissen tevoorschijn die de wereld miljoenen jaren niet heeft gezien: kwastvinnigen, kaakloze vissen, onbeschrijfbare wezens, trilobieten, zeeschorpioenen enzovoorts (sommige bij hun correcte wetenschappelijke naam genoemd). Kalm zwemmen ze over de verlaten kustweggetjes, kronkelen ze tussen boomtakken en vullen ze de straten van de stad. Een bizar, maar tegelijk eindeloos boeiend, schouwspel. Ik moest denken aan een stripboek dat ik ooit heb gelezen uit de serie Ragebol (De droom van de walvis), waarin ook beelden voorkwamen van vissen die door een stad zwommen, in de rij voor het stoplicht, of in plaats van trams over de rails. Bijna twintig jaar nadat ik dit verhaal in de bibliotheek heb gelezen, komen die plaatjes nog terug in mijn dromen.
Wat maakt deze beeldtaal zo krachtig (niet alleen voor mij, maar blijkens deze film ook voor iemand als Hayao Miyazaki)? Het heeft volgens mij te maken met het onwerkelijke effect van het zien van vissen op een plek waar je die niet verwacht. De wereld onder water komt op ons gewoon al vreemd en anders over: er zijn dieren die op planten lijken, vissen in de meest vreemde vormen, veelpotige krabben en kreeften, en nog veel meer levensvormen die we niet kunnen thuisbrengen. En om die hele vreemde wereld dan te zien op een plek die voor ons zo gewoon als wat is: onze stad, met zijn bekende straten, huizen, winkels en auto's, waar we gewoonlijk zonder ze te zien aan voorbijlopen, doet ons met een schok ontwaken. Opeens gaan we weer bewust kijken naar de wereld om ons heen. Die is namelijk bijzonder, ook zonder bizarre prehistorische vissen. Anders gezegd: de ervaring van verwondering en bewondering die we krijgen bij het snorkelen (boven een koraalrif of in de middellandse zee of gewoon in een plas of meertje), ervaren we nu in onze dagelijkse omgeving. Er vindt een transformatie plaats (in deze film vrij letterlijk en meerdere malen), en onze wereld zal nooit meer dezelfde zijn.
Het is een beetje vergelijkbaar met het effect van sneeuw. Als de straten van de stad wit zijn, als je overal sneeuwpoppen ziet en kinderen op sleeën, waar anders de gebruikelijke studenten voorbij fietsen, ga je met andere ogen naar je omgeving kijken. Je krijgt nieuwe ogen. Ik geloof dat we als christen altijd op deze frisse manier moeten kijken naar de wereld en de mensen om ons heen. We moeten ons blijven verwonderen, over alles en iedereen. En een film als deze helpt daarbij.

As je nog een mening nodig hebt behalve de mijne: hier is de bespreking van Steven Greydanus. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik een paar opmerkingen van hem heb overgenomen, dus hoor ik te verwijzen naar het origineel!

muziekvideo's voor zondagmiddag

Een aantal muziekvideo's voor als je op zondagmiddag door de sneeuw binnen moet blijven:

Van artiest Tobymac (ooit bij DCTalk): "Lose my soul". Ik wil niet de wereld winnen en mijn ziel verliezen. Goede boodschap. Met black gospel artiest Kirk Franklin. Van DC Talk: My friend, so long, geschreven na de geruchten dat een van hen solo zou gaan. Vrij absurd, maar ik vind hem wel gaaf. Oh en deze variant op 1984 spreekt me ook aan: You Consume Me.

Een klassieker van de Newsboys: Love, Liberty, Disco. Deze spreekt me aan omdat hij heel goed de tranformatie laat zien die optreedt als je het koninkrijk van God binnenkomt. Goede dansmoves. Oh, en eentje met een sciencefiction-feel: Take me to your leader.

Het nummer dat me naar rock deed luisteren. Bright Red Carpet van All Star United. Mijn broers zongen hem op een vakantie. De kritische tekst sprak me vooral aan. En toen ook de muziek. Ook van deze, die het Amerikaanse welvaartsevangelie op de hak neemt: La La Land.

De zon scheen in mijn aquarium

En dan zie je dit: van boven naar beneden: Neolamprologus multifasciatus bij hun schelpen, Pseudomugil furcatus (die zwemmen zo snel dat het moeilijk is ze op de foto te krijgen), Paracyprichromis brieni (mannetje), en nog eens de Neolamprologus multifasciatus in een gevecht verwikkeld (ik heb drie mannetjes, dan krijg je dat).




 
 
En als toegift nog een prachtige zonsopkomst.