dinsdag 8 februari 2011

Fantastic Voyage, slangenevolutie, hamsterrobots, christensingles, andersdenkenden

Een regisseur voor de re-make die ik het liefst wil zien, namelijk de nieuwe verfilming van Fantastic Voyage, over een onderzeeër in de bloedbaan van een mens. Ja, ik blijf biomedisch wetenschapper.

Een van de klassieke tussenvormen in de evolutie: een slang met pootjes. Röntgenonderzoek lijkt erop te wijzen dat slangen toch afstammen van op het land levende hagadissen en niet van mosasaurussen of andere zeedieren.

Over evolutie gesproken: Steven Spielberg produceert een nieuwe TV-serie met dinosaurussen! Niet helemaal paleontologisch verantwoord, want 85 miljoen jaar geleden leefden er geen brachiosaurussen.

John C. Wright probeert te classificeren wat christelijke science fiction is. Zijn conclusie: alleen C.S. Lewis blijft over :-).

Een door een hamster aangedreven robot ... (op basis van de windwezens van een Nederlandse kunstenaar).

De Naked Pastor legt uit dat hij ondanks alles redenen heeft om van de kerk te blijven houden.

Valentijnsdag komt eraan. Niet de dag waar singles het meest naar uitkijken. Ik in elk geval niet. Gelukkig heeft Tim Keller wat goede dingen tot ons te zeggen: "Christianity was the very first religion or world-view that held up single adulthood as a viable way of life. Jesus himself and St. Paul were single.  One clear difference between Christianity and Judaism [and all other traditional religions] is the former's entertainment of the idea of singleness as the paradigm way of life for its followers ...The gospel frees singles from the shame of being unmarried they find in conservative cultures. Their truest identity is in Christ and their assured future hope is the kingdom of God."

Meer voor singles op de blog Out of Ur: "There is nothing more holy, righteous, or godly about marriage than there is about singleness. Nothing. They are both equally good before God. That’s Paul’s message in 1 Corinthians 7. If you’re married, that’s wonderful. If you’re single, that’s wonderful too."

Iets waar ik mij wel eens het hoofd over breek, is waarom verschillende christenen op verschillende manieren over God en over theologie denken. Ik ben altijd geneigd te zeggen dat een enkele manier de juiste is, maar is dat wel zo? Volgens blog Experimental Theology is onze 'theologische wereld' verschillend omdat wij verschillend zijn. We hebben namelijk elk een andere 'obsessio' (de levensvraag waarvan we 's nachts wakker liggen), en ook elk een andere 'epiphania' - het antwoord op onze vraag, dat te goed lijkt om waar te zijn. "No world is "better" than the other, although I expect we each favor our own. The main point is that we are different. And each of us has a bit of the truth."

zondag 6 februari 2011

Filmbespreking: Tron Legacy

Het zal niemand die mijn blog leest, zijn ontgaan dat ik nogal een filmliefhebber ben. Ik volg het nieuws op de filmwebsites fanatiek en lees alles over interessante films die in productie zijn. Dat zorg er voor dat mijn verwachtingen soms hooggespannen zijn. Soms (zoals in het geval van Avatar of de laatste Star Trek-film) overtreft het eindproduct mijn verwachtingen, soms wordt ik teleurgesteld. Dat was helaas het geval met Tron Legacy. De oorspronkelijke Tron-film uit 1982 was de eerste film die computerbeelden gebruikte als achtergronden. Met techniek die nu overtroffen wordt door de processoren in de eenvoudigste smartphone creëerden de makers een fantasievolle, gestileerde andere wereld, waarin processen die zich afspelen in een computer werden weergegeven in menselijke vorm. Dit werd gecombineerd met een vrij sterk verhaal, over een computergebruiker die de bevrijder wordt van een samenleving onder controle van de Master Control Program. Hoewel de karakters niet al te sterk waren neergezet en de dialogen niet echt diep gaan, en volgens sommigen het verhaal op sommige plekken wat saai is, blijf ik steeds gefascineerd door de originele wereld waar het zich in afspeelt. De ‘solar sailer’ - een soort vaartuig dat zich voortbeweegt op een straal van licht, en de ‘light cycle battles’ zijn ook 29 jaar na dato nog fris. Ik blijf ook interessante parallellen zien met het christelijke geloof: waarbij de schepper zijn wereld binnenkomt en zich opoffert om onderdrukking te beëindigen.

Tron Legacy zal over 29 jaar door niemand herinnerd worden. Ten eerste is het in een wereld van Avatar, Lord of the Rings en The Matrix niet meer zo makkelijk de grenzen te verleggen op het gebied van computereffecten en de weergave van een andere wereld. Tron Legacy is mooi ontworpen (de regisseur is architect), en om de ‘eye candy’ zal ik de film zeker nog kijken op blu ray, maar echt wereldschokkend is het niet. Bovendien weerspiegelde het design in de eerste film het feit dat het ging om een wereld in de computer: de oplichtende lijnen waren stroomverbindingen, de patronen op de pakken van de programma’s leken op bedrading. De figuren waren programma’s die door de kijker werden waargenomen als mensen, maar die niet mensen waren. Deze film gaat meer over een virtual reality, een wereld die is ontworpen om eruit te zien als de onze, met programma’s als bewoners die zijn ontworpen om er als mensen uit te zien. Hun lichtgevende pakken zijn geen representatie van hun programmatuur, het zijn gewoon kleren. Dat maakt deze wereld een stuk minder interessant, in mijn nederige opinie.
Het verhaal van de nieuwe film lijkt best veel op dat van de oude, maar is minder samenhangend. Wat bijvoorbeeld de ISO’s zijn wordt nooit echt duidelijk, en waarom zij de wereld, filosofie, geneeskunde en religie zouden veranderen wordt niet uitgelegd. En ook hier zijn de karakters niet al te sterk. Hoewel de thema’s van de film aangrijpend zijn, voelde ik me er niet emotioneel bij betrokken. Het verhaal bleef op afstand. Zelfs de hulp van de schrijvers van Pixar, die de kijker kunnen laten meeleven met speelgoed, monsters, auto’s en zwijgzame robots, kon dit niet verhelpen. En volgens mij is er een verband met de religieuze parallellen in het verhaal. Waren er in de eerste film vooral parallellen met het christelijke verhaal, deze film gaat meer uit van een zenboedhistische filosofie, met een flinke dosis gnostiek. En dat levert mijns inziens minder sterke verhalen op.

Sam Flynn, een jonge man die vrij doelloos door het leven zwerft, krijgt op een dag een bericht van zijn vader, die twintig jaar geleden opeens spoorloos was verdwenen. Het voert hem naar de verlaten speelhal, die zijn vader exploiteerde voor hij directeur werd van een groot softwarebedrijf. In een verborgen kantoor ontdekt Sam een computer die na twintig jaar nog steeds blijkt te draaien. Nieuwsgierig als hij is, probeert hij te achterhalen waar zijn vader zo lang geleden mee bezig was. Hij activeert echter een programma waardoor hij de wereld van de computer wordt binnen gezogen. Gedesoriënteerd als hij is door de plotselinge overgang wordt hij opgepikt door een groot, gloeiend apparaat en naar een spelarena gebracht, waar hij op leven en dood blijkt te moeten strijden tegen Clu, een programma dat sprekend lijkt op zijn vader van twintig jaar geleden. Hij wordt gered door het knappe meisje Quorra, die hem meeneemt naar een verborgen schuilplaats. Daar ontmoet hij zijn werkelijke vader, die zich al die jaren heeft verborgen voor zijn dubbelganger. Het blijkt dat Clu een programma was, door Kevin Flynn naar zijn evenbeeld geschapen met de opdracht een perfecte wereld te creëren. Maar toen materialiseerden in de virtuele werkelijkheid van de computer plotseling de ISO’s - intelligenties die niet waren ontworpen, of gemaakt. Hun oorsprong uit de chaos bedreigde de perfectie die Clu nastreefde, wat de aanleiding was voor een gruwelijke zuivering. Sindsdien regeert het programma met harde hand over een totalitaire samenleving, waar hij zijn onderdanen oproept in opstand te komen tegen hun schepper, en tegen de ‘gebruikers’ in het algemeen, die hen gevangen houden in een beperkte wereld. En hij is van plan zijn regering uit te breiden tot de wereld buiten de computer. Ondertussen weet niemand wat er nou eigenlijk gebeurd is met Tron, het trouwe programma dat in de eerste film vocht voor de gebruikers ...

Ik vind het altijd leuk om te zoeken naar de levensbeschouwelijke achtergrond van de boeken die ik lees en de films die ik zie. Op welke filosofie is het verhaal gebaseerd, en hoe beïnvloedt dat de gebeurtenissen? Je kunt er eindeloos over filosoferen. In dit geval wist ik uit interviews al dat acteur Jeff Bridges bewust een zeker ‘Zen’-bewustzijn had toegevoegd aan zijn karakter Kevin Flynn. Als we hem voor het eerst ontmoeten in de wereld van de film zit hij in een meditatiehouding, omgeven door ‘omhoog zwevende deeltjes’. Het meisje Quorra noemt zich zijn leerling. Wat ze van hem leert, is zichzelf leeg te maken, het zelf uit de vergelijking te verwijderen, het zelf op te geven. Ze leert de stilte te zoeken. Al tijdens het kijken van de film moest ik denken aan de latere verhalen van William Horwood over Duncton Wood (recensies op mijn vorige blog hier, hier en hier). Zoals ik in mijn recensies uitleg, was Horwood ooit christen - en in de eerste, meeslepende Duncton-boeken is dat terug te zien. Hij raakte echter teleurgesteld in de kerk, waarbij hij zag wat christenen elkaar in naam van hun religie kunnen aandoen. En terecht, voeg ik er aan toe - ik zie dezelfde dingen en ben er ook teleurgesteld over. Zijn weg bracht Horwood ertoe zich te identificeren met het Boedhisme. En dat is weer terug te zien in de latere Duncton-boeken, waarbij het karakter Privet zich in zichzelf opsluit om de stilte te zoeken. Ze sluit zich af van relaties en van vreugde. Ze kiest ervoor niet te handelen. En dit is wat de dictatoriale regering van de Newborns omver moet werpen. In deze film doet Kevin Flynn hetzelfde. Als hij gaat mediteren, zegt hij: “Ik ga op de hemel bonzen en luisteren naar de echo.” Hij heeft geen contact met een persoonlijke God, die met hem communiceert, waardoor hij groeit in persoonlijkheid - het enige wat hij hoort is de echo van zichzelf. En wanneer zijn zoon hem vraagt wat ze nu moeten doen, antwoordt hij: “Niets. We blijven waar we zitten. Omdat Clu het initiatief heeft genomen, bepaalt hij nu het spel. De enige zet waarmee we kunnen winnen, is door te weigeren te spelen. We wachten tot Clu zichzelf vernietigt.” Volgens mij wordt dit wel de ‘Via negativa’ genoemd - de weg van de leegte. Ik vond dit vier jaar geleden al een onbevredigende verhaallijn. Zoals ik schreef over de Dunctonverhalen: "Het klinkt heel 'geestelijk': afscheid nemen van je zelf, je eigen natuur, maar ik geloof niet dat deze gedachte christelijk is. Hij stemt eerder overeen met het boedhisme. Deze godsdiest leert namelijk net als het Hindoeisme (ten minste voor zover ik het heb begrepen) dat onze individuele ziel hetzelfde is als de wereldziel en dat onze geestelijke reis ten doel heeft dat te erkennen. Het doel van meditatie is vervolgens te ervaren dat je eigen ziel in de wereldziel opgaat. En de uiteindelijke verlossing bestaat eruit dat de individuele ziel opgaat in het geheel, als een druppel in een oceaan van het al. Het einde van de individualiteit. Het christelijk geloof leert iets heel anders, namelijk dat de mens als individu naar het beeld van God is geschapen en dat God ons als individu wil herstellen naar Zijn Beeld. Hij wil niet dat we onze individualiteit kwijtraken of minder onszelf worden. Hij wil juist dat we steeds meer worden zoals Hij ons bedoeld heeft, uniek en helemaal onszelf. Hij wil niet dat we samensmelten met hemzelf, als een soort onpersoonlijke massa, nee: hij wil juist ieder van ons individueel liefhebben."

Ik zit hier op dit moment bij de Coffee Company uit te kijken op een poster van een Boedhabeeld, die in dezelfde kleermakerszit zit als Kevin Flynn in de film, met de handen in de schoot en de ogen gesloten. Hij heeft zich afgesloten van de wereld, van relaties. Hij kan zich niet meer laten bewegen door de noden van de werkelijkheid en de behoeften van zijn medemensen. Hij kiest tegen persoonlijkheid. Maar de christelijke heiligen hebben, zoals Chesterton zegt, hun ogen daarentegen wijd open. Ze hechten waarde aan persoonlijkheid, aan diversiteit, aan het ‘ik’. Ze zien betekenis in de werkelijke wereld, in schoonheid, in vormen, en vinden die betekenis belangrijk genoeg om ervoor in actie te komen, ervoor te strijden, ja, zichzelf ervoor op te offeren.
Ja, ook Jezus riep zijn volgelingen op om zichzelf te verliezen, om bereid te zijn te sterven. Maar niet als doel op zich. Hij stelt dat wie bereid is zijn leven op te geven, het zal vinden. Wie zijn familie, vrienden en bezit durft los te laten, er geen claim meer op legt, zal ze terugvinden, in dit leven al en in de toekomst het eeuwige leven. Wat ik bedoel: Jezus zegt niet dat mensen zichzelf moeten wegcijferen omdat ze niet belangrijk zijn, en vrede kunnen vinden in het niets. Hij zegt het niet omdat er geen echte waarheid is, en betekenis slechts een illusie. Hij zegt dat omdat de wereld buiten hen juist wel betekenis heeft, en de waarheid een werkelijkheid is! Hij zegt het omdat mensen belangrijk zijn, en mensen helemaal zichzelf worden als ze de wereld buiten zichzelf liefhebben (in plaats van zich ervoor af te sluiten). Christenen kruipen niet weg in zichzelf, maar richten zich op de naaste, de persoon buiten zichzelf. En uiteindelijk gaan ze een weg aan met de Persoon buiten zichzelf. Als christenen op de hemel bonzen, horen ze niet een echo uit een lege hemelkoepel, maar horen ze de luide galmende stem van een Persoon. De meest aanwezige concrete persoonlijkheid die er is. En in de relatie met die Persoon die werkelijk IS, worden christenen zelf personen die werkelijk zijn, zelf ook concreet en aanwezig. Jezus’ weg is dus een Via Positiva - een weg van aanwezigheid, van bestaan, van concrete keuzes. Een weg van hoop.

Die hoop miste ik in het einde van deze film (pas op: ik verklap hier het einde). De wereld die door het computerprogramma Clu was veranderd in een duistere, dictatoriale samenleving, werd niet in zijn oude glorie hersteld. Clu beschuldigt Kevin Flynn ervan dat hij alleen maar heeft gedaan wat zijn opdracht was. Kevin neemt de verantwoordelijkheid op zich - hij (de Schepper van deze wereld) dacht dat een perfecte wereld mogelijk was. Maar hij heeft ondertussen geleerd dat dit niet mogelijk is. Acceptatie van imperfectie, van wat is, is in zichzelf de perfectie. Uiteindelijk omarmt hij Clu en de twee smelten samen. Daarbij komt aan hen allebei een einde, en ook aan de wereld die Kevin Flynn had gemaakt. Alles wordt uitgewist en een vormeloze zee blijft over. Ik vind dat een somber einde. In de eerste film offert Flynn zich op om een einde te maken aan het overheersende programma - en als aan diens regering een einde is gemaakt, komt de dode wereld weer tot leven. Lijnen van licht breiden zich uit over het landschap, alles begint weer te gloeien, en de programma’s vieren hun bevrijding. Dat einde sprak me aan, het deed me verlangen er in te delen.
In de nieuwe film worden de onderdrukte programma’s niet bevrijd (dat wordt in elk geval niet getoond). Hun bevrijding bestaat eruit dat ze ophouden te bestaan (in zichzelf een oosterse/Boedhistische gedachte). Dat is misschien een einde dat acceptabel is voor personen die hebben geleerd zichzelf uit de vergelijking te verwijderen, en hun eigen persoonlijkheid en uniciteit als onbelangrijk te zien. Maar voor christenen is niet-bestaan geen hoopvol einde. Christenen stellen dat bestaan altijd beter is en waardevoller dan niet-bestaan. Zijn is goed. Niet-zijn is slecht. Christenen verwachten de eu-catastrofe van het ‘happy end’ - ‘En zij leefden nog lang en gelukkig’ - de ‘wederoprichting van alle dingen’ waar Petrus over spreekt in Handelingen. Dat is een toekomst om naar uit te kijken. Dat einde maakt elk verhaal de moeite waard.

Wie op zijn knieen zit, ziet wat.

Vorige week was ik een dagje uit met mijn broers in R'dam - erg leuk en gezellig. Ik had ook mijn fototoestel bij me en zag rijp op het gras. Vervolgens vroegen mijn broers zich af waarom ik op mijn knieën zat.




En deze is om nog eens een keertje te laten zien hoe mooi mijn uitzicht kan zijn.

zaterdag 5 februari 2011

Boekbespreking: The Indigo King

Dat mensen van elkaar verschillen is een open deur. Dat weten we allemaal. Het betekent ook dat de verbeelding van mensen verschillend is. Wat mij aanspreekt, waar ik plezier an beleef, wat mij tot nadenken stemt, hoeft dat bij jou niet te doen en vice versa. Daarom spreekt het ene type boek de ene persoon aan en het andere type boek de andere. De boeken van James A. Owen passen erg goed bij mijn verbeelding. Ik kan namelijk wel eens behoorlijk associatief zijn. Lezers van mijn blog vinden ook in mijn theoretische beschouwingen verwijzingen naar films, boeken, stripverhalen  en wetenschappelijke weetjes. Ik heb wat ze noemen een brede interesse (dat zal iedereen die de links die ik doorgeef wel eens bekijkt ook zijn opgevangen). Ik ben geïnteresseerd in verhalen, in geschiedenis, in wetenschap, in andere planeten. Al de feiten en ideeën die ik verzamel probeer ik vervolgensmet elkaar in verband te brengen. Ik probeer ze te passen in een groter raamwerk. Bij elke grote nieuwe ‘ontdekking’ vraag ik me af wat daar de gevolgen van zijn voor de rest van mijn structuur van gedachten. Dat doe ik niet alleen op het hoge niveau van mijn levensbeschouwing, maar ook op verhaalniveau. Ik vond het bijvoorbeeld leuk om ‘cross over fan fiction’ te verzinnen: verhalen waarin ik de werelden van verschillende films of tv-series op een kloppende manier kon laten versmelten. Zo schreef ik zelf verhalen waarin Indiana Jones werd geconfronteerd met de zweep van de Balrog, of waarin hij terechtkwam op de verloren wereld van Arthur Conan Doyle (met dinosaurussen uit Jurassic Park). Ik verzon voor mijn broers een cross over tussen De Laatste Bazuin en de X-men, en The Matrix en Gladiator. Verhalen en theorieen die uiteenlopende werelden en gedachten bij elkaar brengen hebben mijn interesse.
Daarom geniet ik erg van verhalen als die van James A. Owen, waarvan ik op deze blog de eerste twee al een keer besprak. Ook het derde deel, The Indigo King, bevat weer die combinatie van Griekse mythologie, Arthurlegendes, bekende fantasy-schrijvers, sprekende dieren, alternatieve unversa en verwijzingen naar boeken (zo komt in dit verhaal Hank Morgan voor uit Mark Twains’ A Connecticut Yankee at King Arthurs Court). Het blijft ook leuk om te zoeken naar momenten en omgevingen die in de boeken van de hoofdpersonen terugkeren. En dit keer wordt het christelijk geloof aan de mix toegevoegd. Net als in de vorige boeken legt Owen slimme verbanden tussen al die verschillende werelden, waardoor ze bij elkaar lijken te horen. Hij schept een overkoepelende mythologie (zoals ik dat ook graag doe) waar al die verhalen onder vallen. Zijn karakters zijn niet bijzonder sterk, vind ik. De kracht van dit verhaal is het slimme spel met werelden van de verbeelding. En het plot bevat enkele erg interessante wendingen, waarbij wordt gespeeld met de verwachtingen van de lezer met name met betrekking tot de identiteit van de Winter Koning. Ook de door de auteur zelf gemaakte illustraties zijn prima. Maar dit deel liet mij helaas met een zure smaak in de mond achter.

Een voorwaarde voor het combineren van de verschillende verhalen en werelden in een enkel verhaal is namelijk dat je wel recht doet aan de afzonderlijke werelden. Natuurlijk mag je spelen met de historische feiten. Of Charles Williams op een bepaalde datum in Frankrijk verbleef vind ik echt niet zo belangrijk. Maar de kern van de historische personen en hun gedachtengoed moeten wel hetzelfde blijven, en hetzelfde geldt voor de mythologieën en verhalen - als je hun plot, hun kern ingrijpend moet veranderen om ze in je verhaal te verwerken, kun je net zo goed je eigen mythologie of verhaal verzinnen in plaats van een echt verhaal zo te verbasteren dat het niet meer als zichzelf herkenbaar is. En dat laatste is wat Owen in dit verhaal helaas doet met het christelijk geloof van zijn hoofdpersonen, en het verhaal van Jezus zelf.
Hij kon er natuurlijk niet omheen: het christelijk geloof moest een plek krijgen in zijn wereld. Dat heb je als je de Inklings kiest als hoofdpersonen voor je verhaal. Of feitelijker - de drie schrijvers die de ‘harde kern’ vormden van dit Engelse literaire gezelschap: Charles Williams, J.R.R. Tolkien en C.S. Lewis. Zij zijn misschien wel de belangrijkste christenauteurs van de vorige eeuw en vooral de laatste heeft een belangrijke rol gespeeld, niet alleen in de ontwikkeling van het fantastische genre, maar ook in de ontwikkeling van het christelijke denken. Tolkien was al van jongs af aan een overtuigd christen. Lewis was lang atheïst, en omdat de eerste twee boeken zich afspelen voor Lewis’ dertigste, hoefde Owen zijn geloof nog niet in de verhalen te verwerken. Maar in het nawoord van The Indigo King geeft de auteur aan dat dit verhaal expliciet is gebaseerd op het onder Inkling-kenners befaame gesprek tussen Lewis, Tolkien en Hugo Dyson. Hierbij stelde Lewis eerst dat mythes leugens waren - weliswaar door zilver geblazen, in literair opzicht mooi, maar zonder relatie met de werkelijkheid. Lewis werd dan wel geraakt door de mythe van de Noorse god Balder, maar omdat het verhaal niet waar gebeurd was, kon hij er verder niets mee. Aan de andere kant: het verhaal van Jezus kende hij wel, maar daar voelde hij dan weer niets bij. Tolkien en Dyson hamerden erop dat mythes geen leugens zijn, maar dat het pogingen zijn van mensen om over de werkelijkheid te spreken. En omdat mensen naar het beeld van God geschapen zijn, en putten uit de door God geschapen werkelijkheid, kan het niet anders of in de verhalen die ze over die werkelijkheid vertellen schemert iets door van de waarheid. Onze mythen, ik heb deze uitspraak van Tolkien vaker aangehaald, koersen, hoewel zigzaggend naar de ware haven. Ze verwijzen uiteindelijk naar de Ware Mythe, het Verhaal dat werkelijkheid blijkt te zijn.
Tolkien had het daarbij over de dood en opstanding van Jezus. Het verhaal van Jezus had dezelfde kracht als de mooiste mythes, die over dood en opstanding waar Lewis zich zo door aangesproken voelde, maar met dit verschil, dat het echt gebeurd was in een aanwijsbare tijd, op een aanwijsbare plaats. Het feit dat Jezus echt gestorven was, deed niets af van de mythische betekenis van zijn dood. “Het is niet moeilijk zich de bijzondere opwinding en vreugde voor te stellen die men zou voelen als een buitengewoon mooi sprookjesverhaal waar zou blijken te zijn,” zegt Tolkien in Over sprookjesverhalen. “De vreugde zou precies dezelfde hoedanigheid hebben, als de vreugde die de ’wending’ in een sprookje geeft ... Legende en historie hebben elkaar ontmoet en zijn versmolten.” C.S. Lewis geloofde al in ‘een’ god, maar na deze nachtelijke wandeling met zijn vrienden ging hij van het geloof in god over naar een zeker geloof in Christus - in de letterlijke waarheid en betrouwbaarheid van het christelijk geloof, of de ‘christelijke mythe’.

Owen zegt dat hij de kans om mogelijke belevenissen te verzinnen voor de Jack Lewis van zijn verhalen, die zouden samenvallen met het gesprek tussen Lewis, Tolkien en Dyson, niet aan zich voorbij kon laten gaan. Dus ontvangen Jack Lewis en John Tolkien in dit verhaal van hun vriend Charles Williams een boek uit de vroege middeleeuwen. Op de half afgescheurde voorste pagina staan een paar regels, geschreven met bloed. De tekst is ondertekend door hun vriend Hugo Dyson. De twee vragen Hugo langs te komen, en vertellen hem dat ze samen met Charles de zorg dragen voor het Imaginarium Geographica - de atlas van de Archipel der Dromen, de wereld van de verbeelding. Hugo kan het natuurlijk nauwelijks geloven. Om een fris hoofd te krijgen, maken de drie een wandeling langs Addisons Walk. Onderweg komen ze langs een deur, die zomaar tussen de struiken staat en lijkt uit te komen op een grasveld. Hugo denkt dat Jack en John hem voor de gek houden en stapt erdoor. Hij komt echter niet terug. En als de deur per ongeluk wordt gesloten, verandert plots de wereld rondom de twee vrienden (en twee pratende Dassen, die hen vanuit de Archipel ter hulp waren gekomen). Ze bevinden zich niet langer in een groen en vruchtbaar Engeland, maar in het duistere, bijna levenloze Albion, waar mythische monsters ronddolen en de weinige overgebleven mensen in angst leven voor de Winterkoning - de boosaardige Mordred die de schrijvers in de eerdere delen dachten te hebben verslagen. Ze ontmoeten hun vriend Charles, maar die blijkt hen niet te kennen, is een dief in plaats van een geleerde, en heet in deze werkelijkheid Chaz. De enige die hen herkent, is H.G. Wells (Bert). Hij is samen met Jules (Verne) per ongeluk in deze werkelijkheid beland, toen ze door de tijd reisden. Hun apparaat bevindt zich op het laatste overgebleven eiland van de Archipel der Dromen. Van daar uit moeten Jack, John en de onbetrouwbare Chaz op zoek naar dat ene moment in het verleden dat de geschiedenis veranderde ... De oplossing hangt samen met de mysterieuze identiteit van de kaarttekenaar en de Graal uit de Arthurlegendes.

Met deze uitgangspunten had Owen inderdaad een goede mogelijkheid om te laten zien dat onze wereld en de ‘Archipel van de dromen’ beiden hun oorsprong vinden in een ware mythe, en dat Jezus niet alleen de schepper van de wereld en de oorsprong van de mythen is, maar ook de vervulling ervan. Hij had daarvoor niet eens zelf christen hoeven zijn. Een van mijn favoriete SF-auteurs, John C. Wright, heeft ook de neiging om in zijn verhalen allerlei mythologieën te verwerken, en figuren te laten opdraven uit allerlei verhalen. Soms zijn die figuren christenen. Dan laat hij in elk geval die karakters hun geloof serieus nemen. Als zijn karakters christenen zijn, geloven ze ook wat christenen geloven. (Ook al is wat ze geloven volgens andere figuren in het verhaal en volgens de auteur misschien niet waar). Toen hij deze verhalen schreef was Wright atheïst. Hij verbaasde zich erover dat mensen dachten dat hij christen was, alleen maar omdat de christelijke karakters in zijn verhalen hun eigen geloof serieus namen. Volgens hem was dat noodzakelijk om hen overtuigende karakters te laten zijn. (Ironisch genoeg kwam Wright later inderdaad zelf tot bekering).
Ongeacht of Owen nu in God gelooft of niet. Hij zou in elk geval een verhaal moeten schrijven dat het geloof van zijn karakters ‘in karakter’ laat. Maar hij laat deze kans schieten. Hij kiest voor een beschrijving van de graal die meer overeenkomt met die van Dan Brown dan die van Indiana Jones, waarmee hij een andere Jezus neerzet dan waarin Lewis en Tolkien geloofden. En hij stelt dat mythes hun kracht krijgen doordat wij erin geloven. Ook de mythe van Jezus. En de suggestie is dat het niet uitmaakt of de mythes waar gebeurd zijn. De Jack van het boek concludeert uiteindelijk dat hij is gaan geloven dat de mythes meer zijn dan verhalen. Dat was niet de conclusie van de historische C.S. Lewis - die bleef geloven dat de mythes door mensen verzonnen verhalen waren, maar hij ging juist geloven dat de historische gebeurtenis van Jezus’ dood en opstanding meer was dan alleen een historisch gegeven, maar de Ware Mythe waar de verzonnen verhalen naar verwezen. Dat verschil is wat mij betreft erg groot. De Jack in het verhaal van Owen heeft aan het eind van de wandeling langs Addisson Walk niet een inzicht gekregen dat hem kan maken tot een van de belangrijkste apologeten van de twintigste eeuw. Hij heeft niet de robuuste overtuiging van het bestaan van God en de historiciteit van Jezus die de echte Lewis in al zijn werken ten toon spreidt. Deze Jack is een zwak aftreksel van de echte, omdat de waarheid waar hij in gelooft een zwak aftreksel is van de waarheid waarin de echte geloofde.
De uiteindelijke serie van ‘The Chronicles of the Imaginarium Geographica’ moet uiteindelijk zeven delen gaan tellen. Dat betekent dat ook momenten later uit het leven van Tolkien en Lewis in de verhalen voor gaan komen. Ik vraag me af hoe Owen het christelijke geloof van de historische Lewis en zijn rol als schrijver van populair theologische werken in beeld gaat brengen. Vooral omdat zijn eigen Jack die rol niet zou kunnen vervullen. Zoals ik al zei heeft Owen door het christelijk geloof (en wat het christelijke geloof over zichzelf zegt) niet serieus te nemen de integriteit van zijn fantasiewereld ernstig aangetast. Toch zal ik de volgende delen ook gaan lezen, al was het alleen maar om te zien welke verbindingen Owen nog meer weet te leggen tussen historie, mythe en fantasie.

vrijdag 4 februari 2011

Eerste huisdieren, bizarre planeten, Wolverine, iPhone en verandering

De hond was niet altijd de beste vriend van de mens. Het lijkt erop (na de opgraving van een 16.500 jaar oude begraafplaats) dat de vos die positie eerder bekleedde (hoewel vossen niet goed te domesticeren zijn).

Dit zonnestelsel is wel heel erg bijzonder: zes zware gasplaneten, waarvan vijf dichter bij de ster dan Mercurius bij de zon. Astronomen breken zich nog het hoofd over de vraag hoe zoiets mogelijk is. In de comments de suggestie: buitenaardse intelligenties die werken aan een zogenoemde 'Dyson Sphere' ... Dat vond ik direct aannemelijk klinken, wat bewijst dat ik teveel SF-verhalen lees. Dezelfde telescoop heeft trouwens vijf planeten van ongeveer de grootte van de Aarde gevonden, die zich bevinden in de 'bewoonbare zone' - op een afstand van hun ster waar volgens berekeningen vloeibaar water zou kunnen voorkomen.

Waarom reuzenpijlinktvissen zo geweldig zijn ... oftewel: awesomesauce!

De Saturnusmaan Titan vertoont een weersysteem dat lijkt op dat van de Aarde - nu ook met cirruswolken, hoog in de atmosfeer. Maar niet van waterijsdeeltjes, maar van ijsdeeltjes van exotische organische moleculen ...

Julia Roberts gaat waarschijnlijk de boze koningin spelen in de Sneeuwwitjefilm van Tarsem 'The Fall' Singh.

En een interview met Hugh Jackman over de volgende Wolverine-film. Die zich afspeelt in Japan. En waarvoor Jackman nog een stukje breder moet worden dan hij in de vorige film was.

Jason Morehead waarschuwt dat de iPhone niet in de plaats kan komen van echte communicatie: "I may use MMS and Twitter to coordinate a dinner with some friends in the space of a few characters—a very good thing. However, once we arrive at the restaurant, the iPhones get put away because nothing compares to a couple of hours spent reveling in each other’s company and lives; enjoying the jokes, both good and bad; sharing stories that are the more delightful because of their meandering nature; and enjoying conversations that don’t have to be condensed into 140 characters but can grow and sprawl unheeded and untended for hours."

Een interessante discussie op Internetmonk over de vraag of ons leven als christenen daadwerkelijk verandert. Mark Galli zegt: "Those who are truly being transformed into Christ find it fascinating to look not at what they’ve become (changed in this way or that) but at what they have yet to become. The so-called progress they’ve made is so paltry and so negligible compared to the surpassing worth of the vision that lies ahead of them—a vision of Jesus Christ in glory. That’s the end of the road of transformation—to look like that! So naturally, their small baby steps in this life are nothing to talk about. What’s really interesting is what they will become." Onze groei is een organisch proces: "If spiritual formation is really like growth, well then, we just grow! We eat, drink, exercise, go to school, live our lives. Then one day, grandma comes to visit and says, “My, look how you have grown!” And we get all red-faced and ask if we can go play with our friends."

Een aardig stukje over videogames van een voorganger die er een diepere betekenis in heeft gevonden. "These stories make me ask questions about parenting, about redemption, second chances, oppression, heroism, and a host of other ideas that I dont’ take enough time to consider in my day-to-day comings and goings ... As a Christian I must appreciate the stregnth of good storytelling and the importance of stories (especially true ones like those of the gospels). That’s why this pastor has found a little bit of time every now and again to enjoy a video game. Some of these stories do matter."

donderdag 3 februari 2011

De eerste tekenen van de lente

In de lunchpauze van de week viel mijn oog op de eerste tekenen van de komende lente!





En om het af te leren nog een mooie lucht ...

dinsdag 1 februari 2011

Overlevende dino's, vleesetende planten, nieuwe wolf, fundamentalisme, degeneratie

Bij elke ramp zijn er overlevers. Zo ook bij de ramp die het einde betekende van de dinosaurussen. Uit metingen aan bepaalde fossielen blijkt dat er dinosaurussen waren die 700.000 jaar na de meteorietinslag leefden ...

Vleesetende planten zijn cool. Dat wisten we natuurlijk al, maar nog niet hoe cool precies. Het blijkt dat ze verschillende manieren gebruiken om aan de extra voedingsstoffen te komen die ze nodig hebben om te groeien. Behalve het vangen van insecten zijn er soorten die plantenmateriaal verteren, maar ook soorten die samenwerking aangaan met dieren (vormen van symbiose). Zo is er een soort ontdekt die deels afhankelijk is van vleermuizen. Deze vleermuizen slapen in de bekers van deze bekerplant. De bekers zijn groot genoeg voor een vleermuis met jong (ze bevatten ook minder verterende sappen dan bekers van andere planten). De ontlasting van de vleermuis wordt vervolgens opgenomen door de beker als voeding. Fascinerend!

Nog niet alle diersoorten op onze planeet zijn bekend. Zo blijkt er nu in Afrika een nog niet eerder beschreven wolvensoort te leven.

Er zijn twaalf mensen op de Maan geweest, maar slechts twee op het diepste punt van de zee

Voor de filmliefhebbers en geeks: volgens deze tekenaar was het erg druk in de Mos Eisly Cantina.

Roger Leloup, tekenaar van een van mijn favoriete stripseries: Yoko Tsuno, is ook een modeltreinliefhebber, en schoot dit filmpje.

Op Jesus Creed wordt gesproken over fundamentalisme, waarvan angst de drijvende factor is. Maar uiteindelijk schiet angst als motivator tekort. "Fear can carry me only to a point. Fear can inform wisdom, but it can also incapacitate, render one couch-bound, cross-legged, moaning, head-bobbing, wallowing in depression. Fear can wake you in the night, fraught, sweaty, vividly imagining burning lakes. That of course, is not God’s endgame, not the response God desires. He desires our love, and if the fear is too heavy, it can crush love."

Lees vervolgens het artikel op Internetmonk over intimiteit met God, waar angst geen rol bij speelt: "The way we enter into intimacy with God is by trust. By faith. Not by doing good things, right things, proper things. Trust in him alone. And this brings us back to grace, that word and concept we have so much trouble with. We want to balance grace with what we need to do. “It’s not all grace,” someone will write in the comments to this. Wrong. It is all grace. Grace, grace, God’s grace. Grace that is greater. Grace that is sufficient. There is no other way to have an intimate relationship with God. He wants to be our lover, not our employer. Your timecard of good works no longer merits you a thing. Throw it away."

Een oud-studiegenoot van me schrijft over een van de creationistische boeken die ik vroeger ook heb gelezen, waar tegenover de evolutietheorie een degeneratietheorie werd geplaatst: "Tenslotte vind ik dat het idee van evolutie veel meer bij een intelligente God past dan degeneratie. Het idee dat er miljoenen soorten zijn die in continue ontwikkeling zich aan elkaar en aan hun leefomgeving aanpassen, om zo tot op de huidige dag de aarde met leven te vullen, is zoveel meer eleganter dan het idee dat alle soorten, en daarmee het leven op aarde, aan het vervallen zijn."