Posts tonen met het label geheimen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geheimen. Alle posts tonen

vrijdag 8 april 2011

Blast from the past 3: ‘Knowing is half the battle’

Mijn broers en ik keken op zaterdagmorgen, terwijl mijn ouders nog sliepen, altijd tekenfilms op televisie. We waren vooral fan van het oer-Amerikaanse G.I. Joe - een serie over een team soldaten met een eigen basis die streden tegen de terroristische organisatie Cobra. Ons enthousiasme ging zo ver dat we eigen stripverhalen tekenden over deze karakters, en in het bos speelden dat we zelf de dappere avonturiers van G.I. Joe waren. Wees gerust, dit bericht wordt geen diepgravende analyse van deze (toch wel enigszins ‘cheesy’) tekenfilms, en ook geen onderzoek naar de onderliggende thema’s van de verfilming van twee jaar terug (zinkend ijs? echt?). De titel suggereert al dat deze bijdrage meer in de lijn ligt van twee erg persoonlijke ontboezemingen die ik in de afgelopen weken schreef voor deze blog. En ook deze bijdrage wordt weer behoorlijk persoonlijk, dus wie daar niet van gediend is, kan maar beter wachten op mijn meer filosofische (maar hopelijk niet droge) vierde artikel over de ‘pijl van de tijd’ later dit weekeinde. Maar om terug te komen op de bewuste G.I. Joe-tekenfilms: die eindigden altijd met een moraliserend segment, waarbij een van de hoofdpersonen een jongetje of meisje uitlegde dat ze braaf hun tanden moesten poetsen, geen lucifers in het bos moesten laten slingeren en niet kinderen op school moesten pesten omdat ze een andere huidskleur hadden. “Now you know”, zei de heldhaftige figuur dan aan het slot. “And knowing is half the battle.” Ik geloof dat dit ook geldt voor onze strijd om te leven ondanks de gebrokenheid die ons heeft vormgegeven: het toegeven van de verwonding helpt al er niet door gecontroleerd te worden. De andere helft van het gevecht ligt in het uitzien naar het herstel in de toekomst.

In de vorige twee berichten onder deze titel vertelde ik over een bezoek aan een oude vriend in Groningen, die driehonderd pagina’s correspondentie uit de periode van voor mijn overspannenheid had bewaard. Door deze samen met hem door te bladeren, realiseerde ik me dat de Johan van veertien, vijftien jaar geleden niet een andere persoon was dan de Johan van nu. Ik hoefde hem niet te verguizen of af te wijzen. Hij had zich alleen door wat hij had geleerd in de geloofsgemeenschap waar hij opgroeide, laten opjagen tot overdreven religieus gedrag: bijbellezen, bidden, bijbelstudieboeken lezen et cetera. Hij had zich ervan laten overtuigen dat hij zich enorm schuldig moest voelen, dat hij zich moest schamen voor zijn liefde voor verhalen en andere verlangens, en dat hij zijn uiterste best moest doen om voor God waardevol te zijn. En omdat Johan nu eenmaal de verwachtingen die aan hem worden gesteld serieus neemt, nam hij ook deze verwachtingen aan als harde eisen. Hij joeg zichzelf op, tot hij er overspannen van werd.
Ik besefte bovendien dat de Johan anno 2011 niet een andere persoon is dan de Johan van toen. Hij heeft nog steeds de neiging te veel hooi op de vork te nemen, te proberen aan alle verwachtingen (uitgesproken en onuitgesproken) te voldoen en zichzelf geen werkelijk vrij moment te gunnen (de uren gespendeerd achter internet zijn meer een vlucht dan echte ontspanning). Hij kan nog steeds niet accepteren dat hij goed genoeg is zoals hij is, heeft nog steeds het idee dat hij hard moet werken om betekenis te hebben, en voelt nog steeds een innerlijke leegte, die hij uit alle macht probeert te vullen. Het religieuze gedrag van al die jaren geleden was niet zelf het probleem, het was een symptoom. De ziekte is niet verdwenen, maar uit zich nu in andere vormen van opgejaagdheid. De bron van de problemen ligt dieper, in de non-verbale beelden op de bodem van het hart, die bepalend zijn voor het zelfbeeld, het wereldbeeld en het Godsbeeld. Deze beelden zijn gevormd door ervaringen, en bekrachtigd door emoties - en woorden en argumenten kunnen ze eigenlijk niet veranderen. Vooral omdat sommige van deze ervaringen dateren uit de vroegste kindertijd, toen de Johan van toen nog geen woorden kon verstaan.

De weken na mijn ontmoeting met mijn vriend dacht ik veel na over die diepe beelden in mijn hart, die na anderhalf decennium nog zo weinig veranderd lijken te zijn. En  over de vraag waar ze vandaan komen. En ik besefte dat ik de verhalen die mijn ouders me verteld hadden, serieus moest nemen. Er was iets gebeurd in mijn vroege jeugd dat mijn vertrouwen in mezelf en mijn omgeving ingrijpend had beschadigd. Het is altijd een beetje gevoelig om over deze dingen te schrijven op het internet, dus ik probeer het schetsmatig te houden. Het feit is dat ik ter wereld ben gekomen met een zogenoemde ‘vacuumextractie’. En in de jaren ’70 was de regel dat het kind dan eerst 24 uur rust moest krijgen voor het aan de moeder werd toevertrouwd. Bovendien had ik een andere bloedgroep dan mijn moeder, wat tot problemen leidde (in medische termen: een B0 antagonisme): haar afweerstoffen braken mijn rode bloedcellen af, en door de afbraakstoffen kleurde mijn huid geel. Om dit te verhelpen, moest ik onder een UV-lamp liggen. Zeven dagen lang. Ik weet nu hoe belangrijk de eerste momenten na de geboorte zijn voor dieren - denk aan kuikens, die achter het eerste bewegende voorwerp dat ze zien aanlopen alsof het hun moeder is, en van geen vervanging willen weten, of lammetjes, die je direct bij het schaap moet laten, anders moet je ze zelf de fles geven - en kan me dus voorstellen dat deze eerste levensdagen ook belangrijk zijn voor een kind, om zich gewenst, geborgen en veilig te voelen. Ik heb begrepen dat een tekort in deze eerste dagen bij mensen kan worden goedgemaakt in de maanden erna, maar ook toen heb ik het een en ander misgelopen. In mijn tweede jaar moest ik bijvoorbeeld twintig weken bij mijn opa en oma wonen omdat mijn moeder in het ziekenhuis lag (ik heb bij hen leren lopen). Later kwamen daar pestpartijen bij op de middelbare school, en op christelijke zomerkampen.
Ik weet pas sinds kort van het bestaan van bindingsstoornissen - het is bekend dat couveusekinderen bijvoorbeeld in hun latere leven tegen sociale en psychologische problemen aanlopen - en ik herken het een en ander uit de beschrijvingen ervan in mijn eigen leven. Bijvoorbeeld waar mijn problemen met grenzen vandaan komen en mijn angst voor aanraking (ik had een pathologische angst voor stickers op de basisschool en zal nog steeds niets op mijn hand schrijven). Maar ook de leegte in mijn binnenste - die niet gedempt lijkt te kunnen worden. Aandachtige lezers van mijn publicaties (op mijn blog en gedrukt) weten dat ik vaak schrijf over de onvoorwaardelijke liefde van God en hoe belangrijk het is die te ervaren. Misschien vind je dat wel wat overdreven - als je weet dat God van je houdt, kan je immers verder gaan met leven zoals Hij dat wil (dat was waar mijn vriend in Groningen van uitging - hij meende dat de liefde van God voor mij net zo vast stond als voor hem). Maar een lezer merkte laatst op dat hij in mijn werk een vorm van ‘wishful thinking’ bespeurde: een zekere wanhopige poging om mezelf te overtuigen dat het echt waar is wat ik schrijf. Want ik vind het nog steeds moeilijk mezelf te zien als iemand die echt door God geliefd is - gewoon zoals ik ben. Wat ik ook lees, en wat ik ook van Gods liefde ervaar, het lijkt nauwelijks door te dringen. Mijn ontvangstcapaciteit voor liefde is heel beperkt. Dat geldt voor alle vormen van liefde. Het idee dat mensen mij leuk vinden om wie ik ben, klinkt me nog steeds als iets vreemds in de oren. En dat ik zoals ik ben genoeg ben voor God lijkt nog altijd ongelofelijk.
Iets in mij is ervan overtuigd dat mezelf zijn niet genoeg is, maar dat ik iets moet doen om betekenis te krijgen. Maar wat ik ook doe, het is nooit genoeg. Dat was het niet voor mijn overspannenheid. Al las ik dagelijks tien hoofdstukken uit de bijbel, bad ik een uur in plaats van een half uur, en kende ik hele bijbelboeken uit mijn hoofd - ik zou niet geloven dat ik geestelijk genoeg was om waardevol te zijn voor God. En het is het nu ook niet. Al zou ik voor mijn 35ste al tien boeken hebben geschreven, ik zou mezelf nog steeds een mislukkeling vinden. Al zou ik een gezin hebben, een auto en een vrijstaand huis, ik zou nog steeds niet tevreden kunnen zijn met wie ik was. De leegte in mij, ontstaan in mijn eerste levensweken, laat zich niet zomaar opvullen. Ja, ik zei toch dat dit bericht persoonlijk zou worden? Ik hou me aan mijn woord!

Waarom is het zo belangrijk te weten waar je gedrag vandaan komt? Wat de beelden in je hart heeft gevormd, waardoor je jezelf, de wereld en God door een gekleurde bril bent gaan zien?
Omdat je door het verleden te kennen en te erkennen de gebrokenheid in je gedrag kunt identificeren, en ervoor kunt kiezen om in bepaalde situaties anders te handelen dan je zou doen op basis van je misvormde beelden. Het is zoals de helden van G.I. Joe het zeiden: “Knowing is half the battle.” Ik schreef er al over in mijn recensie van The Reader: wat geheim en verborgen blijft, kan je leven beïnvloeden en uiteindelijk zelfs vernietigen. Maar als je jouw verwonding, je vergissingen, je pijn en schaamte erkent en in het licht laat komen, als je er eerlijk over bent naar jezelf toen en naar anderen die je vertrouwt, verliest ze haar macht over je leven. Dat schrijft Paulus in Efeze 5: "Wat in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, en alles wat openbaar wordt, is zelf licht."
Als je niet weet dat je een gekleurde bril draagt, komt het niet in je op dat de werkelijkheid wel eens anders kan zijn dan je waarneming je vertelt. Maar als je beseft dat je waarneming gekleurd is, sta je open voor andere interpretaties dan de jouwe. Dan kun je er soms zelfs voor kiezen die bril af te zetten en de werkelijkheid te zien. Zolang je niet beseft dat je vaste gedragspatronen voortkomen uit een wond of tekortkoming die je in je hart hebt opgesloten, blijven ze natuurlijk aanvoelen en blijf je er in steken. Pas als je weet dat je vaste keuzes eigenlijk mechanismen zijn om te kunnen omgaan met de pijn, ben je bereid om te werken aan verandering en mensen het voordeel van de twijfel te gunnen. Paulus heeft het over een ‘wortel van bitterheid’ (Hebreeen 12:15) - om bitterheid te bestrijden, moet je de wortel opgraven. Alleen symptoombestrijding heeft weinig zin, dat laat de geschiedenis helaas keer op keer zien.

Maar het verleden kennen en het een plaats geven, is niet genoeg. Zelfs als je weet wat je tekort bent gekomen, zelfs als je bewust kiest om je op een andere manier te gedragen dan natuurlijk voor je is, blijft je verleden je keuzes bepalen. De pijn die je hebt opgelopen, kan immers niet meer ongedaan worden gemaakt, het tekort dat je hebt geleden kan niet meer worden aangevuld. Wat gebeurd is, is gebeurd. Het verleden staat vast, het kan niet meer worden veranderd. De pijl van de tijd beweegt maar een kant op. Alles wat je nu doet, hoe je nu reageert, wordt bepaald door je ervaringen van vroeger. Zelfs als je je ertegen verzet. Zelfs als je een ander reactiepatroon aanleert. Menselijk gesproken is echte genezing onmogelijk.
Ik geloof echter dat de pijl van de tijd zich niet van het verleden af beweegt, maar zich beweegt in de richting van de toekomst. Een heerlijke toekomst, waar Gods wil zal gebeuren op de Aarde, en in mijn leven, zoals hij gebeurt in de hemel. Een toekomst waar iedereen bij zijn ware naam genoemd zal worden, waar het leven de dood voor altijd heeft overwonnen, waar het menselijke verlangen naar schoonheid, waarheid en intimiteit volledig zal worden vervuld. Een toekomst waar God alles zal zijn en in allen, en alles de glans zal hebben van zijn aanwezigheid. Een toekomst waar niets en niemand zal zijn uitgesloten van de dans van de drie-eenheid. Een toekomst waar geen tranen meer zullen zijn, behalve tranen van blijdschap. Dit is waar de hele schepping naar uitkijkt. Dit is wat de bijbel noemt: het koninkrijk van God. Dit is waar God al sinds het moment van de schepping aan werkt. Dit is waar hij zich zonder ooit moe te worden voor inspant, waar hij zich voor opoffert (letterlijk), waar hij (ook weer letterlijk) alles voor over heeft, zelfs zijn eigen leven. En dit is ook onze toekomst. Dit is waar wij voor bestemd zijn. Waar alles wie we zijn en wat we doen werkelijk tot bloei komt, en de glorie waarmee we geschapen zijn als beelddragers van God eindelijk zichtbaar wordt, zonder vlek of rimpel. Dit is waar ons leven zich naar toe beweegt. Dit is ons doel.
En deze werkelijkheid kan ons leven nu al vorm geven. Jezus heeft ons immers gezegd dat we nu al delen in het leven van de eeuwigheid. We worden niet gedefinieerd door wat ons is overkomen, we zitten niet voor altijd gevangen in het keurslijf van onze ervaringen en verwondingen, ons gedrag is niet bepaald door het verleden. Onze blik is vooruit gericht, op de heerlijkheid die over ons zal worden geopenbaard. En als we zien wat we zullen zijn, hoe vrij, hoe liefdevol, hoe ongedwongen, hoe blij we zullen zijn, gaan we ernaar verlangen ook nu al op die manier te leven. En dat verlangen zal zich vertalen in nieuw gedrag. We doen de nieuwe mens aan, de mens die geschapen is om het beeld van God te weerspiegelen. De oude mens, de mens die bepaald werd door de pijn van het verleden, leggen we af als een oude jas. Daar verlangen we niet meer naar - die is saai, gescheurd, bevuild. We kijken naar wat voor ons ligt, en laten ons daardoor inspireren. Gods heerlijkheid die ooit helemaal door ons heen tot uiting zal komen, gaat nu alvast vrucht in ons dragen.
En de toekomst dringt zelfs door in ons verleden. We gaan de pijn van toen, de verwondingen, de verlating, leren zien door een nieuwe bril. We gaan herkennen dat niets ooit tevergeefs was. Dat God de pijn kende, er verdriet over had, en met ons meehuilde. Dat hij erbij was, en ons ook liefhad toen we ons door iedereen verlaten voelden. God kan het kwaad niet verdragen, hij wil het niet verdragen. We gaan ook zien dat zelfs de diepste wond en de grootste zonde niet voldoende zijn om zijn plan in gevaar te brengen. Liefdevol neemt hij de beschadigde plekken uit het verleden en geeft ze een plek in het weefsel van zijn bedoelingen. Hij trekt zijn lijnen er omheen, past zijn plannen aan, en uiteindelijk zullen we zelfs gaan begrijpen dat hij van die momenten gebruikmaakt om zijn koninkrijk te verwezenlijken. Ons verleden wordt door God verlost. En dus kan ook ons heden en kunnen ook onze keuzes van nu worden verlost. We kunnen werkelijk handelen uit liefde, in plaats van uit gebrokenheid. Dat is de hoop van het evangelie, het goede nieuws: de pijl van de tijd beweegt zich in de richting van de toekomst. En daarover gaat mijn volgende bericht.

maandag 21 februari 2011

Filmbespreking: The Reader

Geheimen kunnen de loop van je leven bepalen. Schaamte kan leiden tot het einde van relaties, vereenzaamde kinderen en destructief gedrag naar anderen en jezelf. Ze zet je gevangen, soms letterlijk. Bevrijding komt pas als we eerlijk durven zijn over onze tekortkomingen en het aandurven anderen een deel te laten dragen van het gewicht dat wij in stilte op onze rug torsen. Dat is een van de thema’s van The Reader.
Ik zag de film bij vrienden afgelopen weekeinde. Het thema van eerlijkheid en het loslaten van onze controle over onze geheimen als instrument van bevrijding keerde regelmatig terug. Nu ben ik er de laatste weken so wie so al veel mee bezig, wat is terug te lezen in mijn blogberichten. Ik las bovendien zaterdagnacht, toen ik niet kon slapen vanwege rugpijn, in het boek Bo’s Cafe, over een man die moet leren anderen bij zichzelf binnen te laten, wil hij zijn leven weer op de rails krijgen. Hij leert wat het is om deel te zijn van een gemeenschap van genade, waar iemand die zijn hart opent en eerlijk is over zijn falen, merkt dat mensen daardoor niet minder van hem gaan houden, maar misschien wel meer. Zo’n gemeenschap communiceert de aanvaarding van God, die ons ziet als geliefde kinderen, in wie hij welbehagen heeft, en niet als misdadigers van wie Hij een afkeer heeft. Als heiligen en niet als zondaars. Onze eigen gerechtigheid of het ontbreken daaraan heeft niets bij God in te brengen. Er is geen veroordeling. Hij belooft dat Hij ons in zijn leven laat delen. Dat geeft ons de vrijheid datgene los te laten wat we zo hard vastklampen en het risico te nemen ons door anderen te laten liefhebben. En als we dat doen verliezen die geheimen, die gebeurtenissen waar we ons al jaren voor schamen, de pijn die we proberen te verbergen, onze zonden waar we niet aan willen denken, de vernietigende invloed die ze uitoefenen op ons leven.
Dat thema kwam ook terug in de huiskerkbijeenkomst op zondagmorgen, waarbij iedereen iets bijdroeg aan het geheel. Was het dus toeval dat mijn vrienden en ik voor deze film kozen? Of lazen we er iets in dat de filmmakers nooit bedoeld hebben? Dat laatste zou trouwens niet eens erg zijn - iemands werk betekent altijd meer dan de maker ervan zich bewust is. Maar in dit geval is het vrij zeker dat ik het met mijn interpretatie bij het rechte eind heb: al vroeg in de film zien we de hoofdpersoon tijdens een literatuurles, en toevallig is het thema juist 'geheimen' en hoe die bepalend zijn voor de literatuur. Je kunt er donder op zeggen dat wanneer er in een film een scène zich afspeelt op school, in de collegezaal of iets vergelijkbaars, het ‘toevallig’ juist gaat over de achterliggende gedachte (anders zou er ook geen reden zijn die scène in het script op te nemen). Het is een beetje een goedkope techniek, maar aan de andere kant geeft hij wel sleutels om de film te lezen.

Het is een mooie film, die de vernietigende invloed van de geheimen van de hoofdpersonen over de decennia heen, aangrijpend in beeld brengt. De motivatie van de personages is vooral aan het eind van de film wat onduidelijk, maar wellicht is dat ook de bedoeling, omdat ze zelf ook niet altijd weten waarom ze reageren zoals ze reageren (dat heb je als je geregeerd wordt door je geheimen). Als kijker hadden mijn vrienden en ik echter iets meer nodig om hun keuzes te begrijpen. Op internet vond ik dit commentaar ook: dat de hoofdpersonen in de film keuzes maakte die het tegenovergestelde waren dan wat ze geleerd leken te hebben. Wat hier een rol speelt is dat een deel van de thematiek uit het boek (niet gelezen) in de film is weggelaten, namelijk het feit dat een van de personen pas later in het leven de realiteit van de holocaust leert begrijpen, wat betekent dat de eerdere keuzes van deze persoon meer door naïviteit waren getekend dan het nu lijkt.
De film was naar mijn bescheiden mening ook wat onevenwichtig in opzet. Het begin was vrij expliciet seksueel getint, wat mijn vrienden en mij er toe bracht wat ongemakkelijk grappige opmerkingen te maken. Dat de hoofdpersonen een intieme relatie hadden, had wat mij betreft ook wat subtieler in beeld gebracht kunnen worden. Als ik de film in mijn eentje had gekeken, had ik hem waarschijnlijk in het eerste half uur uitgezet. Gelukkig bleek de rest van de film meer een rechtbankdrama en ik had er uiteindelijk geen spijt van hem gezien te hebben. Ik moet wel zeggen dat ik me verbaasde over de leeftijdskeuring: ‘voor 12 jaar en ouder’. Echt? Daarvoor leken mij de scènes veel te expliciet en een van de karakters veel te jong (in de Verenigde Staten zou de dame vervolgd kunnen worden vanwege misbruik van een minderjarige). Laat ik het zo zeggen: dit is geen James Bond-film. Wel is de film, dat moet worden gezegd, goed geacteerd, met een prachtrol voor Kate Winslet, een gevoelig optreden van Ralph Fiennes en een gastrol voor Bruno Ganz. Ik maak wel de kanttekening dat mij vrienden Kate Winslet als oude dame niet altijd overtuigend vonden overkomen, maar ikzelf stoorde me daar niet aan.

Michael groeit op in het Duitsland van na de oorlog. In 1958, als hij 15 jaar oud is, loopt hij roodvonk op. Hij wordt geholpen door een vrouwelijke tramconducteur, Hanna, die twee keer zo oud is als hij. Als hij eindelijk beter is, wil hij haar voor haar hulp bedanken. Door toevallige omstandigheden (als het toeval is) ziet hij hoe Hanna zich omkleedt. Hij krijgt gevoelens voor haar, die zij niet ontmoedigt, en er ontstaat een seksuele relatie. Al snel brengt Hanna hem zo ver dat hij haar voor ze seks hebben voorleest uit de boeken die hij bestudeert. Ze weigert echter steevast hem voor te lezen. Michael is door Hanna geobsedeerd. Hij is dan ook geschokt als hij op een dag in haar appartement komt en het blijkt te zijn leeggehaald. Hij ziet haar pas weer acht jaar later, tijdens zijn studie rechten, als hij een seminar volgt over de nazi-tribunalen die dan gaande zijn. Verschillende kampbewaaksters uit Auschwitz staan terecht, en een van hen is Hanna. Gaandeweg het proces komt Michael er achter dat hij beschikt over informatie die de uitspraak zou kunnen beïnvloeden, namelijk dat Hanna niet kan lezen of schrijven. Moet hij die informatie delen met het hof, en er zo voor zorgen dat een kampbewaakster minder straf krijgt dan anders het geval zou zijn geweest? Of moet hij het voor zich houden, en toezien hoe zijn geliefde voor vele jaren het gevang in gaat? En moet hij dan toegeven dat hij als jongen een relatie had met iemand die schuldig is aan de holocaust? Wat hij ook kiest, hij zal zijn leven nodig hebben om te leren omgaan met de gevolgen.

Het opvallendste geheim in deze film is dat van Hanna. En ze is bereid erg ver te gaan om het geheim te houden. Zo groot is de kracht van schaamte. Het is duidelijk dat Hanna zich minderwaardig voelt omdat ze niet kan lezen. Er is een scene waarbij ze probeert van een kaart te bestellen en opzij kijkt naar kinderen die zomaar kunnen lezen. Haar afkeer van zichzelf is duidelijk zichtbaar. Vreemd genoeg neemt ze in haar leven kennelijk nooit het initiatief om te leren lezen en schrijven, hoewel er in die tijd toch ook wel mogelijkheden voor moeten zijn geweest. Ze had zelfs aan Michael kunnen vragen het haar te leren. Maar dat is een van de effecten van schaamte: het weerhoudt je ervan hulp te zoeken. Dat gold ook voor mijn aarzeling om naar de tandarts te gaan. Ik schaamde me ervoor dat ik niet geweest was, was bang voor veroordeling, en bleef dus nog langer weg. Maar schaamte leidt er ook toe dat mensen anderen gaan manipuleren om toch in hun behoeften te voorzien. Hanna wil niet toegeven dat ze iets niet kan, en wil niet anderen om hulp vragen, maar ze geniet wel van verhalen. Dus zoekt ze manieren om  dat te kunnen volhouden, zonder haar geheim te hoeven verklappen. Dat begint in het concentratiekamp. Maar ze doet hetzelfde bij Michael. Het is duidelijk wie in hun relatie de macht heeft - hij is door haar geobsedeerd. Ze hoeft hem maar te dreigen hem haar lichaam te onthouden of hij doet alles voor haar. En voor hem lijkt het voorlezen maar een klein offer. Maar ze is niet werkelijk in hem geïnteresseerd: ze vraagt niet naar hem of zijn verjaardag, en deelt geen informatie over zichzelf. Hij wordt gebruikt. Ja, zelfs misbruikt. Hanna’s schaamte beschadigt dus niet alleen zichzelf, maar ook anderen. Haar zelfbescherming heeft negatieve gevolgen die zich als een olievlek uitbreiden door de generaties. Wat zou er niet zijn veranderd als ze haar geheim had durven delen ... Maar ze durft het niet. Als Michael haar vraagt wat ze in de gevangenis heeft geleerd, zegt ze dat ze heeft leren lezen - maar ze neemt niet de verantwoordelijkheid voor wat ze heeft gedaan, in de tweede wereldoorlog, of in zijn jeugd. Ze blijft haar schaamte binnenhouden.  Ze laat zich niet helpen.

Het is bekend dat (seksueel) misbruik, of manipulatie op dit gebied, het leven van mensen ingrijpend kan beïnvloeden. Vooral het geheime karakter ervan. Michael leidt een dubbelleven. Naar zijn ouders en klasgenoten houdt hij vol dat hij wegblijft omdat hij moet studeren, terwijl hij ondertussen in het appartement van Hanna is. Ergens is het natuurlijk spannend om iets te weten dat niemand anders weet. Het geeft misschien zelfs een gevoel van superioriteit. Maar het brengt ook scheiding teweeg. Zijn familieleden zien nooit zijn ware zelf, hij kan nooit zijn hart openen (zijn moeder zou niet blij zijn met wat hij te vertellen had). Maar door het houden van het geheim beschadigt hij tegelijk zijn familie, hoewel hij denkt dat hij niemand kwaad doet. Want zijn familie ziet dat hij iets verbergt - volgens mij hebben moeders daar een zesde zintuig voor - en dat leidt tot spanning in de relaties. Onderwerpen worden angstvallig vermeden. Mensen lopen op eierschillen. De bom kan elk moment barsten. Ook hier breidt de cirkel van schaamte zich dus uit.
Bovendien is Michael niet in staat echte relaties aan te gaan met andere vrouwen, ook niet als Hanna al lang uit zijn leven is verdwenen. Niet alleen vergelijkt hij elke liefde met de stormachtige affaire uit zijn jeugd, hij houdt ook een essentieel deel van zijn leven angstvallig verborgen. Hij kan zichzelf niet laten kennen. Hiermee begint de film, als een vrouw de volwassen Michael ervan beschuldigt nooit werkelijk aanwezig te zijn. Dat doen geheimen. Zelfs zijn relatie met zijn dochter is verstoord. Hij is een afstandelijke vader. En wat het erge is: zij denkt dat het haar schuld is, dat zij de reden is voor de afstand tussen hen. En dat heeft ze nooit met haar vader kunnen delen. Zijn geheim en zijn schaamte daarover, leidden tot een geheim bij iemand anders, en de daarbij horende schaamte. De schaamte te denken dat je vader afstand bewaart omdat er kennelijk iets met je mis is ... Iets dat pijnlijker is, bestaat haast niet. En zo kan de cyclus van de schaamte zich tot in het oneindige voortzetten.

De enige manier om de kracht van geheimen te verbreken, is door ze te delen. Natuurlijk niet met iedereen - niet iedereen is met je schaamte te vertrouwen. Maar wie zijn geheimen niet deelt, wie niet anderen toelaat bij zijn schaamte, zorgt ervoor dat de donkerte in zijn binnenste blijft woekeren en zwarte vruchten draagt. Maar als iemand zijn geheim deelt bij veilige mensen, die niet veroordelen, maar ook de ernst van het geheim niet ontkennen, verliest het zijn macht over hem of haar. Dan ervaart de persoon in kwestie dat hij geliefd is als persoon, ook met datgene dat hij zo lang met zich heeft meegedragen. En dan ontstaat de ruimte om te veranderen. Het geheim delen betekent je verantwoordelijkheid te erkennen, anderen (waar nodig) om vergeving te vragen voor de schade die je geheim onbedoeld bij hen heeft aangericht, en ten slotte om jezelf en de verloren jaren en beschadigde gebieden in je leven te accepteren. Dan kun je opgelucht adem gaan halen en een nieuwe start maken. Dit is volgens mij de betekenis van wat Paulus schrijft in Efeze 5: "Wat in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, en alles wat openbaar wordt, is zelf licht."
Dat is waar Michael aan het eind van deze film voor lijkt te kiezen.