zondag 22 februari 2015

Filmbespreking: Big Hero 6

‘Als ik op de mannengroep vertel dat dit een van de beste films is die ik de laatste tijd heb gezien, kijken ze me niet begrijpend aan’, aldus mijn broer met wie ik afgelopen weekeinde in de bioscoop Big Hero 6 had gekeken. Voor mij was het de tweede keer en ik had erop gestaan dat mijn broer ook een keer zou gaan. ‘Je had gelijk dat je me meesleurde’, verklaarde hij. ‘Als ik me nog een keer somber voel, moet ik eigenlijk gewoon deze film gaan kijken!’ Een van de redenen waarom ik met hem naar de bioscoop wilde, was dat de film gaat over twee broers, met een relatie die wel een beetje lijkt in de verte op die tussen ons, en omdat het gaat over een hoogbegaafd iemand die geïnspireerd wordt om met zijn talenten aan de slag te gaan, en omdat de film een lofzang is op het nerd-zijn. Alle aspecten van het ‘geek’ zijn komen zo ongeveer aan bod! Niet alleen blijkt enthousiasme over wetenschap en techniek te helpen de wereld een betere plek te maken, het blijkt ook mensen bij elkaar te brengen om een gemeenschap te vormen. En een voorliefde voor fantastische verhalen blijkt te helpen bij het herkennen wat er aan de hand is in je leven. En dat alles verpakt in knap geanimeerde beelden, met humor, spanning en gave concepten. Het is een film waar kinderen om moeten lachen (de fysieke humor van onhandige robot Baymax), maar een waar volwassenen ontroerd door zullen raken (de zenuwen van de hoofdpersoon voor een presentatie, de rouw om een overleden familielid, hoe ver iemand gaat om zijn pijn te vergelden). Mocht je net als de mannen in de groep van mijn broer een vooroordeel hebben tegen het animatiegenre of tegen Disneyfilms, laat dat dan snel varen en kijk deze film. Als je ook maar een beetje nerdy of geeky bent, garandeer ik een goede avond. En blijf vooral zitten tot na de aftiteling!

Hiro Hamada is op zijn dertiende al klaar met de middelbare school. Maar in plaats van door te studeren - op de universiteit kunnen ze hem toch niets vertellen wat hij niet al weet - houdt hij zich bezig met robotgevechten. Zijn tante, bij wie hij woont samen met zijn oudere broer Tadashi, stelt dat niet bepaald op prijs. Tadashi is ook niet zo enthousiast over de carrièrekeuze van zijn broertje. Hij neemt hem daarom mee naar zijn ‘nerd-school’, de technische opleiding onder professor Callaghan, waar Hiro onder de indruk raakt van de verschillende projecten. En vooral van het werk van zijn broer: de robot Baymax, bedoeld voor eerste hulp bij ongelukken. Enthousiast probeert Hiro ook op deze school toegelaten te worden. Zijn demonstratie is een succes, maar direct daarna gebeurt er een ramp. Niet alleen wordt Hiro’s toelatingsproject vernietigd, ook komen zowel professor Callaghan als Tadashi om het leven. Rouwend sluit Hiro zich op zijn kamer op, zonder motivatie om met zijn opleiding te beginnen. De klap was te groot. De sombere dagen rijgen zich aaneen, tot hij op een dag per ongeluk de robot Baymax activeert. Die neemt het op zich Hiro weer vrolijker te maken. Bovendien ontdekt hij dat het project van Hiro niet totaal verdwenen is, een mysterieuze man in een masker heeft het zich toegeëigend voor mysterieuze doeleinden. Zou deze man ook achter de ramp zitten die zijn broer het leven kostte? Met de hulp van zijn robot en de vrienden van zijn broer gaat Hiro op onderzoek uit. Hij ontdekt al snel dat een symbool van een rode vogel centraal staat in het mysterie …

Een van de belangrijkste thema’s in deze film is het verlies van een geliefde en hoe je daar op goede en op verkeerde manieren mee kunt omgaan. In dit opzicht lijkt de film sterk op een andere gave SF-film van deze zomer: Guardians of the Galaxy. Zachtaardige robot Baymax heeft zelfs enkele overeenkomsten met vriendelijke boom Groot, tot aan zijn rol in de ontknoping toe. En net als in die film, blijkt ook hier een gemeenschap van verschillende mensen die hun eigen leven voor elkaar in de waagschaal stellen een grote hulp bij het omgaan met verlies van de hoofdpersoon. Er zit zelfs een omhelzing in. Omdat ik in mijn bespreking van Guardians of the Galaxy hier al uitgebreid op ben ingegaan, laat ik het onderwerp in dit blogbericht verder rusten.
Bovendien realiseerde ik dat er nog een ander belangrijk thema in deze film schuilt. Het hart van de film is namelijk niet grappige robot Baymax of opstandige Hiro, maar oudste broer Tadashi. Hij heeft het hart op de juiste plek. Hij redt Hiro als hij in gevaar is, zelfs als hij ervoor in de gevangenis moet zitten, inspireert Hiro om iets van zijn leven te maken, en helpt hem om aan de universiteit te worden toegelaten. En als professor Callaghan in het vuur dreigt om te komen, aarzelt hij niet, maar gaat hij het brandende gebouw in om de man te redden. En dat hijzelf daarbij gevaar loopt, houdt hem niet tegen. Iemand moet het doen. Als Tadashi inderdaad om het leven komt, valt Hiro vanzelfsprekend in een gat. Door de bemoediging van zijn broer stond hij op het punt iets van zijn leven te gaan maken, maar nu is die bron van positiviteit weggevallen. Hij leefde voor Tadashi. Welke motivatie is er nu nog voor Hiro om door te gaan? Waarom zou hij niet terug gaan in de wereld van het robotvechten? Hij laat de aanmelding voor de universiteit in de prullenmand vallen. Dan wordt robot Baymax geactiveerd. Die zegt tegen Hiro vol overtuiging: ‘Tadashi is hier.’ Hiro slaat een diepe zucht. Iedereen probeert hem op te beuren, door te zeggen dat Tadpashi niet echt verdwenen is, zolang mensen aan hem denken. Maar dat is een stoplap. Dood is dood. Tadashi komt niet terug en Hiro zal met dat gemis moeten leven. Maar Baymax blijft volhouden: ‘Tadashi is hier!’
Pas later ontdekt Hiro wat Baymax bedoelde (en dit is natuurlijk eigenlijk een ‘spoiler’): in zijn kerncomputer, op de plek van zijn hart, bevindt zich een programmakaart, waarop de naam van Tadashi staat. Baymax heeft het hart van Tadashi. Niet alleen omdat hij zo geprogrammeerd is. Dat wordt duidelijk als Baymax videobeelden laat zien, door hem gemaakt terwijl Hiro’s broer aan hem werkte. Keer op keer probeert Tadashi de robot op te starten, maar steeds gaat er iets mis. De jonge raakt echter niet gefrustreerd. ‘Ik geef het niet op’, zegt hij tegen de robot. ‘Ik hou vol’. En na 85 pogingen is het gelukt! De robot werkt! Tadashi omhelst hem. ‘Ik ben zo blij met je,’ zegt hij vol overtuiging. ‘Jij gaat zoveel mensen helpen!’
Bij het zien van die beelden raakt Hiro ontroerd. Hij had geprobeerd de programmering van de robot te omzeilen, het apparaat te programmeeren met haat, om wraak te nemen op de aanstichter van de brand. Maar nu realiseert hij zich dat Tadashi dat helemaal niet gewild zou hebben. Via de robot Baymax leert hij het karakter van zijn broer nog beter kennen. En hij besluit af te zien van zijn geplande wraakactie. Als hij uiteindelijk tegenover de slechterik van het verhaal komt te staan, gebruikt hij de woorden van Baymax: ‘Wij zijn niet geprogrammeerd om mensen schade toe te brengen’. Hij rekent de schurk in, maar neemt geen wraak. En hij wordt een superheld, samen met zijn vrienden, omdat zijn broer heel veel mensen wilde helpen. ‘En dat is wat wij gaan doen’.
Tadashi is dus inderdaad niet verdwenen. Zijn opoffering, zijn liefde, zijn hulpvaardigheid leven door, eerst in Baymax, maar daarna ook in Hiro. En via hen verspreiden ze zich weer naar anderen.

Wat ik besefte bij het kijken van de film, was hoe dit licht werpt op het evangelie. Jezus is er immers ook niet meer. Hij is gestorven, net als Tadashi. En hij is dan wel uit de dood opgestaan en naar de hemel gegaan, maar hij is niet meer onder ons. Al bijna tweeduizend jaar niet meer. Oh, misschien hebben we ervaringen het het luisteren naar Gods stem, en merken we zijn aanwezigheid soms in een kerkdienst. Of in het lezen van de bijbel. Maar de afstand blijft. Hij is niet meer hier. We zijn achtergebleven, zonder Hem. En als predikers, met de bijbel trouwens, zeggen dat Hij er nog steeds is, wat kunnen ze dan bedoelen? Gemeenplaatsen zijn er genoeg, en voor mij hebben ze nooit gewerkt. Ik kan me wel heel erg gaan proberen ervan te overtuigen dat ik zijn aanwezigheid voel, ik ben me altijd bewust dat ik mezelf aan het overtuigen ben. Dat kan het niet zijn.
Maar de bijbel belooft dat we niet als wezen zijn achtergelaten. En dat geloof ik. In een heel reëel wijze kunnen we Jezus nog steeds ontmoeten. Niet op een zweverige, bovennatuurlijke manier. Maar heel tastbaar, concreet. Namelijk in de onvoorwaardelijke, opofferende liefde van anderen. Baymax had de liefde van Tadashi geïnternaliseerd, en op het moment dat hij Hiro omhelsde, ervoer Hiro de liefde van zijn broer, door Baymax heen. Tadashi had de moed niet opgegeven Baymax aan de praat te krijgen. Net zo hardnekkig geeft Baymax de moed niet op om Hiro weer in beweging te krijgen. En zo gaat het ook met Jezus. Hij had mensen lief, zo dat hij zelfs bereid was te sterven in plaats van wraak op ze te nemen. Hij offerde zich op, ging tot het uiterste. En die liefde veranderde levens. Bracht mensen ertoe zelf ook anderen lief te hebben. Want dat was waar Jezus toe oproep. Heb god lief boven alles en je naaste als jezelf. Heb zelfs je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen. Wie liefheeft kent God, wie niet liefheeft, kent God niet. En door de liefde van deze mensen (en de liefde van iedereen die op gelijke wijze liefheeft, ook zonder in Jezus te geloven) wordt de liefde van Jezus zichtbaar. Niet theoretisch, niet zweverig, maar concreet. Tastbaar. Hij is hier. Waar twee of drie samen zijn in zijn naam, is hij in het midden. Zijn liefde wordt zichtbaar in de sacramenten, brood en wijn. Maar ook in onze liefde. Waar iemand een ander omhelst om hem of haar te troosten, daar is hij. Als iemand een ander een glas water geeft, daar is hij. Waar iemand vooroordelen overwint, of de tweede mijl voor iemand gaat. Daar is hij. En die concrete liefde verandert ons. Als christenen denken we vaak dat intellectuele kennis ons verandert, of overtuigingen. Maar dat is niet zo. Kennis maakt opgeblazen. De liefde sticht. God is liefde. Dus waar liefde is, is Hij.
De liefde van een ander voor ons, is wat ons er eindelijk toe kan brengen onszelf te accepteren, ongezonde patronen te doorbreken, en zelf ook anderen te gaan zien als waardevol. En ze te gaan liefhebben. En als we dat doen, wordt Jezus in ons zichtbaar voor anderen. Zoals de natuur van Tadashi aan het eind van de film zichtbaar is geworden in Hiro, en zijn vrienden (een mooi beeld van de kerk, als je dat erin wilt zien), zo wordt de natuur van Jezus in ons zichtbaar, daar waar wij gaan liefhebben. Als moslims een cordon vormen rond een synagoge, daar wordt de natuur van Jezus zichtbaar. Waar een leraar een leerling uit een achterstandswijk helpt, waar een collega een arm om de schouders krijgt, of iemand moeite doet iets voor een ander uit te zoeken, daar wordt de natuur van Jezus zichtbaar. En die liefde verandert anderen, op sacramentele wijze, en maakt dat het leven van Jezus verspreid wordt.
Ik vond het prachtig dat in deze film zo belichaamd te zien.

Natuurlijk wordt ook het tegenovergestelde zichtbaar in de film. Er is in deze film iemand die zijn dochter verloren heeft. Bij een verschrikkelijke ramp. En hij wil wraak nemen. Zou je dochter dat gewild hebben? vraagt iemand aan hem. Het kan hem niet schelen. Ze is er niet meer. Wat het laat zien, is dat zijn leven draait om hemzelf, en niet om anderen. Zelfs niet om zijn dochter. Want (en dit verklapt misschien een beetje van het einde van de film) in dit geval was zij niet werkelijk verdwenen. Niet zoals Tadashi. Hij had haar terug kunnen vinden. Maar door op zijn eigen verdriet te focussen, door wraak te eisen, door een ander naar beneden te willen halen, loopt hij de kans mis met haar verenigd te worden. Hij raakt haar kwijt door zijn ‘entitlement’. En dat is het tragische lot wat wij lopen door ons als christenen beter te vinden dan anderen, door de waarheid toe te eigenen, door anderen te oordelen in naam van ons geloof als ze anders zijn dan wij. We lopen op die manier Jezus mis. We gebruiken zijn naam wel, maar de natuur van Jezus zijn we kwijt. Dat moeten we niet laten gebeuren.

woensdag 18 februari 2015

Gedicht: Hazen

Hazen

Ik zag twee hazen
uit de trein vanochtend
op het gras. De lucht
was goudgekleurd
gespiegeld in de rijp
en de verstilde sloten.
Stijf stonden de bomen
adem ingehouden
wachtend. Maar ik raasde
door het land, zag niet
waar zij op hoopten,
opgesloten achter
het glas. Ik leef nu
in mijn herinnering.

donderdag 5 februari 2015

Gedicht: Het mooiste geluid

Het mooiste geluid

Het mooiste geluid
vind ik knerpende sneeuw 
onder mijn schoenen
in de morgen. Pastel
kleurt de hemel
boven de daken.
Adem wit, neus koud,
maar de wind blijft verstopt
achter zwarte bomen.

De straat is niet zichzelf:
hoewel vertrouwd toch
wonderlijk vernieuwd.
En deze heil'ge grond
betreed ik. Kijk niet 
hoe ik ben gekomen
-onuitwisbaar spoor-
maar volg mijn verlangen
met elke stap vooruit.

zaterdag 17 januari 2015

Gedicht: Voorlente

Voorlente

Ja, de lucht is blauw.
Na lange dagen regen
en wind verschijnt de zon
kleurt gras weer groen en schept
onder bruggen glanspatronen.
Maakt kale takken mooi.
Ik zie het ook en warm
verstijfde ledematen.

Maar het wist niet uit
de woorden over het klimaat,
uitgestorven soorten
nieuwe ziekten, diepzeevuil.
Ze staren zwart op wit
me aan. Beschuldigend.
Het is niet ongedaan
te maken, dit verlies.

Er bloeien inderdaad al
bloemen. Speenkruid, krokus
laten mij niet onberoerd.
Ik kan heus genieten
van wat is. Maar wat was
komt niet terug. Verdriet
is ook reëel. De winter
is nog niet voorbij.

dinsdag 13 januari 2015

Gedicht: Vijfde colonne

Vijfde colonne

Je hebt je goed verstopt,
doet je voor als deel van mij
niet te onderscheiden
van mijn gedachten. Je lijkt
te slapen. Zo stil lig je
dat ik je haast vergeet.

Mijn aandacht raakt verslapt.
Het leven zonder jou
is zwaar genoeg. Ik moet vechten
om overeind te blijven
elke dag. En mijn hart
blijft onverdedigd achter.

Dan komt er een signaal
onwetend uitgesproken
door mijn vrienden. Een plek
die me aan jou doet denken.
Het voldoet. Je activeert
je wapens en valt aan.

Zenuwcentra vallen
onder jouw terreur. Mijn maag
is tot een klomp bevroren.
Je propaganda klinkt
vertrouwd. Ik raak door jou
tegen mezelf gekeerd.

Na slapeloze nachten
keert het tij. De strijd
opnieuw door mij beslecht.
Maar je bent niet weg.
Je hebt je teruggetrokken
tot ik me weer veilig waan.

zondag 4 januari 2015

Filmbespreking: V for Vendetta

Toen ik gisteren mijn op een na jongste broer aan de lijn had, vertelde die me over iets dat hij in het nieuws had gelezen. Hij zei eerst dat hij had gelezen dat er in de wet zou worden opgenomen dat kinderen voor hun ouders op leeftijd zouden moeten zorgen. En daarvan vroegen we ons al of of kinderen dat wel met zoveel enthousiasme zouden doen als het niet vrijwillig was. Maar helemaal raar was dat omdat laatst weer iemand was aangetroffen die drie jaar dood in zijn huis had gelegen, er een regel zou komen dat buurtbewoners minstens een keer per jaar bij elkaar op bezoek zouden moeten. Maar verplichtingen werken vriendschap en echte relatie heus niet in de hand, en zijn dus geen oplossing tegen eenzaamheid. Als ik verplicht bij mijn buren op de koffie zou moeten, zouden het nooit vrienden van me worden. Toch denken we dat wetten overal het antwoord op zijn. Ikzelf was enkele weken geleden al van streek door het nieuws van de positieflijsten voor huisdieren. De positieflijst voor zoogdieren was namelijk aangenomen, en er zouden ook lijsten komen voor vogels, en reptielen. En waarschijnlijk ook voor amfibieen en vissen. Een lijst die precies zou aangeven welke soorten ik als aquariumliefhebber zou mogen houden. De hobby zou erdoor veel van zijn glans verliezen. Het zou net zo zijn alsof er een lijst zou komen met de honderd boeken die een mens zou mogen lezen. En ook hier: het probleem, namelijk dat sommige mensen niet respectvol met huisdieren omgaan, wordt door de regels niet opgelost. Het enige wat er gebeurt is dat de vrijheid wordt ingeperkt.
Verder las ik gisteren een essay via SF-site io9, dat uiteenzette hoe kort de gelijke rechten van vrouwen in onze samenleving nog maar gelden. Rond het begin van de vorige eeuw hadden vrouwen nog niet eens stemrecht! Het was tot kort geleden gebruikelijk dat vrouwen hun baan opzegden als ze trouwden. En nu zien we de gelijke rechten als vanzelfsprekend. Maar een blik op de geschiedenis leerde, volgens het essay, dat vrouwen hun rechten ook makkelijk weer konden kwijtraken. De toekomst zag er dus voor vrouwen helemaal niet zo rooskleurig uit. Een beangstigend visioen. En voor andere groepen is de situatie nog schrijnender. Er zijn groepen die nog veel korter een gelijkwaardige positie hebben in de samenleving, of nog niet eens zo ver zijn. Zoals bijvoorbeeld mensen met een homoseksuele geaardheid. Het is nog niet zo lang dat zij met elkaar mogen trouwen. En er zijn nog steeds plekken (sommige scholen) waar ze niet worden aangenomen. In de samenleving zien we ook nog steeds uitingen van homofobie. En voor andere geaardheden of transgenders is de mate van uitsluiting nog groter. Mensen die zich als aseksueel identificeren worden bijvoorbeeld nog steeds als ‘minder menselijk’ gezien, blijkt uit onderzoek. En hoe zit het met geloofsminderheden, zoals moslims? Wilders verwoordt helaas het onderbuikgevoel van heel wat Nederlanders. Al deze mensen, kunnen niet als vrouwen, hun rechten zo weer kwijt raken (of nooit verkrijgen). Hoe makkelijk dat gaat, hebben we in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw al gezien in Duitsland. Het enige wat nodig is, is een situatie van onvrede en angst, en een leider die belooft daar een antwoord op te geven. En aangezien we wezens zijn die ons zelfbehoud op de eerste plek hebben staan, ruilen we dan onze verworven vrijheden (en die van onze medemens) graag om voor bestaanszekerheid.
Aan deze dingen moest ik denken bij het kijken van de film V for Vendetta op nieuwjaarsdag, onze traditionele ‘badjasdag’. Deze vrij grimmige SF-film schetst een totalitaire samenleving in Engeland, die is ontstaan na een aanslag met een kunstmatig virus, waarbij 100.000 mensen zijn omgekomen. De partij ‘Norsefire’ kwam toen aan de macht, en begon met het systematisch oppakken en doden van moslims, andersgeaarden, en minder aangepasten. Ook kunst en boeken die niet ‘door de beugel konden’ werden verboden. En de vertegenwoordigers van het bewind roepen steeds uit dat het volk hen nodig heeft. De mensen die zich tot deze partij keerden omdat ze bang en onzeker waren, worden nu door de regering bang en onzeker gehouden. Retoriek wordt over hen uitgespoeld via de media, met beelden van een burgeroorlog in de Verenigde Staten. En via de kerk: want als God aan de kant staat van de regering, wie durft dan tegen te zijn? Instituten zoals de kerk gebruiken -zo betoogt de film- deze technieken van angst en onzekerheid zaaien toch al eeuwen lang om mensen klein te houden.

In dit door angst verteerde land verschijnt een vrijheidsstrijder die praat in allitererende volzinnen, en zich tooit met een Guy Fawkes-masker. Als een combinatie van Zorro en de graaf van Montecristo zet hij zich vanuit zijn ondergrondse uitvalsbasis in om de regering omver te werpen. Deze man, alleen bekend als ‘codenaam V’ meent dat het niet de mensen zijn die bang zouden moeten zijn voor hun regering. Het is de regering die bang moet zijn voor haar mensen. Want de regering heeft niet de vrijheid van de mensen afgenomen, het zijn de mensen die hun vrijheid hebben afgestaan. En het zijn dezelfde mensen die hun vrijheid weer kunnen nemen. Ze kunnen het mandaat dat ze (zij het stilzwijgend) hebben verleend aan hun regering, uit angst voor hun eigen veiligheid, weer intrekken. Als de hele bevolking dat doet, heeft de regering geen been meer om op te staan, en moet wel vertrekken. Als alle Duitsers in de tweede wereldoorlog hadden geweigerd nog naar Hitler of de SS te luisteren, was de Nazi-regering niet zo’n lang leven beschoren geweest. Ja, er zouden doden bij zijn gevallen. Misschien wel duizenden, of tienduizenden, voor de machtswisseling werkelijkheid zou zijn geworden. Maar dat zou hebben opgewogen tegen de miljoenen doden die nu zijn gevallen, met hun impliciete goedkeuring. Daarom dat het zo steekt dat er Duitsers na de oorlog zeiden: ‘Wir haben es nicht gewusst’. Het klinkt te makkelijk.
En is het zo onwaarschijnlijk? In Denemarken besloot de koning (en met hem het volk) om een Davidsster te gaan dragen, en zo werden de Deense Joden beschermd. Dit vraagt echter wel moed. De moed om je vrijheid te claimen, de vrijheid die jouw deel is als mens, ook als je daarmee het doelwit wordt van de regering, op dat moment je vijand. Het vereist de moed om jouw waarde als individu, en de waarde van je medemens, hoezeer hij ook van je verschilt, als individu, belangrijker te vinden dan je leven. Om niet te zwijgen als een zigeuner, een homo of een Jood - net zozeer een mens als jij - wordt afgevoerd, maar je eigen leven voor ze in de waagschaal te stellen. Anders gezegd: het vereist liefde. Dit is ware liefde: je medemens, in al zijn uniciteit, te zien als respect waardig, waard om voor te strijden. Waard om je eigen leven en vrijheid voor op te offeren. Liefde die makkelijk is, is niet anders dan affectie. Die voelen we vooral voor mensen die op ons lijken en die tot onze groep behoren. Maar werkelijke liefde, opofferende liefde, komt ons niet aanwaaien, die vraagt moed. En die liefde brengt vrijheid voort. Niet alleen vrijheid voor degene voor wie je je opoffert, maar -interessant genoeg- ook en misschien wel vooral vrijheid voor jezelf. Want, de bijbel zegt het al dat wij allen ‘uit angst voor de dood ons hele leven aan slavernij onderworpen’ zijn (Hebreeen 2:15). Onze angst is een valstrik. We zijn pas echt vrij als we niet door angst worden gedreven (angst om onszelf), maar door liefde (voor waarheid, voor schoonheid, voor andere mensen, dus: voor iets buiten onszelf). Volmaakte liefde sluit angst uit, aldus 1 Johannes 4:18. Als we iets hebben gevonden dat het waard is om voor te sterven, zijn we dus vrij om te kunnen leven. Niet voor niets was Jezus de meest vrije persoon op Aarde. ‘Niemand neemt mijn even, ik geef het zelf Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen’ (Johannes 10:18). Hoe komt hij zo vrij? Omdat hij de goede herder is, die van zijn schapen houdt. ’Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen’ (vers 11). Een huurling (die het alleen om de winst gaat, dus zijn eigen belang) laat de schapen in de steek en vlucht zodra hij een wolf ziet.
Voor ons geldt hetzelfde. Vrijheid komt tot stand door liefde. Dwang kan het niet tot stand brengen, en intellectuele argumenten evenmin. Het kan alleen gebeuren door liefde. ‘Wij hebben lief , omdat God ons het eerst heeft liefgehad’ (1 Johannes 4:19).

Deze film illustreert dat principe in het karakter van Evey, een meisje die in contact komt met vrijheidsstrijder V. Evey heeft jaren in angst geleefd. Voortdurend. Ze wilde dat het niet zo was, maar het is de realiteit. Ze durft dan ook niet mee te strijden met V voor de vrijheid van Engeland. Maar waar ze zo bang voor was, gebeurt toch. Ze wordt gevangengenomen door de regering en gemarteld, zodat ze zal vertellen wat ze weet over V. In haar kale cel vindt Evey een briefje, achtergelaten door een eerder slachtoffer van het regime: actrice Valerie, die verliefd werd op een andere actrice. Ze had al afwijzing ervaren van haar ouders, toen ze uit de kast wilde komen, en vervolgens wordt ze opgepakt door troepen van de regering. In de gevangenis wordt ze gebruikt voor verschrikkelijke experimenten. Toch verliest ze haar liefde niet. Op haar laatste velletje papier, het laatste dat ze achterlaat voor ze overlijdt, schrijft ze: ‘But what I hope most of all is that you understand what I mean when I tell you that, even though I do not know you, and even though I may never meet you, laugh with you, cry with you, or kiss you, I love you. With all my heart, I love you.’ Deze woorden drinkt Evey in, en als het ultieme moment daar is en ze voor de keuze wordt gesteld: V verraden of voor het vuurpeloton (mooi allitererend niet?), kies ze voor de dood. Ze is namelijk niet meer bang. V zegt het zo: ‘They put you in a cell and took everything they could take except your life. And you believed that was all there was, didn't you? The only thing you had left was your life, but it wasn't, was it? You found something else. In that cell you found something that mattered more to you than life. It was when they threatened to kill you unless you gave them what they wanted... you told them you'd rather die. You faced your death, Evey. You were calm. You were still.’ Het is wat Jezus heeft gezegd: ‘Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden’ (Matteus 16:25, en vele andere plaatsen). Omdat ze bereid was haar leven te verliezen omwille van van V, is ze niet meer bang. En nu kan ze de wereld aan. Als in een wonder kan ze de cel verlaten. Ze treedt naar buiten en tilt haar handen op in de regen. En ze herhaalt de woorden uit het briefde van Valerie uit haar cel: ‘God is in the rain’. Evey heeft zich overgegeven aan de liefde, en daarmee aan de Liefde met hoofdletter ‘L’, en dat maakt haar vrij.
Wat Evey doorstond in de cel leek op wat V jaren eerder zelf doormaakte. Want ook hij was gevangen. En ook hij las eigenlijk hetzelfde briefje, met dezelfde boodschap. En ook hij kwam vrij. De scene waarin zijn ontsnapping getoond wordt, valt samen met de ontsnapping van Evey. En waar zij haar handen opsteekt en de regen ontvangt (een shot toont haar van bovenaf, als het ware uit het perspectief van God) en zich daaraan overgeeft, staat V midden in de vlammen, wordt hij door vuur verteert, en slaat hij een angstaanjagende kreet uit. En het blijkt dat V helemaal niet wordt gedreven door liefde. Zijn inspanningen om Engeland te bevrijden, zelfs om kunstschatten te bewaren, komen niet voort uit liefde voor de werkelijkheid buiten hemzelf, maar uit het verlangen de machthebbers te treffen, hen te straffen voor wat ze hem hebben aangedaan. Hij wil hen lik op stuk geven, want alleen dat zou volgens hem rechtvaardigheid zijn. Hij wordt gedreven door haat. ‘What was done to me was monstrous’, verklaart hij. Maar Evey heeft door wat er gebeurd is: ‘And they created a monster.’
Waar Evey in staat blijkt degenen die haar gevangen namen te vergeven, of althans, hen niet te haten, heeft V zijn verleden nooit achter zich gelaten. Hij wordt erdoor gedreven. Hij is niet vrij. Het lukt Evey haar kwellers met compassie in de ogen te kijken, V lijkt ervan te genieten ze te zien lijden. En dat maakt hem eigenlijk niet echt geschikt om een rol te spelen als bevrijder van Engeland.
En uiteindelijk ziet V dat zelf ook in. Hij geeft het toe aan Evey dat hij fout zat. En hij geeft zelf zijn campagne tegen de ‘Norsefire’-regering op. Hij is niet vrij om de goede beslissing te maken, zijn haat maakt hem blind voor wat goed en liefdevol is. Daarom laat hij de keuze over aan iemand anders. Aan iemand die wel de liefde kent. Die niet onvrij is door haat, maar die ergens zo om geeft dat ze zichzelf daarvoor over heeft. Het lijkt mij dat op dat moment duidelijk komt waarom Evey een naam heeft die zo op ‘Eva’ lijkt. In haar vrijheid (tot stand gekomen door liefde, door de dood heen), is ze in zichzelf een nieuw begin. Met haar begint een nieuwe werkelijkheid. Het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw geworden. De film eindigt dan ook met haar, en een ander, mannelijk karakter, samen afscheid nemend van de oude, door haat gedreven werkelijkheid, en kijkend naar een nieuw begin.
In de menigte mensen die wordt getoond aan het slot, zien we ook de karakters tegen die eerder in de film om het leven waren gekomen, onder andere Valerie. Voor mij een krachtig beeld van de nieuwe werkelijkheid die komt, die tot stand is gekomen door de opoffering van Jezus, gedreven door liefde. Liefde zorgt dat de dood nieuw leven voortbrengt. Een werkelijkheid waarin gerechtigheid heerst. Waarin iedereen vrij is. Jezus is een mens geworden zoals wij ‘ om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren va hun levenslange angst voor de dood’ (Hebreeen 3:14,15).
Er valt over deze film nog veel meer te zeggen. Bijvoorbeeld over het karakter van inspecteur Finch, die deel is van het partijsysteem, maar voor wie het nog belangrijker is de waarheid te kennen. Hij illustreert een ander, belangrijk principe, namelijk wat de bijbel ook zegt: ‘De waarheid zal u vrijmaken’ (Johannes 8:32). Wie liefde heeft voor de waarheid, boven de leugen, is op reis naar de vrijheid. En ook dat leidt tot een nieuw begin.

V for Vendetta is een van mijn favoriete films. Dat zal niemand verrassen wie weet dat ik een boek heb geschreven met als titel: Indrukwekkende Vrijheid (warm aanbevolen, overigens). Het verhaal zit sterk in elkaar, met heel goede dialogen en een reeks fantastische acteurs. Vooral de prestatie van Hugo Weaving als de titelheld is prijzenswaardig, aangezien hij nooit zijn gezicht kan gebruiken. Ook was het leuk een acteur uit de serie Sherlock te herkennen. Er zit wat behoorlijk heftig geweld in de film, wat een sterke maag geen overbodige luxe maakt. Nog moeilijker kan voor sommige kijkers het gedrag van ‘V’ zijn, die wel heel drastische methoden gebruikt om anderen vrij te maken. De in de film geschetste wereld lijkt niet heel waarschijnlijk - in het Thatcher-tijdperk waarin de oorspronkelijke strip werd getekend was het misschien anders, maar zoals ik in het begin van dit stuk al zei: vrijheid is een fragiel ding. Voor je het weet is het van je afgenomen. En dan hebben we liefde nodig die moed vraagt. We kunnen er maar beter nu al mee beginnen daarmee te oefenen.
Voor wie erin geïnteresseerd is ten slotte: op mijn eerste blog, Tol Eressea, schreef ik al eerder een bespreking van deze film. Daarin haal ik best vaak G.K. Chesterton aan en zijn mijn gedachten over vrijheid die ik in Indrukwekkende Vrijheid uiteenzette al in embryonale vorm te lezen. Maar vooral illustreert deze bespreking hoeveel ik in mijn inzichten, vooral ten aanzien van mensen met een andere geaardheid dan ik, ben veranderd. Mijn overtuiging van toen was niet bepaald liefdevol Ik zou daarom nooit dezelfde dingen meer schrijven. Houd dat in gedachten als je deze link toch wilt volgen.

donderdag 1 januari 2015

Een rustig nieuw jaar

Een ding dat mij opvalt als ik eerdere nieuwjaarsberichten teruglees, is dat er in het er op volgende jaar niet gebeurt wat ik verwacht of hoop dat er gaat gebeuren. Ongeveer de helft van mijn wensen of voorspellingen komt helemaal niet uit. Maar toch zie ik als ik terugkijk heel veel positieve dingen. Juist waar ze onverwacht waren, en me als uit het niets verrasten. Zin en nut van zo'n jaarlijks terug- en vooruitkijkmoment zijn dus discutabel. Behalve als de betekenis ervan is me te doordringen van mijn kleinheid, en mijn onvermogen mijn eigen leven te kunnen voorspellen. En een dankbare houding te stimuleren voor wat God of het universum op mijn pad brengen. En ten slotte te realiseren dat ook als tijd en toeval me met moeilijkheden treffen, dat het waarderen van schoonheid, waarheid en intimiteit niet in de weg hoeft te staan. De combinatie van hoop en futiliteit in de nieuwjaarsberichten op mijn blog doet me denken aan het bijbelboek Prediker (niet voor niets bevatten de voorgaande regels daarnaar een allusie). Er is tenslotte niets nieuws onder de zon. Het bestaan was toen ook al leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt. Maar de Prediker zegt daarbij: "Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven ... Het is het loon dat God je heeft gegeven" (9:9,10). En ondertussen doen wat je hand vindt om te doen, en voor zover mogelijk goed voor jezelf zorgen.
Het afgelopen jaar leek vrolijker te beginnen. De tekst die de Heer me gaf, was: 'Zij die op God vertrouwen, krijgen nieuwe kracht en stijgen op als op vleugelen van de arend' (In de NBV: 'Wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar' (Jes40:31)). Misschien wilde God zeggen dat mijn inspanningen nu beloond zouden worden. Inderdaad kreeg ik te horen dat een uitgever interesse had in mijn manuscript 'Wat als God je verhaal vertelt?', en begon ik met Bianca plannen te smeden om een dag minder te gaan werken. Maar de tekst betekent natuurlijk ook dat God kracht geeft in moeilijke omstandigheden. En het jaar bevatte inderdaad de nodige moeilijke momenten. Mijn gezondheid was bijvoorbeeld niet heel erg best. Ten eerste door een zweepslag in mijn kuit in januari. Vervolgens een gekneusde rib in april, en darmproblemen in het najaar. Ik ben nooit eerder zo vaak bij de huisarts geweest. Daarnaast (of daardoor) kreeg ik opnieuw te maken met slaapproblemen en stressklachten. Eczeem bleef een probleem en mijn gewicht nam  weer toe. Ingesleten patronen van verplichting en schuldgevoel joegen me weer op tot over mijn grenzen. Ik wilde zelfs met een gekneusde of gebroken rib de volgende dag weer in beweging komen. Mezelf stil zetten was er niet bij, behalve toen dat me in de zomer werd opgedrongen vanwege de ziekte van mijn vrouw. Dit bleken de zwaarste twee maanden van mijn leven tot nu toe. Dat ik ze kon doorstaan, was een goede les. Zoveel kracht heb ik dus in me. Het hielp me zelfs problemen op mijn werk te relativeren en te overwinnen, zelfs als er op het laatste moment een bijlage voor het TvD moest worden gemaakt. Maar tegelijk maakten deze problemen de noodzaak glashelder om mijn eigen grenzen en mijn gezondheid te bewaken, en reserves op te bouwen. Gelukkig bleek ook mijn huwelijk met Bianca bestand tegen tegenslag. Toen de ergste problemen voorbij waren, ontdekten we zelfs dat we dichter bij elkaar waren gekomen, en meer onderling vertrouwen hadden gekregen. Wel hadden we een paar fantasyfestivals gemist. Die schade moeten we volgend jaar maar weer inhalen!
Onder andere door de tumultueuze zomermaanden gingen de meeste van mijn voorgenomen schrijfprojecten niet door. Ik ben aan geen van de boeken begonnen waar ik het een jaar geleden over had. Zelfs Wat als God je verhaal vertelt? heb ik wel een keer herschreven, maar aan de tweede redactieronde ben ik nog niet begonnen. Het plan om een dag korter te gaan werken, is ook op de lange baan gezet. Er is zelfs geen zeeaquarium bijgekomen.
Maar wel een bak voor een muskusschildpad. Sinds half december hebben we er een nieuw huisdier bij. Sammie heet hij, en hij is nog erg klein. Maar wel heel actief, en hongerig. Kijk maar naar de foto! Zijn aquarium staat naast mijn bureau en is heel inspirerend om naar te kijken terwijl ik aan het schrijven ben. Want afgelopen jaar heb ik op dat gebied toch niet echt stil gezeten. Ik heb 6 korte verhalen geschreven, 12 filmbesprekingen en 31 gedichten. Ook heb ik op Goodreads 63 recensies van boeken geschreven. Want dit jaar las ik in totaal 65 boeken. Onder andere minder bekende werken van Victor Hugo, David Copperfield en Nicholas Nickleby van Charles Dickens, Autobiography van Chesterton, A Prayer for Owen Meany van John Iriving, en een keur van SF en fantasyboeken, waaronder de Harry Potter-boeken en China Mieville. Ook laafde ik mij aan enkele interessante populaire wetenschapsboeken over het ontstaan van het leven, chaostheorie en deeltjesfysica. Goede momenten om op terug te blikken waren daarnaast onze 'confirmation' in de Anglicaanse kerk, twee geweldige fantasyfestivals, goede films (we hebben eindelijk onze Pathepas), het kijken van Star Trek Voyager, en een lang weekeinde Londen met mijn broer Marten (waarbij we onder andere botten zochten aan de oever van de Thames). En nog heel veel dat ik nu waarschijnlijk even vergeet.

Voor volgend jaar wil ik mijn plannen bescheiden houden. Ik ken mezelf ondertussen genoeg om te weten dat ik heus niet stil ga zitten, maar ik probeer mezelf zo weinig mogelijk op te leggen. Er zijn natuurlijk zaken die gewoon moeten. Zo moet dit jaar echt iets gebeuren aan de badkamer. Dat zal wel voor wat stress zorgen. Daarnaast hoop ik in het voorjaar Wat als God je verhaal vertelt nog een keer door te werken - al was het alleen al om de boodschap nog eens op mezelf te laten inwerken. Daarnaast wil ik kijken of ik mijn korte verhalen, die tot nu toe alleen enkele vrienden van mij te lezen krijgen, een breder publiek kan bezorgen. Ik heb voor het eerst een verhaal opgestuurd voor een verhalenwedstrijd, en ga zoeken naar meer mogelijkheden om mijn verhalen te publiceren (in SF-tijdschriften bijvoorbeeld). Vandaag voor het ontbijt had ik weer een idee voor een nieuw verhaal, dus er zullen er ook weer een paar worden geschreven. Komende zomer wil ik dan voor het eerst gaan experimenteren met 'publishing on demand'. Ik wil dan namelijk een selectie maken van mijn gedichten en die bundelen. Verder blijf ik natuurlijk af en toe een filmbespreking schrijven voor mijn blog en houd ik mijn gelezen boeken bij op Goodreads (voor dit jaar wil ik de boeken van Robin Hobb gaan herlezen, en staan ook weer een paar klassiekers op mijn lijstje).
We willen weer naar fantasyfestivals, stripbeurzen, boekenbeurzen, musea en dierentuinen. De achterwand voor een nieuw aquarium staat bij mijn broer in bestelling. Ik hoop veel te genieten van onze muskusschildpad. Maar ik ga bijvoorbeeld minder vaak afspreken met vrienden en kennissen (niet meer dan een afspraak per week), en hoop ook op andere manieren mijn innerlijke slavendrijver af te remmen. Werken tijdens kantooruren is genoeg, daarnaast hoef ik me niet uit te putten. In de rust die daardoor ontstaat wil ik me laten verrassen. Verrassen door al die onverwachte dingen die het leven op mijn pad brengt, goed dan wel moeilijk, en zien wat er onder invloed van zon en regen uit de aarde van mijn hart gaat opgroeien.