maandag 10 september 2012

Foto's: bloemen uit Blijdorp

Anders dan de naam doet vermoeden zijn er in een dierentuin niet alleen dieren te zien, maar ook planten. En als je in juni of juli in de dierentuin bent, bloeien er daar ook nog eens heel veel van. Zo ook toen wij in Blijdorp waren. En omdat planten ook nog eens weinig bewegen (anders dan door de wind) en je er dicht bij kunt komen, zijn het dankbare foto-objecten.






zondag 9 september 2012

Filmbespreking: Tangled

Vorige maand waren mijn vriendin en ik op Castlefest: een driedaags fantasyfestival op de Keukenhof in Lisse (heb geduld, het verband met de film uit de titel zal duidelijk worden). Ook zonder tulpen is dit een prachtig park, met frisse grasvelden en oude bomen, en in het midden een kasteeltje dat zo uit een sprookje zou kunnen komen. Er is een ommuurde tuin met oude kassen en moerbeibomen, en slingerende paden. En deze dagen was er nog meer. Overal kraampjes met boeken, kleren en fantasyattributen, maar ook middeleeuwse ambachten, ouderwets snoep en ‘gebakken lucht’. Houten stalletjes verkochten niet de op festivals gebruikelijke friet, maar heerlijk vlees van een hangende grill, en andere smakelijke hapjes. Er waren meerdere podia, waar folkbands speelden, vaak met oude instrumenten, zoals luiten en draailieren en doedelzakken. Keltisch aandoende klanken dreven over het festivalterrein, soms vrolijk, soms droevig, maar altijd doorleefd. Op andere plekken werden zwaardgevechten nagespeeld, zetten mensen zich aan obscure gezelschapsspelletjes, of brachten auteurs hun eigen boeken aan de man.
Het meest bijzondere aspect van Castlefest waren echter de mensen: veel van de bezoekers gaan namelijk verkleed. Sommigen hebben het hele jaar gewerkt aan hun outfit. We zagen middeleeuwse prinsessen, barbaarse strijders, vampiers en negentiende eeuwse ontdekkingsreizigers, kobolden en feeen, heel wat piraten en steampunk-karakters uitgedost met koperen tandwielen en stoomtechniek. Een bijna authentieke Napoleontische soldaat stond naast een Ierse Druide. Er waren Goths en Metalliefhebbers in hun eigen uitrusting. Er liep zelfs een karakter rond in Star Trek-uniform.
Mijn vriendin en ik keken onze ogen uit. Een van de dingen die ons opviel was dat de kleren van de meeste bezoekers ook echt bij hen pasten. Ze drukten iets uit van hun innerlijk. Je kreeg het idee dat ze op dit festival even konden zijn wie ze werkelijk wilden zijn, dat ze aan de buitenwereld konden laten zien hoe hun binnenwereld eruitzag. Voor veel van hen was dit echter dan de spijkerbroek en overhemd die ze naar kantoor aandeden. Maar tegelijk werd er niemand buitengesloten. Dit festival was niet exclusief voor Gothicliefhebbers, of voor prinsessenfans, of voor steampunkadepten. Ook superhelden waren welkom. Iedereen praatte met iedereen. Het gaf niet of je kleren goedkoop waren of het werk van maanden. Het gaf zelfs niet als je je helemaal niet verkleed had. Niemand werd scheef aangekeken, er viel geen onvertogen woord. Zelfs niet toen het opeens begon te regenen en iedereen met elkaar onder de bomen probeerde te schuilen. Hier werd je geaccepteerd zoals je was. Zelfs leeftijd was geen probleem. Er liepen oude echtparen rond als hun favoriete karakters uit Lord of the Rings, en peuters  zagen eruit als Engelse lords, terwijl hun iets oudere broers en zussen naar een poppenkastspel keken.
Iedereen die met een kinderlijke blik van verwondering en verbeelding naar de wereld kijkt, zou zich hier welkom voelen. Dat gevoel kwam pas echt tot uiting voor de podia, waar jong en oud, Goth en elf, meedeed aan de vrolijke volksdansen. Star Wars-liefhebber bewoog arm in arm met Disney-prinses op de muziek. Ik wilde dat ik de dansen kende, want hun plezier was duidelijk zichtbaar. Mijn vriendin en ik besloten dat we volgend jaar naar Castlefest zullen terugkeren, en dat we dan zelf ook verkleed gaan, op een manier die echt bij ons past.

Nadat mijn vriendin en ik samen Tangled hadden gekeken, praatten we nog even na over de film. “Als ik niet op Castlefest was geweest”, zei ze, “had ik gedacht dat zoiets alleen maar in films voorkomt.” We hadden het over een scene halverwege de film, als de karakters terechtkomen in de hoofdstad, waar net een feest aan de gang is. Er klinkt vrolijke muziek, mensen dansen, jong en oud, sommige op blote voeten. Jonge meisjes vlechten bloemen in hun haar. Er wordt gegeten en gedronken. Iemand schildert een prachtig schilderij op straat. Iedereen doet mee, wie nog wat aarzelt wordt in de kring getrokken (anderen liggen in de bibliotheek op de vloer te lezen - er is ook ruimte voor introverte mensen). En aan het eind van het feest worden er honderden, duizenden lampionnen opgelaten, een prachtig gezicht tegen de donkere avondhemel.
Inderdaad, het lijkt te mooi om waar te zijn. Dat kan alleen in een kinderfilm. Wij weten dat het leven niet zo is. We rekenen op teleurstelling, op afwijzing, op frustratie. Dat we in gezelschap van anderen ooit echt onszelf zouden kunnen zijn. En genieten van prachtige kostuums, nagespeelde verhalen, en goede gesprekken lijkt een naïeve droom. En het leven is ook niet altijd zo. Het is niet verwonderlijk dat fantasyliefhebbers in zulke aantallen op Castlefest en de Fantasyfair afkomen - die ongedwongenheid en vreugde ervaren ze niet elke dag. En ook Castlefest is voor sommigen waarschijnlijk een teleurstelling - bijvoorbeeld als je kostuum geruineert raakt door de regen, of omdat je niet van je honingwijn kunt genieten door de wespen (die in augustus nu eenmaal in actie komen).
Maar Castlefest laat wel zien dat het een droom is die werkelijkheid kan worden. Onze verlangens naar schoonheid, avontuur en intimiteit zijn niet tevergeefs. Ze kunnen vervuld worden. Misschien niet volledig, maar we kunnen in elk geval een voorproefje krijgen. Het enige dat we hoeven doen (en tegelijk is dit het moeilijkste wat er is), is “Nee” zeggen tegen mensen en machten die ons voor hun eigen doeleinden weghouden van onze echte verlangens en onze ware identiteit, en ons vervolgens openstellen voor wat goed en waardevol is, voor het Grote Verhaal, voor de Werkelijkheid. Hiertoe moet je alles loslaten waar je je aan vastklampt, je valse zekerheden, de kleine verhalen waar je zelfbeeld van afhangt, het imago dat je aan de wereld toont. Elk masker moet af, anderen zullen je kennen bij je echte naam, er is geen verstoppen meer mogelijk. Dit voelt misschien als sterven, maar alleen zo vind je je ware thuis. Alleen zo kom je werkelijk tot leven.

Tangled is de vijftigste avondvullende animatiefilm van Disney, en past naadloos in de traditie van klassiekers als De Kleine Zeemeermin en Beauty and the Beast. Deze film is gemaakt met de computer en niet getekend, maar voor het verhaal maakt dat geen verschil. De karakters zijn behoorlijk levensecht, met een heldin die niet alleen maar passief is, en een grotere rol voor de held dan in de meeste andere tekenfilms. Er zijn hilarische dieren, die dit keer niet praten, maar door nonverbale communicatie een blijvende indruk achterlaten (het is niet verwonderlijk dat ze de hoofdrol spelen in de korte vervolgfilm Tangled Ever After). De muziek is mooi, met een paar gevoelige en en paar hilarische liedjes, die ikzelf in elk geval lang bleef neuriën. De schurk van het verhaal is slecht, maar heeft nu eens een persoonlijke motivatie, in plaats van over het koninkrijk te willen regeren. Het einde van de film is spannend en emotioneel vervullend. In sommige opzichten is het sprookje misschien wat clichematig (de heldin die met haar liefde een vagebond kan veranderen in een trouwe echtgenoot), maar ik kan eerlijk zeggen dat dit een van mijn favoriete films is, en dat ik hem nog regelmatig ga kijken.

Het verhaal draait om Rapunzel, die is opgegroeid in een hoge toren, in een afgezonderde vallei, die ze nog nooit heeft verlaten. Ze schildert, leest, kookt en maakt schoon, zonder over haar situatie te klagen. En elke avond kamt moeder Gothel haar (uitzonderlijk lange) haren, terwijl Rapunzel voor haar zingt. De jonge vrouw weet niet anders dan dat dit is hoe haar leven er hoort uit te zien. Maar er knaagt iets aan haar. Een keer per jaar ziet ze namelijk in de verte gele lichtjes opstijgen, een prachtig schouwspel. Het doet iets met haar. Ze zou dolgraag naar de lichten gaan kijken. Maar volgens haar moeder is de wereld buiten de toren veel te gevaarlijk voor haar, vol enge monsters en gevaarlijke wezens. Op de dag voor haar achttiende verjaardag klimt echter een man tegen haar toren op, de beruchte dief Flynn Rider, op zoek naar een schuilplaats. Hij heeft niet op de aanwezigheid van Rapunzel gerekend. Ze overmeestert de vrijbuiter en verstopt zijn buit. Om die terug te krijgen, moet hij beloven haar mee te nemen naar de opstijgende lichten. En zo verlaat het meisje voor het eerst haar thuis. Ze heeft echter buiten haar moeder gerekend. Het haar van Rapunzel heeft namelijk een magische eigenschap - het kan de effecten van de tijd ongedaan maken. Moeder Gothel gebruikt het om haar jeugdige schoonheid in stand te houden. Ze is bereid over lijken te gaan om haar dochter terug te krijgen in haar toren. Rapunzel ontdekt ondertussen dat de vrouw die ze ‘moeder’ noemde, helemaal geen familie van haar is en dat het geen toeval is dat de avond dat ze de gele lichtjes ziet tegen de donkere hemel, de avond is van haar verjaardag ...

When will my life begin?”, vraagt Rapunzel zich in het begin van de film af. Ze heeft het niet eens slecht in haar toren. Ze krijgt te eten, heeft een bed, mooie kleren, en verf om mee te schilderen. Ze heeft bovendien een moeder die zegt van haar te houden. “I love you more”, zegt Rapunzel gemeend terug. “I love you most”, antwoordt moeder Gothel. Maar toch is dit bestaan niet helemaal bevredigend. Rapunzel verlangt naar meer. Ze kan niet eens goed onder woorden brengen waar ze dan naar verlangt. Ja, ze wil met eigen ogen de lichten zien die op haar verjaardag verschijnen. Maar dat is maar een van de uitingsvormen van het verlangen, niet het verlangen zelf. Ergens beseft ze dat ze niet bedoeld was voor een leven in eenzame opsluiting. Een leven waarbij ze niet eens het gras onder haar voeten mag voelen, of de regen op haar gezicht. Een leven waarbij ze geen risico mag lopen, geen keuzes voor zichzelf mag maken, geen vrienden mag hebben.  Ze verlangt naar echte schoonheid (niet alleen schilderijen op de muur), naar echte relaties (niet alleen een ‘moeder’ die slechts om haar geeft vanwege haar magische haar), naar echte waarheid (in plaats van de ontwijkende antwoorden en valse liefdesverklaringen die ze nu krijgt).
Deze verlangens zijn universeel, betoogt de film. Ieder mens heeft ze, zelfs de boeven en vrijbuiters die samenkomen in herberg The Snugly Duckling - ook die koesteren allemaal een droom, een verlangen naar iets dat echt is en waardevol. Het leven dat ze leiden is een leugen, ze zijn niet zichzelf als ze anderen beroven en met elkaar vechten. Ze zullen pas echt zichzelf worden als ze ontdekken wat hun diepste verlangen is, en daar naar gaan leven. Sommigen zijn zich nog niet van dat diepe verlangen bewust - zoals Flynn Rider, die zegt te dromen van geld en een eiland waar hij op een hangmat kan liggen. Hij verschuilt zich achter een valse identiteit. Maar in de loop van de film ontdekt hij dat ook hij verlangt naar echte schoonheid, waarheid en intimiteit. En dat hij tot leven komt als hij die gaat nastreven - hoe gevaarlijk dat ook is.
De diepe verlangens geven aan voor welk leven mensen bestemd zijn - ook al ziet hun leven er nu niet zo uit. Dit is ook voor ons realiteit. We leven niet in een volmaakte wereld en de meeste van onze dromen zien we nooit in vervulling gaan. Dat betekent niet dat onze dromen tevergeefs zijn. Het betekent alleen dat de wereld niet is zoals die bedoeld was. De wereld is vervormd geraakt, door leugens en manipulatie, door zelfzucht, door kleine verhalen. Dit blijkt uit het verhaal van Rapunzel. Ze is namelijk niet in gevangenschap geboren. Ze is de dochter van een koning en een koningin, die van haar hielden, en nog steeds om haar treuren. Ze was bedoeld lid te zijn van een echt gezin. Dat is de werkelijkheid. Het leven dat moeder Gothel haar voorhoudt is een misleiding. Moeder Gothel zegt van Rapunzel te houden, maar in werkelijkheid wil ze alleen iets van Rapunzel gedaan krijgen. Ze is voor haar jeugdige schoonheid en levenskracht van het meisje afhankelijk. En daarom manipuleert ze haar. Ze maakt haar bang voor de buitenwereld, overdrijft de gevaren, en prent haar in dat alleen zij haar ‘dochter’ kan beschermen. “Mother knows best”, zingt ze onheilspellend. Wie inzicht wil krijgen in manipulatietechnieken moet deze film kijken. Het eist van Rapunzel moed om daar tegenin te gaan, om de leugen te ontmaskeren, en op eigen benen te staan. Maar als ze eenmaal de waarheid heeft leren kennen, kan ze onmogelijk meer terug ...
Dit geldt ook voor ons. Jezus vertelde niet voor niets gelijkenissen over het koninkrijk van God. “Dit is de wereld waar jullie voor bedoeld zijn”, is wat hij wilde zeggen. “Het rijk van de wereld, van de Romeinen en de Farizeeën, is een leugen, bedoeld om jullie gevangen te houden. Stap eruit en ga leven als burgers van Gods koninkrijk. Dat is de moeite waard, zelfs al moet je ervoor sterven. Er is namelijk een kracht die religie en politieke macht niet kennen, die sterker is dan de dood. De kracht van opstanding, die werkt in mensen die durven toegeven dat ze zwak zijn, die durven ernaar te verlangen.”

Castlefest is voor mij een beeld van het Koninkrijk, van het leven waarvoor ik bedoeld ben.   Een leven van echte schoonheid, echt avontuur, echte relaties. Van dansen op de muziek. Van echt mezelf kunnen zijn, samen met anderen. Ook de kerk is bedoeld om de realiteit van Gods koninkrijk te laten zien aan de wereld. De kerk is een doorbraak van Gods realiteit in de onze, een uiting van Gods regering midden in vijandig terrein. Maar helaas tonen kerken vaak niet het leven en de vreugde die daarbij horen.
De eerste keer dat ik op Castlefest was, nu zes jaar geleden, had ik hoofdpijn. Ik zat op het grasveld een eindje van het hoofdpodium met wat water, om bij te komen. Achter mij hoorde ik mensen over het geloof praten. Ik spitste mijn oren. Maar wat ze zeiden deed mij pijn. Ze gebruikten nogal negatieve woorden over de kerk. De kerk was een plek van hypocrieten, waar ze niks mee te maken wilden hebben. Homo’s en andersdenkenden werden er uitgesloten. Ze vloekten. Ik werd er treurig van. Zo zien mensen de gemeenschap van gelovigen. En ik moest ze gelijk geven - ik ben ook beschadigd in de kerk waar ik opgroeide.
De kerk lijkt vaak meer op moeder Gothel dan op Castlefest. De kerk is een systeem geworden, een organisatie, die afhankelijk is van haar leden. De structuur heeft iets van mensen nodig - geld, inzet, toewijding - om te kunnen bestaan. En zorgt vervolgens dat ze deze dingen krijgt. Door mensen te vertellen dat de buitenwereld slecht is, dat alleen toewijding aan het systeem hen zekerheid kan geven, dat ze geliefd zijn omdat ze zich zo hard inzetten of zoveel geven. Maar het is een valse liefde, zoals die van moeder Gothel. Het instituut gaat boven het individu. De persoon wordt ondergeschikt aan de organisatie, en kan niet zichzelf zijn (veel bezoekers van Castlefest zouden niet worden verwelkomd in een gemiddelde geloofsgemeenschap, in elk geval niet zonder zich aan te passen). Dat is pijnlijk. Zouden we als gelovigen niet moeten vechten om anderen te bevrijden van deze machten buiten hen die hun identiteit afnemen - of het nu religieuze organisaties zijn of politieke, of andere machthebbers? Zouden we niet ons leven voor hen moeten overhebben? Zouden we hen niet in contact willen brengen met het echte leven? Het ware Koninkrijk? Zouden we ze niet gewoon kunnen liefhebben, zoals ze zijn? Is dat niet wat we ten diepste verlangen?
C.S. Lewis zei al dat God onze verlangens niet te groot vindt, maar eerder te klein. Daar wordt ik aan herinnerd bij een film als Tangled, en bij een evenement als Castlefest. Zolang we iets minder verlangen dan Gods werkelijkheid, blijven we gevangen in een leugen.

vrijdag 7 september 2012

Foto's: vissen uit Blijdorp

Ik ben een groot vissenliefhebber - daarom heb ik thuis drie aquaria staan, met plannen voor een vierde. Maar ook sla ik, als ik naar de dierentuin ga, nooit de aquariums over! Hier zijn een paar foto's van het Oceanium in Blijdorp. Helaas is het fotograferen van vissen, door glas heen, met lange sluitertijden, niet heel makkelijk. Ik vond ze toch nog best aardig gelukt, al zeg ik het zelf.

Nee, dit is geen vis, maar hee, kreeften en langoustines (geen scharen) zijn ook mooi!



Nee, ook geen vis, maar deze Tillandsia groeide wel in het Oceanium, dus ik heb hem toch maar in dit bericht geplaatst.

zondag 2 september 2012

Filmbespreking: Elizabeth

We worden als mensen nogal eens ingeperkt door onze ervaring. We kennen de wereld om ons heen. Onze stad, de marktkraampjes, de volle trein op weg naar kantoor. Die ervaren we als werkelijkheid, die heeft voor ons substantie. En van de mensen die we dagelijks zien, hebben we het gevoel dat we ze kennen. We kunnen onszelf op hen projecteren, en ons voorstellen dat ze dezelfde gedachten koesteren, dat ze dezelfde verlangens hebben, dat ze angstig zijn en liefhebben zoals wij dat doen. We ervaren ze als ademende, levende personen en gaan zo met ze om. Maar het wordt anders als we van mensen gescheiden zijn, of het nu is door een fysieke afstand, of door tijd. We lezen over een andere cultuur, bijvoorbeeld die van Japan of van de Inuit, en over hun voor ons aparte gebruiken en hun bevreemdende cultuur. Maar kennis over mensen is niet hetzelfde als het kennen van mensen. De Japanners of de Inuit blijven voor ons abstract. Het zijn eenheden, geen mensen. Een encyclopedie of een volkenkundig museum helpt ons niet over hen te denken als mensen zoals wij, die liefhebben, verdriet hebben, ambitieus zijn of juist niet. Hetzelfde geldt voor de geschiedenis. We kunnen lezen over de middeleeuwen, de volksverhuizingen, de kathedralenbouwers, de epidemieën en de koningen, maar die kennis is onpersoonlijk. Al snel denken we dat mensen in die tijd dommer waren, minder ver ontwikkeld, simpele zielen of onschuldiger. Het is moeilijk over ze te denken als echte, levende, ademende mensen zoals wij. Het blijft een ‘ver van mijn bed show’.
Om de kloof van de abstractie te overbruggen hebben we iets anders nodig dan feiten. Het kan alleen door de mensen echt te ontmoeten. Door op reis te gaan naar een andere cultuur en twee weken bij Indiers te logeren bijvoorbeeld - daardoor krijgen de mensen op dat subcontinent een gezicht. Ze worden individuen, persoonlijkheden. Maar dat is niet altijd mogelijk, vooral niet als de afstand er een is in de tijd. Dan is fictie de aangewezen oplossing. Verhalen laten ons meeleven met individuele mensen, laten ons delen in hun pijn, vreugde en moed, laten ons voelen waarom eer nu zo belangrijk voor hen is, of waarom ze minder geven om welvaart dan wij. Een verhaal stelt ons in staat om ons door middel van de verbeelding te verplaatsen in de schoenen van een ander, en daardoor tegelijkertijd de ander te zien als een mens zoals wij. Dit is een belangrijke functie van fictie. Deskundigen spreken over de ‘theory of mind’ - de wetenschap dat een ander zichzelf als persoon ervaart, net zoals jij dat doet. Het is bekend uit wetenschappelijk onderzoek dat mensen die verhalen lezen, sterker scoren op testen over de ‘theory of mind’ en ook empathischer zijn. Ze zijn ook eerder geneigd om anderen te helpen. Je zou kunnen zeggen dat verhalen ons menselijk maken, of anders gezegd: dat verhalen ons helpen om anderen te zien als mensen.
Dit verklaart waarom historische films mij zo aanspreken. Op een bepaald moment tijdens het kijken realiseer ik me dat deze mensen, met hun worstelingen, hun verlangen en hun twijfel, werkelijk hebben bestaan, bijna vijfhonderd jaar geleden. En andersom, dat de mensen van 1500 jaar geleden waarover ik lees in de geschiedenisboeken geen pionnen waren of robots die een koers volgden die voor hen was vastgelegd (de koers die de geschiedenis nu eenmaal moest lopen om te leiden tot onze tijd), maar dat ze individuen waren die hun eigen ideeën navolgden, met andere concurreerden, en teleurstelling ervoeren of juist grote vreugde. Hoewel de geschiedenis voor mij lijkt vast te staan, was de toekomst voor hen open. Dit ervoer ik bijvoorbeeld bij het kijken van de al wat oudere film Elizabeth.

De film speelt zich af in het Engeland van de zestiende eeuw. Net als elders in Europa heeft de reformatie diepe voren getrokken. De film begint met de levende verbranding van drie protestantse ketters. De katholieke koningin Mary Tudor wordt echter opgevolgd door de protestantse Elizabeth. Een levenslustige jonge vrouw, die verliefd is op een sympathieke edelman Sir Robert Dudley. Het ziet er echter naar uit dat haar regering van korte duur zal zijn. Het land is arm en er dreigt oorlog, bijvoorbeeld met bloody Mary, de koningin van Schotland. De katholieke bisschoppen zijn niet blij met haar ideeën over de gewetensvrijheid van individuen en de Paus dringt zelfs aan op een gewelddadige oplossing. De graaf van Norfolk, een van de belangrijkste edelen, aast ondertussen zelf op de troon. De enige manier om haar positie te behouden, is te trouwen. Of met de Franse Graaf van Anjou (die op zijn minst flamboyant is te noemen), of met de Spaanse koning. Haar advisieur William Cecil houdt haar voor dat haar lichaam nu niet meer van zichzelf is, maar van de staat. Ze is een vrouw in een mannenwereld en wordt daar ook regelmatig aan herinnerd. Ondertussen hoopt Sir Robert haar te kunnen blijven zien. De enige die werkelijk haar belangen op het oog lijkt te hebben is Sir Francis Walsingham, die als haar lijfwacht op een doortastende manier afrekent met bedreigingen van binnen en buiten het hof. Uiteindelijk moet de jonge koningin een groot offer brengen om haar land voor onheil te behoeden.

Deze film had makkelijk in het lijstje van mooie films kunnen staan dat ik laatst op mijn blog plaatste. De aankleding van de film is prachtig, met fantastische kostuums en imposante decors. Er speelt ook een heel scala goede acteurs in mee. Van Richard Attenborough (zelf ook regisseur, en broer van David), tot Joseph Fiennes (die later Luther speelde), Geoffrey Rush (zoals altijd briljant) en Christopher Eccleston (gepast dreigend en doortastend, in 2003 Dr. Who.). Emily Mortimer (uit Lars and the Real Girl) is een van de dienstmeisjes van de koningin, en zelfs de latere James Bond Daniel Craig heeft een rolletje. Cate Blanchett is een stralende koningin Elizabeth (deze rol is duidelijk een voorloper van Galadriel), maar een die ook haar doortastendheid overtuigend weet te brengen. Misschien toont de film niet de lelijke kant van de middeleeuwen wat betreft scheve tanden, pest en luizen, maar ketterverbrandingen, martelingen en de gevolgen van de oorlog worden wel in beeld gebracht. Aan het eind van de film wordt er een samenzwering ontmaskerd, maar hoe die precies in elkaar zat was me niet heel duidelijk, en ook niet wat de rol van Sir Robert nu precies was. Ik heb ook begrepen dat de film de volgorde van gebeurtenissen hier en daar omdraait en zich wat vrijheid veroorlooft in de ontmoetingen van de koningin. Dat maakt de film niet minder. Om op abstract niveau te weten wat precies gebeurde kun je vinden op Wikipedia. Om je een beeld te vormen van wat een vrouw van vlees en bloed moet doen en laten op de troon van Engeland in de zestiende eeuw, kijk je deze film.

Tijdens het kijken van de film dacht ik een paar keer: hee, dit soort situaties ken ik uit A Game of Thrones en de vervolgen daarvan. Een strijd om de troonopvolging, verschillende huizen van edelen met conflicterende belangen, diplomatiek inzetten van huwelijken en relaties, en bloederig verraad. Ik verwijs daarom graag naar mijn bespreking van A Game of Thrones. Daarin schreef ik: “Ook al ben je ervan overtuigd dat wat jij wilt bereiken goed en waardevol is, dat het juist is, als je het tot stand wilt brengen op eigen kracht, groeit alleen maar het rijk van de duisternis.” Onze heldenverhalen, waar wij betekenis aan ontlenen, leiden ertoe dat wijzelf onvrij zijn, en dat wij anderen hun vrijheid ontnemen (hun heldenverhaal bedreigt het onze immers). Ik citeer Richard Beck: “This, then, is the great tragedy of human existence: That which makes life worth living--our cultural hero system and the self-esteem it provides--is the very source of evil.” Ditzelfde principe wordt ook op een krachtige wijze in beeld gebracht in deze film. In A Game of Thrones lees je over de gevolgen van de menselijke machtsuitoefening op de zwakken en de machtelozen. Deze film toont de vernietigende effecten ervan op de individuele mens en zijn persoonlijkheid.
Eerst wordt Elizabeth in beeld gebracht als een levendige jonge vrouw. Ze bevindt zich in een idyllische, bijna paradijselijke situatie, waar ze danst met haar geliefde Sir Robert. Ze heeft hoop op een werkelijke relatie met de man met wie ze houdt. (De keren dat deze karakters dansen hebben een symbolisch karakter, denk ik. Ze worden namelijk steeds ongemakkelijker door de film heen). Bovendien is ze werkelijk overtuigd gelovige. Zelfs als ze gevangen wordt genomen en bedreigd wordt, houdt ze vast aan haar protestantse overtuigingen. Wanneer haar zus haar vraagt Engeland katholiek te houden, antwoordt ze dat ze zal handelen zoals haar geweten haar ingeeft. Wanneer ze hoort dat ze koningin wordt, reageert ze met oprechte dankbaarheid aan God. Ze is iemand die kan liefhebben, God en een ander individu. En ze probeert ook zo te regeren, uit het hart, niet uit kille berekening. Maar als koningin bevindt ze zich op een positie waar dat niet is vol te houden. Er wordt van haar verwacht dat ze de positie van Engeland beschermt en verstevigt. Er wordt van haar verwacht dat ze macht uitoefent ten dienste van de staat. Daarvoor moet ze trouwen met iemand die haar maar een of twee keer per jaar zou zien (de koning van Spanje) of met iemand die zich graag als vrouw verkleedt (de Franse Anjou). Haar liefde voor Robert is ondergeschikt aan het verhaal van Engeland. En anderen verwachten dat ze macht uitoefent ten dienste van de kerk, katholiek of protestant. Ze bespeelt de edelen prima, wijst hen op hun hypocrisie, maar het verhaal van de macht krijgt uiteindelijk de overhand. De religieuze machten zijn bereid de toevlucht te nemen tot moord om hun positie te beschermen. En Elizabeth kan hen alleen met de wapenen van de macht bestrijden, en moet daarbij ingaan tegen haar geweten. Ze moet de machiavellistische Walsingham de vrije hand geven om de katholieke samenzweerders te doden. En ze moet de toevlucht nemen tot de subversie van religieuze beeldtaal om haar plek op de troon te behouden. Ze wordt zelf een religieus figuur, om mensen ervan te weerhouden op grond van hun religie tegen Engeland te kiezen. Op dat moment, zegt ze, is ze getrouwd met Engeland. Ze heeft haar lange haren afgeknipt, heeft haar gezicht wit gemaakt, en draagt een witte jurk. Haar levenslustige persoonlijkheid is gesublimeerd, haar liefde voor Robert is weggedrukt. Ze is nu een belichaming van een ideaal, een abstractie, in plaats van een persoon. Ze is haar positie. Dat is wat macht doet met mensen. Dat is de betekenis van het gezegde dat macht corrumpeert, en dat absolute macht absoluut corrumpeert.

De ironie is natuurlijk dat haar beslissing om de maagdelijke koningin te worden succes oplevert voor Engeland. Dat gaat een gouden eeuw in, met ongekende welvaart, succesvolle expansie in de wereld en een Anglicaanse kerk die de staat niet meer bedreigde. Het verhaal van Engeland eindigt met een overwinning. Maar een ‘happy end’ is het volgens mij niet. Want het verhaal van Engeland is niet het Verhaal van de Werkelijkheid. Het is niet het Ware Verhaal. Het is een klein verhaal, en degene die van Engeland zijn eigen verhaal maakt, die zijn leven laat draaien om het succes van Engeland, dient eigenlijk een afgod. Hoe mooi en succesvol Engeland ook is, het is het niet waard dat ook maar een mens zijn of haar geweten dicht schroeit om het te redden. Het is het niet waard dat een mens er een ander mens voor ombrengt, of dat iemand haar eigen liefde ervoor ontkent. Christenen geloven dat ze in een groter verhaal leven. In HET grote verhaal. Daarom zijn ze wel in de wereld, maar niet van de wereld. Hoewel ze leven als burgers van het Romeinse rijk, vereren ze de keizer daarvan niet als God, en worden ze liever uitgestoten dan hun eigen geweten geweld aan te doen. Wie oprecht wil leven in het grote verhaal kan niet tegelijk het wereldsysteem blijven dienen. Niemand kan twee heren dienen, zei Jezus al.
Maar ook de kerk kan het verhaal van iemands leven worden. En ook de kerk blijkt dan een te klein verhaal. Wie zijn leven laat draaien om het succes van een kerk, om het ledenaantal of zelfs het voortbestaan, dienst eigenlijk een afgod. In dit verhaal wordt de katholieke kerk als voorbeeld opgevoerd, maar het geldt eigenlijk ook voor protestante kerken, pinksterkerken en huiskerken (en zelfs voor het idee van kerkloos christen-zijn). Als je leven daarom gaat draaien, en je in naam van de kerk andere mensen pijn doet, uitsluit of veroordeelt, leef je niet langer in het Grote Verhaal. Dan leef je in een verhaal dat geen leven kan brengen. Dat alleen maar tot de dood leidt, voor jou en voor anderen. Walsingham (die zelf niet gelooft, maar denkt dat in het heelal niets anders is dan de mens en diens gedachten), heeft het verschil scherp door. Hij zegt tegen een katholieke priester: “Is your God such a worldly god that he must play at politics in the filth of conspiracy? Is he not divine?” Hij zag in dat deze man niet God diende, maar een god met een kleine ‘g’: de kerk.

Elizabeth besluit het spel mee te spelen. Ze dient Engeland. Ze houdt zich aan de religieuze verhalen van mensen. En ze draagt daarvan de pijnlijke gevolgen. Was er iets anders mogelijk? Ik weet het niet. Wij kunnen ons ook niet uit de wereld terugtrekken. We moeten ook gewoon ons werk doen, onze hypotheek betalen. We zijn deel van allerlei systemen. Maar aan de andere kant zijn we geen burgers maar ‘bijwoners’, vreemdelingen. Ons ware vaderland is het Koninkrijk van God. Ergens in die dubbelheid ligt de waarheid. Als we ons werkelijk geliefd weten, als we ons realiseren dat we leven in het Verhaal dat God vertelt, als onze betekenis rust op Jezus’ dood en opstanding, dan kunnen we de verhalen van Engeland, van de kerk, van onze carrière of onze financiën zien voor wat ze werkelijk zijn: kleine verhalen, gedoemde projecten, vaten die geen water houden. We kunnen ze relativeren. We worden dan niet langer geregeerd door deze verhalen, maar zijn vrij om er voor te kiezen iets te doen dat goed is voor Engeland, of om dat te weigeren. We zijn vrij om te kiezen bij een kerk te horen, maar ook vrij om er weg te gaan als ons geweten dat vraagt. We zijn vrij om anderen als waardevolle individuen te behandelen, in plaats van ze te martelen. We zijn vrij om te leven en lief te hebben, in plaats van ons aan een ideaal te onderwerpen. Ik breng dit niet altijd in praktijk, maar ik verlang er wel naar. Ik wil niet eindigen als Elizabeth. Als gevoelloos standbeeld, in plaats van een geliefd mens.

donderdag 23 augustus 2012

Gerechtigheid 3: het werkelijke goede nieuws

In maart begon ik met het publiceren van een zevendelige serie die ik ooit schreef voor een mensenrechtenorganisatie. Nu is het alweer bijna september! Gelukkig zijn de losse overdenkingen ook apart te lezen. Deel 1 vind je hier, en deel 2 hier.

Het is nogal wat, een campagne voor gerechtigheid. Een kwartiertje bladeren in de krant, een half uurtje kijken naar het acht uur-journaal, een dag op Facebook: het is genoeg om je de moed in de schoenen te laten zinken. Waar moet je als individu immers beginnen? Hoe kan je ook maar iets doen om een eind te maken aan het lijden van zoveel mensen? Het kwaad is overweldigend. Als het op de ene plek ongedaan is gemaakt, steekt het ergens anders weer de kop op. Als op het ene continent een epidemie is bestreden, breekt ergens anders een hongersnood uit. Als het ene conflict voorbij is, begint het volgende. Alle hulp die we bieden, alle acties die we organiseren, alle inspanningen die we leveren, ze lijken een druppel op een gloeiende plaat. Het effect ervan is altijd slechts tijdelijk. Hoeveel we ook geven van ons geld, onze tijd en onze energie, het is nooit genoeg. Er blijft altijd meer nodig. Meer steun, meer inspanning, meer financiën. Als we ons al niet verschuilen achter een muur van cynisme, spoeden we onherroepelijk af op overspannenheid. Zo werkt het in ieder geval voor mij. Het is de reden waarom ik liever niet te veel wil weten van wat er op de wereld aan ongerechtigheid gebeurt. Het lijkt allemaal hopeloos, slecht nieuws.
 Maar ik zou geen overdenking schrijven voor deze website, als ik niet geloofde dat er goed nieuws te melden was: een boodschap die ons gevoel van zinloosheid verlicht, die betekenis verleent aan onze inspanningen, die hoop biedt op een blijvende verbetering voor ieder mens. Dit is het goede nieuws dat Jezus verkondigde: “De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij!” (Marcus 1:15). Het koninkrijk van God heeft ons bereikt (Lucas 10:9). Dit verandert de zaak. Dit zet alles wat we doen in een nieuw perspectief.

Wie de evangeliën leest, kan er niet omheen: het koninkrijk van God vormde de kern van Jezus’ boodschap, het ijkpunt waar hij steeds weer op terugkwam. Ons ongemak met de ongerechtigheid laat zien dat wij Jezus’ bedoeling niet hebben begrepen. We geloven in zijn dood en opstanding, maar we geloven niet wat die volgens Hem tot stand hebben gebracht: de vestiging van Gods regering op de Aarde. Een koninkrijk is namelijk niets anders dan het gebied waarin de wil van de koning gebeurt. Binnen de grenzen van Nederland vindt plaats wat de koningin besluit (ik weet dat de huidige politieke realiteit wat ingewikkelder is, maar het idee mag duidelijk zijn). Het koninkrijk van God is dus het gebied waar gebeurt wat God wil. Dat is waar Jezus op doelt in het ‘onze vader’: ‘Laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde, zoals in de hemel’ (Matteüs 6:10). Als het koninkrijk van God op een bepaalde plek arriveert, gebeurt daar de wil van God, zoals die nu al gebeurt in de hemel. En dat is het beste wat kan gebeuren. Dat is werkelijk goed. Dat geldt voor elk individu, elk gezin, elke organisatie en elke samenleving. Als Gods wil gebeurt, komen die tot hun eeuwige bestemming, hun ultieme ontplooiing, hun hemelse glorie. Jezus beschrijft wat zijn roeping was: ‘[God] heeft mij gezalfd om aan armen het goede nieuws te brengen … om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen’ (Lucas 4:18,19). Door zijn leven werd zichtbaar wat de wil van God was: blinden konden weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat werden gereinigd en doven konden weer horen, doden werden opgewekt en aan armen werd het goede nieuws bekendgemaakt (Lucas 7:22). Dit was wat God wilde, dit was wat Gods regering door Jezus heen tot stand bracht. En dit is wat Jezus voor ons beschikbaar heeft gemaakt door zijn dood en opstanding: als we ons bij hem aansluiten, worden we gered uit de macht van de duisternis en overgebracht naar het rijk van Gods geliefde zoon (Kolossenzen 1:13). Voortaan kan in ons en door ons heen de wil van God gebeuren.

Het koninkrijk van God is niet iets dat wij tot stand kunnen brengen, het is niet iets dat wij tevoorschijn kunnen roepen, dat wij kunnen maken of breken. Het is immers niet onze wil waarvan het afhankelijk is, maar die van God. Het enige dat wij kunnen doen om er deel aan te krijgen, is ons ervoor open te stellen. Jezus zei: “Wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan” (Marcus 10:15). Toen nog meer dan nu, kwam niemand op het idee iets van een kind te verwachten. Ze konden niets produceren, ze konden niets verdienen, niets aan de samenleving bijdragen, ze konden alleen ontvangen. Pas dit voorjaar realiseerde ik me dat het verhaal over de ‘rijke jongeling’ hiermee in verband staat. Het probleem van deze man was niet dat hij niet in staat was alles op te geven, maar dat hij dacht dat hij iets kon doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven (Marcus 10:17). Hij meende dat hij door zich aan regels te houden, kon zorgen dat Gods wil in zijn leven gebeurde. Maar Jezus hield al van hem zonder dat hij ook maar iets deed. Hij hoefde het koninkrijk van God alleen maar als een geschenk te ontvangen, er ruimte voor te maken in zijn leven. Daarom is het voor rijken zo moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan (vers 23). Zij denken dat ze iets kunnen bereiken met hun eigen inspanningen, hun eigen tijd, hun eigen geld. Ze denken dat zij zelf verantwoordelijk kunnen zijn voor de gerechtigheid. Maar God is de enige die in staat is zijn wil te laten gebeuren. Alleen hij is verantwoordelijk voor zijn koninkrijk.

Het enige dat wij dus hoeven doen om te delen in Gods koninkrijk, is Hem te vragen zijn wil te laten gebeuren. We hoeven ons alleen aan hem beschikbaar te stellen, in elke situatie waarin we ons bevinden, elke dag opnieuw. Als we dat doen, verandert ons perspectief, dan krijgt ons leven een nieuwe basis, dan worden we opnieuw geboren. Pas als we niet langer op onszelf vertrouwen, maar op God, kunnen we het koninkrijk van God zien (Johannes 3:3,5). Dan zien we hoe de wil van God werkelijkheid wordt door wat we doen en wat we zeggen. Dan worden we verrast door de gevolgen van de meest eenvoudige daden van medemenselijkheid, van de kleinste woorden van liefde. Dan zien we wonderen die we niet hadden kunnen organiseren, blijvende veranderingen die we niet van te voren konden verwachten. Dan breken we niet onder de last van de gerechtigheid, maar vinden we rust voor onze zielen, en gaan we voort van kracht tot kracht, tot we voor God verschijnen in Sion, tot Gods koninkrijk wereldwijd werkelijkheid wordt (vergelijk Psalm 84:8).
Dit is pas werkelijk goed nieuws.

dinsdag 21 augustus 2012

Koudbloedigen uit Blijdorp

Eerder deze zomer bracht ik met mijn vriendin en Dordrechtse vrienden een bezoek aan diergaarde Blijdorp. Natuurlijk had ik mijn fototoestel bij me. Ik heb de foto's die ik maakte van de vuursalamanders maar gewist - dat bleken plastic dieren te zijn, omdat de echte achter de schermen zaten. Maar deze zijn (volgens mij) wel allemaal echt ...







vrijdag 17 augustus 2012

De tien mooiste films

Let op, ik bedoel niet de 'beste' films, de films die als films het best gelukt zijn, of aangrijpend, of ontroerend. Ik bedoel de films die (althans voor mij) de meeste visuele schoonheid bevatten. Toen ik laatst een blu-ray uit mijn kast pakte, realiseerde ik me dat er films zijn die ik niet in de eerste plaats kijk vanwege het sterke verhaal of de intellectuele diepgang, maar vooral omdat ik de beelden zo mooi vind. Eigenlijk net zoals ik graag door de National Geographic blader, of door het boek met onderwaterfoto's dat op de plank onder mijn tafel ligt. Deze schoonheid doet iets met me. Ze is troostend, voedend, genezend.
Ik heb bij verschillende schrijvers gelezen dat schoonheid een vergelijkbaar effect op ze had. Chesterton bijvoorbeeld zegt: "Beauty and terror are very real things and related to a real spiritual world; and to touch them at all, even in doubt or fancy, is to stir the deep things of the soul." Dostoyevsky heeft gezegd: "Beauty will save the world." Lewis schrijft in Till We Have Faces: "The sweetest thing in all my life has been the longing...to find the place where all the beauty came from." John Eldredge hamert er op in zijn boeken dat ons verlangen naar schoonheid ons door God gegeven is, en ons uiteindelijk naar God voert. Dit suggereert dat mijn reactie op schoonheid niet een uitzondering is, maar een die door de hele mensheid gedeeld wordt.

Toch heb ik in de kerk nog nooit een preek over schoonheid gehoord en nog nooit een bijbelkring over dit onderwerp meegemaakt. Misschien hebben we ons door het reductionisme van de wereld laten beïnvloeden. Misschien zijn we alles wat ons menselijk maakt gaan wantrouwen, door een platonische scheiding aan te brengen tussen materie en geest, tussen aarde en hemel. Misschien denken we dat het ons alleen maar afleidt van wat er werkelijk toe doet: het aanbidden van God of het winnen van zielen. Maar hoe zouden we God kunnen aanbidden als we Hem niet mooi vinden? En waarom zouden we geven om andere mensen (en hun zielen) als we niet hun schoonheid zien?
Twee jaar geleden heb ik al eens betoogd dat God niet alleen liefde is, maar dat hij ook schoonheid IS. Hij is niet alleen maar mooi, hij IS schoonheid, zoals hij niet alleen maar liefdevol is, maar liefde IS. En zoals hij niet alleen waarachtig is, maar de Waarheid IS. Zoals alles wat God doet en zegt een expressie is van zijn liefde (ook wat wij door onze bril van schaamte en schuld zouden beschrijven als oordeel), is alles wat God doet en zegt een expressie van zijn schoonheid. En uiteindelijk ook van zijn waarheid. Als we ons openstellen voor een ervaring van werkelijke schoonheid, of het nu de schoonheid is van een bloem, van een vriend of van een film, stellen we ons open voor de God die schoonheid IS.
Met de kanttekening dat de schoonheid in onze gevallen wereld kan schuilgaan onder of vertekend worden door de lelijkheid van onze zelfgerichtheid. En de volgende kanttekening dat schoonheid NIET God is, zoals de liefde ook niet God is! Wie de schoonheid op zichzelf verheerlijkt, komt bedrogen uit (een van de boodschappen van het kille The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde). Schoonheid, liefde en waarheid (met kleine letters) zijn geschapen werkelijkheden, en ze aanbidden betekent dus afgoderij. Ze zijn elk afzonderlijk te klein om ons tot 'Groot Verhaal' te dienen. Maar ze zijn wel geschapen door Degene die Liefde, Schoonheid en Waarheid IS. Ze zijn als het ware zijn boodschappers, die naar Hem verwijzen. Ze kunnen in zichzelf onze diepste behoefte niet vervullen, maar wijzen ons wel verder naar degene die dat wel kan. En andersom gebruikt God ze om in onze behoefte te voorzien. Ze zijn zijn spreekbuis - een regenboog voor een gevallen wereld, in de woorden van Calvin Seerveld. Daarom zullen ze volgens mij alle drie deel uitmaken van het werkelijke christelijke leven.
Volgelingen van de God die Liefde, Schoonheid en Waarheid IS, zullen zelf ook gekenmerkt willen worden door liefde, schoonheid en waarheid, en zullen die ook gaan vertonen. Ze zullen genieten van relaties met andere mensen, van mooie kunst en natuur, en van gerechtigheid en kennis van de schepping. En ze zullen zelf anderen willen liefhebben, mooie dingen maken en beschermen en eerlijkheid nastreven. Ik geloof dat alleen op deze manier mensen het beeld van God kunnen laten zien, dat wil zeggen: echt menselijk worden.
Ik noem voortdurend 'schoonheid', 'liefde' en 'waarheid' in een adem. Volgens mijn hangen deze begrippen namelijk samen. Iets kan niet werkelijk mooi zijn, als het een leugen is. Iets kan niet werkelijk mooi zijn als het een uiting is van haat of mensenvrees. We hebben hier te maken met een drie-eenheid. In het boek dat ik onlangs heb geschreven (voorlopige titel: Wat als God jouw verhaal vertelt? Overwinning door zwakheid) ga ik hier verder op in. In dit bericht zal ik het houden bij de opmerking dat iets of iemand mooi is, als hij, zij of het helemaal zichzelf is (wat samenhangt met de ideeën van waarheid en liefde).

Het is niet makkelijk schoonheid te definiëren, want er zit een subjectief element aan. We zijn ieder van ons ook eigen, unieke individuen, die verschillende nadrukken leggen, en verschillende verlangens hebben. We hebben een eigen schoonheid en die combineert op een eigen manier met de schoonheid buiten ons. Maar er zijn wel overeenkomsten (anders hadden filosofen door de eeuwen heen nooit over schoonheid kunnen schrijven) en ik kan wel een paar objectieve eigenschappen noemen die volgens mij gepaard gaan met schoonheid. Iets is mooi als het uniek is. Denk aan de bloesem in de lente: elk bloempje is anders, geen takje is hetzelfde als een ander takje, overal zie je iets nieuws. Vergelijk dat met een plastic orchidee - die is niet zo mooi als een echte, omdat de bloemen precies hetzelfde zijn. Die uniciteit zet zich door in de details. In de plastic bloemen houden de details op een bepaald niveau op, en worden de randjes helemaal glad, of zie je de lijmranden. De bloemen vertonen unieke details hoe ver je ze ook 'inzoomt'. Zelfs het patroon van de nerven in een blad dat je onder een vergrootglas ziet, is mooi. (Dit is ook de reden dat Applecomputers zo mooi zijn: over elk detail is nagedacht, hoe klein ook - maar dit is natuurlijk een persoonlijke mening). Maar schoonheid heeft ook te maken met 'schoon'-zijn. Er is geen vieze plek of verkleuring, geen ziekte of misvorming -dat wil zeggen: het voorwerp nadert een bepaalt ideaal, hoe iets er 'hoort' uit te zien. Ik moet altijd rillen als ik zie dat er vuilnis in het gras ligt of tussen de bomen. Het hoort er niet. Het is niet mooi. (Aan de andere kant kan de manier waarop een plastic zak door de wind wordt voortgeblazen al mooi zijn - omdat het de expressie is van iets dat wel echt is.) En schoonheid dient nergens toe - het heeft geen nut, is niet utilitaristisch. Geen wonder dat de woonkazernes in Oost Europa zo grauw en lelijk zijn. En geen wonder de de lokalen van sommige geloofsgemeenschappen zo kaal en leeg lijken. Schoonheid die wordt toegepast om een doel te bereiken (bijvoorbeeld in reclames), wordt al snel cynisch. Echte schoonheid bestaat gewoon om zichzelf, niet om iets in mij te doen of voor mij te doen. Ik kan de schoonheid niet verdienen en niet beheersen. Ik kan haar niet bezitten. Ik kan haar alleen liefhebben. Ik kan haar alleen ontvangen als genade (zoals ik betoog in mijn bijdrage in Het Boek van de Natuur, hartelijk aanbevolen!). Ik zelf zie hier eigenschappen in van God, maar tegelijk ook van de mensen om mij heen. En ik zie deze dingen ook terug in de films die ik kijk vanwege hun schoonheid.
Ook wat de films betreft kan schoonheid niet worden gescheiden van waarheid en van liefde. Het zijn films waarin relaties en de de vraag wat liefde is een belangrijke rol in spelen. Het zijn ook films, die (hoe fantasievol ze ook zijn) gaan over de vraag naar de betekenis van het leven, of de zin van eerlijkheid, of het verlangen naar rechtvaardigheid. De thema's zijn allemaal met elkaar verworven. Maar daarnaast zijn het films met unieke beelden, landschappen, mensen - of ze nu echt bestaan of zijn verzonnen. Films waarin aandacht is besteed aan details, of het nu gaat om de instelling van de camera, of de patronen van de kostuums, of de blaadjes aan de boom. Het zijn ook films die (ook al bevatten ze ook wel lelijkheid - die ze vaak eerlijk laten zien als lelijkheid) dingen laten zien zoals ze moeten zijn, 'zonder vlek of rimpel'. Denk aan de elven uit de verfilmingen van The Lord of the Rings: dit is hoe elven moeten zijn. En het zijn films waarin de schoonheid er is voor zichzelf. Ze heeft vaak iets speels of frivools, ze wil ons niet tot lust of hebzucht manipuleren, maar biedt alleen zichzelf aan, zoals ze is. Mijn individualiteit laat zich vooral zien in het feit dat er zoveel SF- en fantasyfilms tot mijn selectie behoren - ik zie schoonheid in andere werelden, of het nu de diepzee is, de Jupitermaan Europa, of 'een melkwegstelsel ver, ver weg'. Ze verwijzen voor mij naar de werkelijkheid van een andere realiteit, de realiteit van steeds nieuwe ontdekkingen, waar God de maker en heerser van is.
Genoeg wat betreft de inleiding! Hier volgt mijn lijst van de tien mooiste films:

Nausicaa and the valley of the wind
Meesteranimator Hayao Miyazaki heeft oog voor de details in de natuur. Al zijn films bevatten adembenemende shots van licht dat op een landschap speelt, wolken die aan de kijker voorbijtrekken, de wind die graan doet golven. Hij is gefascineerd door vliegtuigen, maar vooral de ervaring van het vliegen, en de vrijheid die daarmee gepaard gaat. Dat is al zichtbaar in zijn eerste film, en mijn favoriete van zijn werk. Hij schept in deze film ook een giftige jungle, vol met monsterlijke insecten, waarvan de details prachtig zijn uitgewerkt (en die uiteindelijk ook bij de natuur blijken te horen). De gruwel van de oorlog wordt zichtbaar, maar uiteindelijk is het de liefde van prinses Nausicaa voor wie anders is dan zij en haar keuze voor opoffering boven geweld, die de overhand krijgen. Dat alles leidt tot een climax met verwijzingen naar de opstanding. Een rijk verhaal dat laat zien dat tekenfilms niet kinderachtig zijn.

The Fall
Filmmaker Tarsem filmde op adembenemende locaties over de hele wereld, die in een fantasyfilm niet zouden misstaan, maar waar geen computereffect aan te pas is gekomen. De kleurrijke kostuums en de bijzondere beelden (onder andere een zwemmende olifant) zijn heel expressief. Ze laten zien welke voorstelling een meisje maakt bij een verhaal dat haar wordt verteld door een patiënt in hetzelfde ziekenhuis waar zij is opgenomen. Dat verhaal blijkt ook invloed te hebben op de werkelijkheid, en neemt een grimmige wending. De vriendschap tussen het meisje en de verteller leidt er uiteindelijk toe dat deze laatste de waarheid onder ogen ziet en kiest voor het leven.

Hellboy II - The Golden Army
Een film over een demon in mijn lijstje met mooie films? Dat lijkt vreemd, maar Hellboy is gelukkig geen gewone demon. Hij vecht voor de goede zaak. Guillermo del Toro heeft een levendige fantasie en schept wereld van feeen en sprookjeswezens, gekenmerkt door een haast oneindige variatie. Een wereld die in haar voortbestaan wordt bedreigd door de prozaische hebzucht en machtswellust van mensen, die een gat in hun ziel hebben dat niet gevuld lijkt te kunnen worden. De scene waarin een 'forest elemental' wordt losgelaten -de laatste die er is op Aarde- is opmerkelijk ontroerend. We maken als mensen onze wereld steeds kleiner en leger. En toch kiest Hellboy ervoor te strijden voor de mensheid, dezelfde mensen die niets anders kunnen dan hem verwerpen.

The Fellowship of the Ring
De eerste film van de drie is het mooist. Hij bevat de levendige plattelandsgemeenschap van de hobbits, de verstilde schoonheid van Rivendell en de imposante bomen van Lothlorien. Hij toont unieke wezens, van elven tot grottentrollen en balrogs. Hij wordt opgesierd door de natuur van Nieuw-Zeeland. Het is een wereld waar je echt in kunt geloven, zo lijkt alles te kloppen. En bovendien gaat de film, net als de oorspronkelijke verhalen, over thema's die de kern van het leven als mens raken: goed en kwaad, verleiding en lotsbestemming, genade en verdriet. Ik dompel me er graag in onder, wordt even deel van Midden-Aarde, in de hoop dat ik in mijn eigen leven iets zal gaan tonen van de vrolijkheid van de Hobbits, de wijsheid van Gandalf en de doortastendheid van Aragorn.

The Tree of Life
De geschiedenis van de kosmos van oerknal tot uitdoving van het heelal. Vol nevels, en sterren, en dinosaurussen. En daarin een levensverhaal, een wereld in zichzelf, een jongen die in aanraking komt met de overlevingsdrang van zijn vader, en de genade van zijn moeder. En die merkt dat hij uit eigen kracht niet meer kan ontsnappen uit het patroon waar hij in is gevallen, maar dat hij verlossing nodig heeft. Beelden van de natuur, meditatieve scenes. Symbolen. En dinosaurussen. Een film die me diep raakte, mede omdat hij zo mooi was.



Atonement
Misschien is het te vroeg om deze film al op mijn lijstje te zetten. Ik heb hem deze week pas voor het eerst gezien en zal pas morgen een filmbespreking op mijn blog plaatsen. Maar al tijdens het kijken was ik onder de indruk van de schoonheid van deze film. De prachtige beelden van een zomerse tuin rond een Engels landhuis, maar ook van Frankrijk in de oorlog. Menselijkheid in al haar glorie en verdorvenheid. Een verhaal over een liefdesaffaire, maar ook over de verwoestende werking van de leugen. Het einde geeft er een cynische draai aan - de schoonheid blijkt niet voor niets bijna 'te mooi om waar te zijn', maar daarmee blijft de film wel prachtig.

Pirates of the Carribean - At Worlds End
Dit was de film waarbij ik aan dit lijstje moest denken. De film is grimmiger dan de eerste twee delen van de serie, en het plot is (in elk geval als je hem de eerste keer ziet) niet makkelijk te volgen, omdat iedereen een ander motief lijkt te hebben om elkaar te verraden. Maar anderzijds is de film adembenemend: de landschappen waar de bemanning langs reist naar het eind van de wereld, de surrealistische plek waar Jack Sparrow verblijft, de kostuums van de piraten uit alle windstreken, de koralen en poliepen op de Vliegende Hollander en het natuurgeweld in de ontknoping. En een karakter dat de kans op eeuwig leven aan zich voorbij laat gaan, zodat twee geliefden bij elkaar kunnen blijven. Mooi!

Sunshine
Het uitgangspunt van deze film is misschien in wetenschappelijk opzicht niet zo geloofwaardig, de rest van de film toont mijns inziens overtuigend hoe een reis van de Aarde naar de zon zou kunnen verlopen. Over het ontwerp van het ruimteschip is goed nagedacht. Maar vooral indrukwekkend zijn de beelden van de zon, die steeds dichterbij komt, en het kale oppervlak van Mercurius. Karakters in de film vergelijken hun reis met een zoektocht naar God, maar die blijkt te groot om te kunnen zien en leven. Ook hier vindt aan het eind weer een opoffering plaats die aan anderen leven brengt.

Hero
Een zwaardvechter vertelt een Chinese koning hoe hij heeft afgerekend met drie legendarische krijgers die het op de vorst gemunt hadden. Maar de koning denkt niet dat hij de waarheid vertelt en geeft hem zijn eigen versie van de gebeurtenissen. Uiteindelijk komt de waarheid boven tafel. En die waarheid heeft te maken met een keuze voor geweldloosheid en ja, inderdaad: opoffering. Dat alles getoond met sierlijke, bijna poetische gevechten, prachtige kleuren (elke versie van het verhaal heeft een eigen kleurstelling), en imposante omgevingen.


Wall-E
Animatiestudio Pixar heeft er ook een handje van mooie films te maken. Mijn favoriete is Wall-E. Ook hier heeft de mens de schoonheid van zijn omgeving veracht en van de Aarde een puinhoop gemaakt (die trouwens prachtig en gedetailleerd in beeld is gebracht). Maar dat betekent niet dat alles verloren is. het robotje Wall-E ziet midden in het afval nog mooie details en interessante voorwerpen. Als verkenningsrobot EVE voorbijkomt wordt zijn hart gegrepen. Hij volgt haar naar haar ruimteschip, waar hij een in slaap gesuste mensheid weer laat verlangen naar schoonheid, naar liefde en naar waarheid. Maar ook hier komt de verlossing niet zonder opoffering. Het is een film die ik keer op keer kan kijken, zonder dat hij mij gaat vervelen. En de beelden van herstel over de aftiteling heen blijven me ontroeren.

Wat zijn volgens jullie de mooiste films?