maandag 30 maart 2015

Gedicht: Er is een andere oever

Er is een andere oever

Er is een andere oever
ook al zie ik die nu niet,
moet ik door de mist laveren
zonder baken. Varen tegen
rijen huizenhoge golven in.

Het glas beslaat. De kompasnaald
tolt voortdurend. Duizelig
word ik ervan. Het zeil wappert
en ik maak ergens water.
Ik hoor de pompen protesteren.

Toch keer ik niet om. Mijn thuis heeft mij
niets meer te bieden, dan ketens
om mijn benen. Mijn rug belast
met wat vreemden wensen en ik
mag daarin niet verdwijnen.

Maar de zee rolt dag en nacht wild
onder mij, berooft mij van mijn rust.
Ook mijn bezit ging overboord.
Mijn handen kleven aan het wiel
door wrede angst geknecht.

Er is een andere oever.

dinsdag 24 maart 2015

Filmbespreking: Insurgent

Ik ben een liefhebber van de huidige tienerfilms. Veel andere films in het actie/SF genre, waar ik van houd, zijn tegenwoordig of wat cynisch, of nemen geen moreel standpunt in. Maar in de tienerfilms worden nog wel morele vragen gesteld naar wat ons mensen maakt, hoeveel we over moeten hebben voor onze vrijheid, wat onze rol is ten opzichte van onze naasten, en hoe we met onszelf kunnen omgaan als we moeilijke beslissingen hebben gemaakt. Ik houd van die vragen. De Hunger Games-serie is er een mooi voorbeeld van, maar ik vond Divergent ook heel goed. Daarom dat ik er een uitgebreide recensie over heb geschreven. Van het weekeinde zag ik het vervolg in de bioscoop: Insurgent. Er stond een andere regisseur aan het roer en dat was (volgens mij) te merken. Ik vond het verhaal minder verrassend, en ook wat minder diep. Wel waren de acteurs goed, met onder andere Kate Winslet als verrassend kille slechterik. En de beelden van het futuristische Chicago waren prachtig: techniek en verval, prima in beeld gebracht. Ook in droomscènes waarin alles uiteen lijkt te vallen. Heel overtuigend. En er waren een paar verrassingen in het slot van de film die ik niet had zien aankomen, wat verfrissend is. Maar, zoals ik zei: niet zo sterk als het eerste deel.

Het verhaal gaat over Tris, die in de vorige film een zogenoemde 'Divergent' bleek te zijn. Iemand die niet kan worden ingedeeld in een van de vijf groepen waarin deze samenleving is onderverdeeld. Om haar vrijheid te behouden heeft ze in de vorige film een paar gruwelijke dingen moeten doen. En ze heeft het idee dat ze verantwoordelijk is voor de dood van haar ouders, en een jongen die ze in zelfverdediging heeft doodgeschoten. Samen met haar broer en 'Four', haar vriend, schuilt ze bij de 'Amity'-groep. Deze vriendschappelijke mensen verbouwen graan en groente. Ze eten samen in een hoge zaal, die wat architectuur betreft op een kerkgebouw lijkt. Die associatie lijkt me bewust tot stand gebracht. De leidster van deze fractie heeft ook de beminnelijke uitstraling van een geestelijke. En de leden van de groep groeten elkaar bij elke gelegenheid zoals sommige gelovigen elkaar groeten. Eerst dacht ik dat dit niet oprecht was, maar later blijkt juist de boodschap van de leidster van deze gemeenschap centraal te staan in de film. Haar woorden tegen Tris blijken cruciaal. Ze spreekt die woorden uit, omdat blijkt dat Tris moeite heeft met zichzelf. Als in een daad van boetedoening snijdt ze haar haren af. Maar ook dat is niet genoeg. Ze sluit zich af voor haar broer en voor haar vriend, en laat niemand meer dichterbij komen. Want ze gelooft dat mensen haar zouden haten als ze zouden weten wat ze heeft gedaan. Ze haat er zichzelf om.
Maar ze is niet de enige die problemen heeft met zichzelf. Haar broer blijkt niet in staat haar te beschermen als ze worden aangevallen. Hij staat machteloos. En hij kan het niet eens tegen haar zeggen. Hij kan het niet van zichzelf toegeven. Dan is het makkelijker om haar te verlaten, om zijn oude allianties op te zoeken, om de schaamte (het centrale thema van de film) te ontlopen in dogmatische zekerheid. Zelfs 'Four', de vriend van Tris, ook Divergent, of 'Afwijkend', schaamt zich voor zijn verleden. Een verleden dat wel heel persoonlijk wordt, in de vorm van zijn moeder. Zij blijkt de leidster te zijn van de 'fractielozen', degenen die door de samenleving zijn uitgekotst. Zijn woede en schaamte om haar zorgen dat hij haar aanbod van een bondgenootschap direct afwijst. Met haar kan hij immers niet samenwerken. Alles liever dan dat. Maar dat instinct leidt tot keuzes die zijn vriendin Tris, en hemzelf, in gevaar brengen.

Kortom, een film over schaamte. Een thema dat mij ook bezighoudt. Helaas had ik direct na het kijken van de film geen tijd voor het schrijven van een bespreking. Ik was bijna van plan de kans maar te laten schieten. Toen las ik echter via een link op twitter een blogbericht over schaamte. Het is een behoorlijk sterk verwoorde aanklacht tegen de kerk. De schrijver heeft gesproken met een therapeut en ontdekt welke boodschappen aan de grondslag liggen van zijn schaamte en schuldgevoelens. "All the rows and columns of my heart are filled with memories and messages saying over and over and over again: Because you are not perfect, you deserve punishment instead of love." Met zijn verstand probeert hij zichzelf ervan te overtuigen dat hij fouten zou mogen maken, maar zijn hart wil het niet geloven. Daarvoor zitten die boodschappen te diep geworteld. Hij is er namelijk mee opgegroeid. Want waar heeft hij deze boodschappen opgepikt? In de kerk. "Let me guess - you needed to tell me how bad I was before I knew I needed to be saved. You needed to convince me I was worthy of death before the offer of life would seem like a good deal. Sure, whatever. Do you realize that in doing so you partnered with the voice of Satan himself, until I can no longer distinguish between the two of you because you’re saying the same damn thing?"
Ik herken dit helemaal, omdat ik dezelfde worsteling ken - lezers van mijn blog zullen dat uit eerdere berichten herinneren. Dit is ook mijn strijd. Ik eis heel veel van mezelf, negeer de grenzen van mijn lichaam, ben vaak boos op mezelf, en durf niet te erkennen dat ik positieve eigenschappen heb of dat anderen positief over mij zouden kunnen denken. Ik ben perfectionistisch en tegelijk heel kritisch naar mezelf (geen goede combinatie). Ik bevind me vaak op de grens van overspannenheid, misschien zelfs er overheen. En deze ideeën over mezelf laten zich niet makkelijk ontwortelen. Ze hangen namelijk samen met de diepe overtuigingen die ik heb geïnternaliseerd in mijn jeugd, namelijk dat alle 'positieve' eigenschappen aan mij niet konden zorgen dat God van mij hield. Ze waren als 'kaf' en ik kon en mocht me er niet op laten voorstaan. Mijn natuurlijke talenten waren precies dat: 'natuurlijk' en daarmee minderwaardig: ze zouden in het vuur verbranden bij het oordeel. Er was in de mens niets goeds, dat werd keer op keer herhaald. En dus ook niet in mij. God moest dus wel boos op mij zijn. Mij straffen. Want zelfs de geringste overtreding (als een kind bijvoorbeeld een snoepje zou stelen) was als een klap in het gezicht van God en zijn gerechtigheid eiste daarvoor in ruil een eeuwige bestraffing. Kortom: elke imperfectie was het oordeel waard. God kon niet anders dan mij in toorn aanzien. En ja, een maas in de wet had mij weten te redden: als ik enkele leerstellingen uit de bijbel voor waar hield, zou God als hij naar mij keek niet langer mij zien (mijn zonden en mijn goede eigenschappen), maar Christus. Zo zou hij voor de gek worden gehouden en kon ik toch in de hemel komen en niet in de hel. God hield dus niet van mij, maar alleen van Christus. Als God mij zou zien, zonder dat ik 'in Christus' was, moest hij mij uit zijn woede straffen. Dus ik moest me er heel erg van bewust zijn hoe slecht ik was en dus hoe dankbaar ik Jezus moest zijn voor zijn offer (waar we elke zondag aan werden herinnerd, met beelden van bloed en kruisiging en dood). En ik moest heel erg mijn best doen om op Jezus te lijken, om perfect te zijn, de perfecte christen, als om het nog een beetje 'de moeite waard' te maken. Dus: ik moest net zo boos en kritisch op mezelf zijn als God, en de lat van mijn volmaaktheid ook nog eens net zo hoog hebben liggen. Als ik een onvolkomenheid zag bij mezelf, of geen zin had om bijbel te lezen, beschuldigde ik mezelf. Ik klaagde mezelf aan, zoals ik geloofde dat God (of de wet van God) mij aanklaagde (ik schakelde de stem van mijn overactieve geweten ook gelijk met de Heilige Geest). En ik strafte mijzelf met schaamte en naar binnen gekeerde woede, ik verteerde mezelf met zelfhaat, omdat ik geloofde dat God die fouten en onvolmaaktheden van mij haatte. Of: ze zou haten als hij niet door Jezus voor de gek werd gehouden. Maar dat was voor mij hetzelfde. Ja, hierdoor raakte ik flink verknipt. Ik vind het zelfs moeilijk te geloven dat mijn vrouw werkelijk van mij kan houden, dat ze positieve dingen in mij ziet, want ik mag die van mezelf nog steeds niet accepteren (want: 'kaf').
Wat echter als een emmer verfrissend koud water over mij heen kwam bij het lezen van dit blogbericht, was het besef dat deze aanklagende, perfectionistische boodschap, die mij aanzette tot zelfhaat, niet van God afkomstig is, maar van de duivel. Hij is de aanklager van de broeders, 'die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God.' (Openbaring 12:10). Hij is de tegenstander. Niet God! Ik had het kunnen weten. Uit de bijbel weet ik immers dat hij zich voordoet 'als een engel des lichts' (2 korinthe 11:14). Hij neemt de vorm aan van een betrouwbare boodschapper van God, als de stem van God zelf. Hij doet zich voor als het Lam. Maar hij is een leeuw die rondgaat, zoekend wie hij zal verslinden. (1 Petrus 5:8). Een stem die aanklaagt, die veroordeelt, die me zegt dat ik straf verdien in plaats van liefde, is de stem van de Aanklager. Van de Satan zelf. Ik twijfel een beetje over de letterlijke uitleg van de bijbelteksten over de duivel: ik vind ze nogal vaag en weet niet of voor een goed begrip van het evangelie een geloof in letterlijke demonen nodig is. Wat wel duidelijk is, is dat de Satan een symbool is voor de antigoddelijke boodschappen. Boodschappen die worden gebracht door de kerk: die daarmee werkelijk satanisch is geworden, hoewel ze beweert namens God te spreken. En boodschappen die ik zelf tegen mezelf uitspreek. De duivel is de stem in mij die mij veroordeelt, die mij schaamte aanpraat. Hij lijkt zo geloofwaardig, omdat hij zo op mij lijkt, maar hij is 'demonisch'. Want hij houdt me weg van de liefde die van God is (lees 1 Johannes maar). Is dat niet de aanklager, dat spiegelbeeld van mij dat me hardop uitlacht en roept: 'Je zult nooit liefde waard zijn! Niemand wil met je geassocieerd worden! Je bent niet volmaakt!'? De vijand, dat ben ik! 
En dit wordt op een prachtige wijze geïllustreerd in Insurgent. Want Tris krijgt de opdracht simulaties te doorlopen om een belangrijk artefact te openen. Elke simulatie test een belangrijke waarde: moed, intelligentie, onbaatzuchtigheid, eerlijkheid. Ze blijkt over al die kenmerken te beschikken. Maar de laatste is het moeilijkste. De laatste is 'amity', vriendschap. Even lijkt het in de simulatie alsof het de schurk van het verhaal is die haar uitdaagt, die haar boos wil maken, die haar ertoe wil verleiden te haten. Maar nee: de werkelijke tegenstander in deze simulatie is zij zelf. Haar andere zelf snauwt naar haar: 'Ik ben alles wat je haat. Ik ben wat andere mensen over jou denken. Degene die verantwoordelijk was voor de dood van haar moeder, degene die een vriend neerschoot. Mensen zijn bang van je, mensen haten je.' Ze wordt aangeklaagd: het zijn allemaal zaken die ze over zichzelf gelooft. En de verleiding is groot om zichzelf te haten, om zichzelf aan te vallen. Om met zichzelf te vechten (zoals iedereen doet met schaamte, schuldgevoel, depressie). Maar uiteindelijk doet ze het niet. In plaats daarvan blijft ze staan, met haar armen langs haar lichaam, en zegt tegen zichzelf: 'Ik vergeef je'. En dat is het einde van de aanklager. Dat kan de aanklager niet verwerken. Haar tegenstander verdwijnt en ze is vrij. 

Wat een geweldig beeld vind ik dat. Ja, deze radicale zelfacceptatie, het uitspreken van vergeving over jezelf, je eigen vriend zijn, is de enige remedie tegen de aanklager. Niet langer jezelf bestrijden, ook al zijn je fouten en onvolkomenheden reeel, maar jezelf aanvaarden 'warts and all'. Om tegen jezelf te zeggen: je bent geliefd, ook al ben je onvolmaakt. En is dat niet wat de komst van Jezus, en zijn dood en opstanding, ons wilden zeggen? Dat we geliefd zijn, ook al zijn we onvolmaakt? Dat ook als we God zelf kruisigen, dat onze plek als zijn geliefde kinderen niet uitwist? Dit is wat het kruis van Christus wilde tonen: dat we ons allemaal al bevinden in de omhelzing van de vader. Dat we waardevol zijn en kostbaar. En dat we onszelf dus ook zo mogen zien. 
Dit betekent ook dat we God vergeven. Dat lijkt een raar woord, maar wat ik bedoel is dat we hem vrijspreken van de woorden van de aanklager. Dat we die niet meer aan hem toerekenen. Dat we hem zichzelf laten zijn. Dat we niet in de kramp blijven zitten van angst of boosheid jegens hem, maar dat we de aanklager laten waar God hem heeft gelaten: aan het kruis. Daar is volgens Kolossenzen immers de schuldbrief die tegen ons getuigde door zijn inzettingen en die onze tegenstander is genageld, en de overheden en de machten ontwapend. Jezus' kruis en opstanding zijn ook Gods uitnodiging aan ons om de vijandschap te laten varen en zoals de jongste zoon in de gelijkenis naar huis te komen. 
En de kerk dan, die ook zo vaak, te vaak, de rol van aanklager speelt? Moeten we die ook vergeven? Ja: uiteindelijk is de gemeenschap der heiligen, die samenkomt rond de zichtbare tekenen van Gods liefde, de sacramenten, belangrijk voor ons geloofsleven. Ik heb ook zelf gemerkt dat ik mijn antipathie moest loslaten en weer bereid moest zijn de kerk de kerk te laten zijn. Maar vergeven is niet hetzelfde als vrijspreken. Vergeven is niet hetzelfde als de ander vrij laten je te beschadigen. En waar de kerk de woorden van de aanklager spreekt, moeten we die aan de kaak stellen, en deze gemeenschap zelfs verlaten. Want deze woorden zijn demonisch. En ik moet me zo ver mogelijk weg houden van het demonische. Voor mij betekent dat wegblijven uit evangelische kerken. In mijn ervaring prediken veel evangelische kerken nog steeds de boodschap dat ik niet aanvaardbaar ben zoals ik ben, en dat ik oordeel verdien als ik tekortschiet. Of dat ik pas echt een goed christen ben als ik bid, evangeliseer, of tienden geef. Die boodschap wordt opgeleukt met een band op het podium en powerpointpresentaties, maar voor wie nadenkt over wat hij hoort of ziet heeft hij hetzelfde effect. Zelfs in de Anglicaanse kerk, waar de sacramenten van brood en wijn centraal staan en het goede nieuws steeds opnieuw klinkt in de liturgie ('God, whose nature it is always to be mercifull'), klinken soms woorden van de aanklager. Maar gelukkig zo zelden dat het me lukt ze naast me neer te leggen.

Als Tris uit de simulatie komt, blijkt de strijd nog niet voorbij. Er blijken nog steeds machten die de boodschap van liefde (ook voor 'Divergents'/afwijkenden) willen begraven. De reis gaat verder. Dat geldt ook voor mij en voor de schrijver van bovengenoemd blogbericht: "I believe in God is love, somewhere in my mind. I almost believe that I am loved. Someday soon there will be room in my heart to actually let that good news sink in."

woensdag 18 maart 2015

Gedicht: Bepakking

Foto: Morguefile.
Bepakking

Heel lang liep ik kromgebogen
over het smalle pad. Hijgend
op de steile stukken. Zwetend
in de zon rond 't middaguur.
Mijn spieren deden pijn. 'S Nachts
kon ik niet slapen. Mijn blik 
bleef maar dwalen naar het pak
dat in de schaduw wachtte.

Eerst werd ik ruw gedwongen
andermans last te dragen.
Daarna werd ik gevraagd, maar ik
dacht nog dat het moest. Ik pakte
achtergelaten tassen,
hees zware stenen op mijn rug.
Ik was ze voor. Niemand zei nu
dat ik betekenisloos zou zijn.

Mijn knieën zijn kapot. Schouders
kraken onder het geweld
waar ik voor kies. Nog even 
en ik blijf liggen in de berm
waar ieder aan voorbijloopt
onder een eigen juk. Dus werp ik
mijn bepakking af. Draag slechts
wat ik zelf nodig heb. En ren!

zaterdag 14 maart 2015

Gedicht: vleierij

Vleierij

Je zegt het niet om mij te vleien
daarvan ben ik me bewust. Ik weet
dat juist jij steeds eerlijk bent, 
je woorden altijd weegt. Zorgvuldig.
Maar toch kan ik ze niet geloven:
dat ik schrijven kan, dat ik me niet
hoef te verstoppen, dat ik straal
in duisternis. Immers: wat als ik 
je serieus neem? Ernaar ga leven
en naast mijn schoenen loop? Vergeet
dat ik niks kan, gebroken ben,
een ander altijd beter is?

En wat als ik word gestraft? Mijn trots
kan ik beter verbergen. Ik breek
mezelf al van tevoren af.
Het is mijn glorie die ik vrees,
niet mijn tekort. Voor mijn kracht
vlucht ik nu weg, verstop me uit het zicht
onder de korenmaat. Het risico
dat ik niet goed ben, is te groot.
Ik kies de brede weg. Leun niet in
tegen mijn angst. Begraaf mijn talent
in zelfkritiek. Vergeet wat jij me zegt
juist omdat jij geen vleier bent.

zondag 22 februari 2015

Filmbespreking: Big Hero 6

‘Als ik op de mannengroep vertel dat dit een van de beste films is die ik de laatste tijd heb gezien, kijken ze me niet begrijpend aan’, aldus mijn broer met wie ik afgelopen weekeinde in de bioscoop Big Hero 6 had gekeken. Voor mij was het de tweede keer en ik had erop gestaan dat mijn broer ook een keer zou gaan. ‘Je had gelijk dat je me meesleurde’, verklaarde hij. ‘Als ik me nog een keer somber voel, moet ik eigenlijk gewoon deze film gaan kijken!’ Een van de redenen waarom ik met hem naar de bioscoop wilde, was dat de film gaat over twee broers, met een relatie die wel een beetje lijkt in de verte op die tussen ons, en omdat het gaat over een hoogbegaafd iemand die geïnspireerd wordt om met zijn talenten aan de slag te gaan, en omdat de film een lofzang is op het nerd-zijn. Alle aspecten van het ‘geek’ zijn komen zo ongeveer aan bod! Niet alleen blijkt enthousiasme over wetenschap en techniek te helpen de wereld een betere plek te maken, het blijkt ook mensen bij elkaar te brengen om een gemeenschap te vormen. En een voorliefde voor fantastische verhalen blijkt te helpen bij het herkennen wat er aan de hand is in je leven. En dat alles verpakt in knap geanimeerde beelden, met humor, spanning en gave concepten. Het is een film waar kinderen om moeten lachen (de fysieke humor van onhandige robot Baymax), maar een waar volwassenen ontroerd door zullen raken (de zenuwen van de hoofdpersoon voor een presentatie, de rouw om een overleden familielid, hoe ver iemand gaat om zijn pijn te vergelden). Mocht je net als de mannen in de groep van mijn broer een vooroordeel hebben tegen het animatiegenre of tegen Disneyfilms, laat dat dan snel varen en kijk deze film. Als je ook maar een beetje nerdy of geeky bent, garandeer ik een goede avond. En blijf vooral zitten tot na de aftiteling!

Hiro Hamada is op zijn dertiende al klaar met de middelbare school. Maar in plaats van door te studeren - op de universiteit kunnen ze hem toch niets vertellen wat hij niet al weet - houdt hij zich bezig met robotgevechten. Zijn tante, bij wie hij woont samen met zijn oudere broer Tadashi, stelt dat niet bepaald op prijs. Tadashi is ook niet zo enthousiast over de carrièrekeuze van zijn broertje. Hij neemt hem daarom mee naar zijn ‘nerd-school’, de technische opleiding onder professor Callaghan, waar Hiro onder de indruk raakt van de verschillende projecten. En vooral van het werk van zijn broer: de robot Baymax, bedoeld voor eerste hulp bij ongelukken. Enthousiast probeert Hiro ook op deze school toegelaten te worden. Zijn demonstratie is een succes, maar direct daarna gebeurt er een ramp. Niet alleen wordt Hiro’s toelatingsproject vernietigd, ook komen zowel professor Callaghan als Tadashi om het leven. Rouwend sluit Hiro zich op zijn kamer op, zonder motivatie om met zijn opleiding te beginnen. De klap was te groot. De sombere dagen rijgen zich aaneen, tot hij op een dag per ongeluk de robot Baymax activeert. Die neemt het op zich Hiro weer vrolijker te maken. Bovendien ontdekt hij dat het project van Hiro niet totaal verdwenen is, een mysterieuze man in een masker heeft het zich toegeëigend voor mysterieuze doeleinden. Zou deze man ook achter de ramp zitten die zijn broer het leven kostte? Met de hulp van zijn robot en de vrienden van zijn broer gaat Hiro op onderzoek uit. Hij ontdekt al snel dat een symbool van een rode vogel centraal staat in het mysterie …

Een van de belangrijkste thema’s in deze film is het verlies van een geliefde en hoe je daar op goede en op verkeerde manieren mee kunt omgaan. In dit opzicht lijkt de film sterk op een andere gave SF-film van deze zomer: Guardians of the Galaxy. Zachtaardige robot Baymax heeft zelfs enkele overeenkomsten met vriendelijke boom Groot, tot aan zijn rol in de ontknoping toe. En net als in die film, blijkt ook hier een gemeenschap van verschillende mensen die hun eigen leven voor elkaar in de waagschaal stellen een grote hulp bij het omgaan met verlies van de hoofdpersoon. Er zit zelfs een omhelzing in. Omdat ik in mijn bespreking van Guardians of the Galaxy hier al uitgebreid op ben ingegaan, laat ik het onderwerp in dit blogbericht verder rusten.
Bovendien realiseerde ik dat er nog een ander belangrijk thema in deze film schuilt. Het hart van de film is namelijk niet grappige robot Baymax of opstandige Hiro, maar oudste broer Tadashi. Hij heeft het hart op de juiste plek. Hij redt Hiro als hij in gevaar is, zelfs als hij ervoor in de gevangenis moet zitten, inspireert Hiro om iets van zijn leven te maken, en helpt hem om aan de universiteit te worden toegelaten. En als professor Callaghan in het vuur dreigt om te komen, aarzelt hij niet, maar gaat hij het brandende gebouw in om de man te redden. En dat hijzelf daarbij gevaar loopt, houdt hem niet tegen. Iemand moet het doen. Als Tadashi inderdaad om het leven komt, valt Hiro vanzelfsprekend in een gat. Door de bemoediging van zijn broer stond hij op het punt iets van zijn leven te gaan maken, maar nu is die bron van positiviteit weggevallen. Hij leefde voor Tadashi. Welke motivatie is er nu nog voor Hiro om door te gaan? Waarom zou hij niet terug gaan in de wereld van het robotvechten? Hij laat de aanmelding voor de universiteit in de prullenmand vallen. Dan wordt robot Baymax geactiveerd. Die zegt tegen Hiro vol overtuiging: ‘Tadashi is hier.’ Hiro slaat een diepe zucht. Iedereen probeert hem op te beuren, door te zeggen dat Tadpashi niet echt verdwenen is, zolang mensen aan hem denken. Maar dat is een stoplap. Dood is dood. Tadashi komt niet terug en Hiro zal met dat gemis moeten leven. Maar Baymax blijft volhouden: ‘Tadashi is hier!’
Pas later ontdekt Hiro wat Baymax bedoelde (en dit is natuurlijk eigenlijk een ‘spoiler’): in zijn kerncomputer, op de plek van zijn hart, bevindt zich een programmakaart, waarop de naam van Tadashi staat. Baymax heeft het hart van Tadashi. Niet alleen omdat hij zo geprogrammeerd is. Dat wordt duidelijk als Baymax videobeelden laat zien, door hem gemaakt terwijl Hiro’s broer aan hem werkte. Keer op keer probeert Tadashi de robot op te starten, maar steeds gaat er iets mis. De jonge raakt echter niet gefrustreerd. ‘Ik geef het niet op’, zegt hij tegen de robot. ‘Ik hou vol’. En na 85 pogingen is het gelukt! De robot werkt! Tadashi omhelst hem. ‘Ik ben zo blij met je,’ zegt hij vol overtuiging. ‘Jij gaat zoveel mensen helpen!’
Bij het zien van die beelden raakt Hiro ontroerd. Hij had geprobeerd de programmering van de robot te omzeilen, het apparaat te programmeeren met haat, om wraak te nemen op de aanstichter van de brand. Maar nu realiseert hij zich dat Tadashi dat helemaal niet gewild zou hebben. Via de robot Baymax leert hij het karakter van zijn broer nog beter kennen. En hij besluit af te zien van zijn geplande wraakactie. Als hij uiteindelijk tegenover de slechterik van het verhaal komt te staan, gebruikt hij de woorden van Baymax: ‘Wij zijn niet geprogrammeerd om mensen schade toe te brengen’. Hij rekent de schurk in, maar neemt geen wraak. En hij wordt een superheld, samen met zijn vrienden, omdat zijn broer heel veel mensen wilde helpen. ‘En dat is wat wij gaan doen’.
Tadashi is dus inderdaad niet verdwenen. Zijn opoffering, zijn liefde, zijn hulpvaardigheid leven door, eerst in Baymax, maar daarna ook in Hiro. En via hen verspreiden ze zich weer naar anderen.

Wat ik besefte bij het kijken van de film, was hoe dit licht werpt op het evangelie. Jezus is er immers ook niet meer. Hij is gestorven, net als Tadashi. En hij is dan wel uit de dood opgestaan en naar de hemel gegaan, maar hij is niet meer onder ons. Al bijna tweeduizend jaar niet meer. Oh, misschien hebben we ervaringen het het luisteren naar Gods stem, en merken we zijn aanwezigheid soms in een kerkdienst. Of in het lezen van de bijbel. Maar de afstand blijft. Hij is niet meer hier. We zijn achtergebleven, zonder Hem. En als predikers, met de bijbel trouwens, zeggen dat Hij er nog steeds is, wat kunnen ze dan bedoelen? Gemeenplaatsen zijn er genoeg, en voor mij hebben ze nooit gewerkt. Ik kan me wel heel erg gaan proberen ervan te overtuigen dat ik zijn aanwezigheid voel, ik ben me altijd bewust dat ik mezelf aan het overtuigen ben. Dat kan het niet zijn.
Maar de bijbel belooft dat we niet als wezen zijn achtergelaten. En dat geloof ik. In een heel reëel wijze kunnen we Jezus nog steeds ontmoeten. Niet op een zweverige, bovennatuurlijke manier. Maar heel tastbaar, concreet. Namelijk in de onvoorwaardelijke, opofferende liefde van anderen. Baymax had de liefde van Tadashi geïnternaliseerd, en op het moment dat hij Hiro omhelsde, ervoer Hiro de liefde van zijn broer, door Baymax heen. Tadashi had de moed niet opgegeven Baymax aan de praat te krijgen. Net zo hardnekkig geeft Baymax de moed niet op om Hiro weer in beweging te krijgen. En zo gaat het ook met Jezus. Hij had mensen lief, zo dat hij zelfs bereid was te sterven in plaats van wraak op ze te nemen. Hij offerde zich op, ging tot het uiterste. En die liefde veranderde levens. Bracht mensen ertoe zelf ook anderen lief te hebben. Want dat was waar Jezus toe oproep. Heb god lief boven alles en je naaste als jezelf. Heb zelfs je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen. Wie liefheeft kent God, wie niet liefheeft, kent God niet. En door de liefde van deze mensen (en de liefde van iedereen die op gelijke wijze liefheeft, ook zonder in Jezus te geloven) wordt de liefde van Jezus zichtbaar. Niet theoretisch, niet zweverig, maar concreet. Tastbaar. Hij is hier. Waar twee of drie samen zijn in zijn naam, is hij in het midden. Zijn liefde wordt zichtbaar in de sacramenten, brood en wijn. Maar ook in onze liefde. Waar iemand een ander omhelst om hem of haar te troosten, daar is hij. Als iemand een ander een glas water geeft, daar is hij. Waar iemand vooroordelen overwint, of de tweede mijl voor iemand gaat. Daar is hij. En die concrete liefde verandert ons. Als christenen denken we vaak dat intellectuele kennis ons verandert, of overtuigingen. Maar dat is niet zo. Kennis maakt opgeblazen. De liefde sticht. God is liefde. Dus waar liefde is, is Hij.
De liefde van een ander voor ons, is wat ons er eindelijk toe kan brengen onszelf te accepteren, ongezonde patronen te doorbreken, en zelf ook anderen te gaan zien als waardevol. En ze te gaan liefhebben. En als we dat doen, wordt Jezus in ons zichtbaar voor anderen. Zoals de natuur van Tadashi aan het eind van de film zichtbaar is geworden in Hiro, en zijn vrienden (een mooi beeld van de kerk, als je dat erin wilt zien), zo wordt de natuur van Jezus in ons zichtbaar, daar waar wij gaan liefhebben. Als moslims een cordon vormen rond een synagoge, daar wordt de natuur van Jezus zichtbaar. Waar een leraar een leerling uit een achterstandswijk helpt, waar een collega een arm om de schouders krijgt, of iemand moeite doet iets voor een ander uit te zoeken, daar wordt de natuur van Jezus zichtbaar. En die liefde verandert anderen, op sacramentele wijze, en maakt dat het leven van Jezus verspreid wordt.
Ik vond het prachtig dat in deze film zo belichaamd te zien.

Natuurlijk wordt ook het tegenovergestelde zichtbaar in de film. Er is in deze film iemand die zijn dochter verloren heeft. Bij een verschrikkelijke ramp. En hij wil wraak nemen. Zou je dochter dat gewild hebben? vraagt iemand aan hem. Het kan hem niet schelen. Ze is er niet meer. Wat het laat zien, is dat zijn leven draait om hemzelf, en niet om anderen. Zelfs niet om zijn dochter. Want (en dit verklapt misschien een beetje van het einde van de film) in dit geval was zij niet werkelijk verdwenen. Niet zoals Tadashi. Hij had haar terug kunnen vinden. Maar door op zijn eigen verdriet te focussen, door wraak te eisen, door een ander naar beneden te willen halen, loopt hij de kans mis met haar verenigd te worden. Hij raakt haar kwijt door zijn ‘entitlement’. En dat is het tragische lot wat wij lopen door ons als christenen beter te vinden dan anderen, door de waarheid toe te eigenen, door anderen te oordelen in naam van ons geloof als ze anders zijn dan wij. We lopen op die manier Jezus mis. We gebruiken zijn naam wel, maar de natuur van Jezus zijn we kwijt. Dat moeten we niet laten gebeuren.

woensdag 18 februari 2015

Gedicht: Hazen

Hazen

Ik zag twee hazen
uit de trein vanochtend
op het gras. De lucht
was goudgekleurd
gespiegeld in de rijp
en de verstilde sloten.
Stijf stonden de bomen
adem ingehouden
wachtend. Maar ik raasde
door het land, zag niet
waar zij op hoopten,
opgesloten achter
het glas. Ik leef nu
in mijn herinnering.

donderdag 5 februari 2015

Gedicht: Het mooiste geluid

Het mooiste geluid

Het mooiste geluid
vind ik knerpende sneeuw 
onder mijn schoenen
in de morgen. Pastel
kleurt de hemel
boven de daken.
Adem wit, neus koud,
maar de wind blijft verstopt
achter zwarte bomen.

De straat is niet zichzelf:
hoewel vertrouwd toch
wonderlijk vernieuwd.
En deze heil'ge grond
betreed ik. Kijk niet 
hoe ik ben gekomen
-onuitwisbaar spoor-
maar volg mijn verlangen
met elke stap vooruit.